

Alles over suiker
Suiker & oorsprong
Energie van nature
Suiker is een koolhydraat. Koolhydraten vervullen een letterlijk levensbelangrijke rol in planten. Groene planten maken kool-hydraten voor hun eigen energievoorziening. Om koolhydraten te maken, gebruiken planten onze belangrijkste energiebron: de zon. Met zonne-energie zet de plant water uit de bodem en koolzuurgas uit de lucht om in glucose (druivensuiker) en fructose (vruchtensuiker). Die vormen samen sacharose, onze alledaagse suiker. Zoals veel groenten, vruchten en knollen, bevatten ook wortelen van nature suiker.Het bekendste voorbeeld is natuurlijk de beetwortel, die we kennen als suikerbiet. De suiker die in de biet is opgeslagen, wordt door het oplossen in water gescheiden van de vezels. Zo ontstaat de bekende kristalsuiker en de andere suikervarianten.
Als wij suiker eten werkt het proces omgekeerd: zonne-energie die is vastgelegd in suiker kan weer worden omgezet in energie voor ons. Suiker is dus energie van nature.
Herkomst suikerbiet
Het oorspronkelijk verspreidingsgebied van de Beta maritima, de voorouder van de suikerbiet, lag tussen de Kaspische Zee en de Kaukasus. Het omvatte onder meer de kunsten van de Zwarte Zee, Syrië, Mesopotamië, Libanon en Noord-Afrika. Daarna breidde het gebied zich uit naar Zuid Europa. Vervolgens werden de kustgebieden van Frankrijk, Engeland en Nederland bereikt. Dit kon doordat Beta maritima een vrij hoge zouttolerantie bezit. In de oudheid werden hoofdzakelijk de bladeren gegeten, die nu weer opnieuw in de salades worden gebruikt. De verbouw van twee typen snijbieten en rode wortelbieten wordt in de Babylonische geschriften van omstreeks 800 v. Chr. vermeld. Het eten van onderdelen van de biet dateert vermoedelijk van veel eerder.In 425 v. Chr. wordt door Aristophanes het gebruik als groente beschreven.
De Romeinse schrijver Columella (35-65 na Chr.) vermeldt in zijn boek over landbouwkunde de teelt van de bieten.
De naam Beta zou afgeleid van de vorm van de pootstok, die gelijkenis zou vertonen met de Griekse letter ß (bèta). De oudst bekende afbeelding van een biet komt uit het handschrift van Dioskurides “Materia medica” (512 na Chr.).
Daarna worden een tijdlang geen vermeldingen meer gevonden tot in de 16e eeuw, vooral in Duitsland, in liederen en spreekwoorden bieten weer voorkomen, In Nederland schreef Dodeneus in zijn “Histoire des Plantes” de witte en gele biet en beklaagde zich er over, dat de doktoren deze slecht herkenden. Hij noemde ze geschikt als menselijk voedsel en door het gehalte aan suiker ook geneeskrachtig, evenals toen voor rietsuiker gold.

