


Misleidende voedingsvoorlichting na WCRF rapport over preventie van kanker
15 november 2007 | voor u gelezen en onderzochtProf. dr. ir. Gertjan Schaafsma
Nog maar net was het belangwekkende rapport van het World Cancer Research Fund (WCRF) over preventie van kanker verschenen en in de pers toegelicht, of Elseviers Voedingsmiddelen Industrie (EVMI) kopte: “Suiker en vet: grotere kans op kanker”. Nadat Suikerstichting Nederland aan de bel trok moest EVMI rectificeren: “Relatie suiker en kanker niet gelegd.” Natuurlijk begrepen voedingskundigen hoe deze foutieve voorlichting was ontstaan. Maar wederom blijkt hoe door slordige journalistiek lezers op het verkeerde been kunnen worden gezet en waarom veel consumenten door de bomen het bos niet meer zien als het gaat om voedingsvoorlichting. Wat is er hier aan de hand?
Tien jaar nadat het WCRF haar eerste geruchtmakende rapport over preventie van kanker publiceerde, is nu een ‘update’ samengesteld (World Cancer Research Fund, 2007). Het unieke van het nieuwe rapport is dat dit berust op een wereldwijde inspanning van topwetenschappers, die alle beschikbare wetenschappelijke informatie over de relatie tussen leefstijl en kanker op een systematische wijze hebben beoordeeld en die op basis van deze beoordeling unaniem tot een tiental aanbevelingen zijn gekomen., waarvoor wetenschappelijke consensus bestaat. Voor de meeste deskundigen komen deze aanbevelingen niet onverwacht. Vrijwel al deze aanbevelingen zijn wat voeding en beweging betreft ook te vinden in het recente rapport van de Gezondheidsraad, Richtlijnen voor goede voeding, 2006 (Gezondheidsraad, 2006).
Het WCRF rapport ziet een duidelijke link tussen leefstijl (overgewicht en gebrek aan beweging) en verschillende vormen van kanker. De aanbevelingen in het WCRF-rapport richten zich onder meer op het handhaven/bereiken van een gezond lichaamsgewicht (wees zo slank mogelijk binnen de normale range), matiging van het gebruik van alcohol, zout, het nemen van voldoende lichamelijke activiteit, en beperking van de inname van rood vlees en vleeswaren. In de derde aanbeveling wordt aangeraden de consumptie van voedingsmiddelen met een hoge nutiëntendichtheid te beperken en suikerrijke dranken te vermijden (i.v.m. preventie van vetzucht). Nadrukkelijk wordt bij die derde aanbeveling gesteld: “Het zijn niet specifieke voedingsbestanddelen die voor problemen zorgen, maar het gaat om de bijdrage die deze bestanddelen leveren aan de energiedichtheid van het voedingspatroon”
Bij het bereiken/handhaven van een gezond lichaamsgewicht is een goede balans tussen energieinname en lichamelijke activiteit essentieel. Personen die gewicht wensen te verliezen doen er verstandig aan de lichamelijke activiteit te verhogen en de inname van energie te verlagen. Verlaging van de energie inname hoeft niet te betekenen dat suiker en vet grotendeels uit de voeding moet worden weggelaten. Een voeding die is samengesteld volgens de Nederlandse Richtlijnen voor goede voeding, is een uitstekend uitgangspunt voor een gezonde leefstijl. In een dergelijke voeding mag best vet (mits van de goede soort) en suiker zitten. Het kan wel worden aanbevolen, zoals het WCRF rapport benadrukt, om bij gewenste gewichtsvermindering en ruim gebruik van gesuikerde frisdranken, de consumptie van deze laatste te beperken of te vervangen door suikervrije dranken. Een motief daarvoor is niet louter de gewenste reductie van energie, maar ook de bevinding dat energie in vloeibare vorm (dranken) weinig bijdraagt tot een verzadigd gevoel en gemakkelijk kan leiden tot een te hoge energieinname.
Literatuur
World Cancer Research Fund/American Institute for Cancer Research, Food, nutrition, physical activity and the prevention of cancer, a global perspective. Washington D.C., AICR, 2007.
EVMI-nieuws, 31-10-2007, www.evmi.nl
EVMI-nieuws, 02-11-2007, www.evmi.nl
Gezondheidsraad, Richtlijnen voor goede voeding, 2006. Gezondheidssraad, Den Haag, publication no 2006/212006.


