

Alles over suiker
Van biet tot suiker
Het productieproces
Tweehonderd jaar geleden werd in Duitsland een suikerfabriek gebouwd volgens de principes van Franz Carl Achard (1753-1821). Deze leerling van de Berlijnse scheikundige Andreas Sigismund Marggraf, die had ontdekt dat met alcohol suiker uit bieten kon worden vrijgemaakt, vond uit dat dit ook lukte met water. De fabriek had weliswaar 2.570 kilo bieten nodig om 68 kilo suiker te maken, maar het bewijs dat het lukte was geleverd. Door het kweken van bieten met een aanmerkelijk hoger suikergehalte (de suikerbiet) nam de suikeropbrengst al snel toe.Dankzij verbeterde teelt- en productiemethoden is de suikerindustrie inmiddels uitgegroeid tot een uiterst belangrijke en hoogwaardige landbouwindustrie.
Zaaien en oogsten
April is meestal de maand waarin telers het suikerbietenzaad in de grond stoppen. Een maand later staan er rijen frisgroene plantjes op het land en in juli is het hele land bedekt onder een kniehoog, groen bladerdek. Voor de Nederlandse akkerbouw is de teelt van suikerbieten een belangrijke activiteit. De suikerbiet is momenteel één van de meest renderende akkerbouwgewassen voor de boer. Zaadveredelingsbedrijven zorgen voor rassen met een zo hoog mogelijk suikergehalte en met weerstand tegen ziekten en plagen. Telers passen specifieke teelttechnieken toe om een optimale suikeropbrengst te bevorderen. Zo moeten zij de akkers nauwkeurig bemesten, want een teveel aan meststoffen veroorzaakt een lager suikergehalte.De grondsoort en weersomstandig-heden (temperatuur, zon en neerslag) zijn ook belangrijke teeltfactoren. Tot slot moet het gewas effectief, maar ook met zorg voor het milieu, worden beschermd tegen ziekten en plagen.
De bietenoogst geschiedt in Nederland meestal vanaf september. De wortels zijn uitgegroeid tot dikke, stompe, witte knollen, die machinaal worden gerooid en van hun groene kruin ontdaan. Boeren gaan voor een combinatie van een grote oogst en een hoge kwaliteit. De vergoeding wordt hoofdzakelijk bepaald door het suikergehalte en hoe ‘schoon’ de bieten bij aflevering aan de fabriek zijn (aanhangende aarde of klei is bij de fabriek niet gewenst).
Bietencampagne
De periode waarin de bieten worden verwerkt wordt de bietencampagne genoemd. Deze duurt van september tot het eind van het jaar. In deze periode draaien de suikerfabrieken 24 uur per dag. Terwijl bij sommige akkerbouwers de berg bieten aan de rand van het land ligt te wachten om te worden opgehaald, wordt de oogst van andere boeren al verwerkt in de suikerfabriek. Voor een optimale suikeropbrengst moeten de bieten kort na de oogst verwerkt worden. Als bieten te lang blijven liggen loopt het suikergehalte terug.De meeste bieten gaan met vrachtwagens naar de fabriek, maar per schip komt ook voor. Bij de fabriek aangekomen worden de bieten gewogen. Er worden steekproefsgewijs monsters uit de vrachtwagens genomen die in het laboratorium worden onderzocht.
Zo kan men per boer en per akker het suikergehalte bepalen en de hoeveelheid aarde, die nog aan de bieten kleeft. Deze metingen geven een indicatie hoeveel suiker de partij bieten van deze boer gaat opleveren.
Grote schoonmaak
Via een enorme pomp worden de bieten de fabriek in getransporteerd, waarbij grote zeven de bladen en stenen die van het land zijn meegekomen eruit filteren. Met behulp van krachtige waterstralen worden de bieten meteen grondig gewassen. Het vuile water wordt in een waterzuiveringsinstallatie bij de fabriek gezuiverd en opnieuw gebruikt voor de volgende lading bieten. Dit is de grote schoonmaak die voorafgaat aan het proces van suikerbiet tot bietsuiker. De schone bieten gaan via transportbanden naar een voorraadbunker. In deze ruimte wachten ze op hun gang naar de snijmolens die ze aan reepjes snijden. Als een soort frieten vallen ze op een transportband die naar een grote ketel leidt, de broeitrog. Daar begint de eigenlijke suikerwinning.Suiker uit de cel
Bieten bestaan uit harde, vezelige cellen waarin de suiker in opgeloste vorm is opgeslagen. Het is de bedoeling die suiker letterlijk los te weken uit de harde cel. De suiker lost op in warm water en de vezels doen dat niet. In de broeitrog worden de vezels op zo’n zeventig graden stuk gekookt. De cellen van deze vezels laten dan water door en in dat water kan de suiker oplossen. Het verwarmde bietensnijdsel wordt vervolgens overgepompt naar de zogeheten diffusietoren, een grote, hoge tank. Hierin wordt voortdurend warm water aangevoerd.Net als de groenten, wortels en kruiden die aan een soep hun smaakstoffen afgeven, geven de bietensnijdsels hun suiker af aan deze steeds zoeter wordende ‘bouillon’. Als nagenoeg alle suiker aan de cellen is onttrokken, rest slechts pulp, die wordt gedroogd en tot veevoederbrokjes geperst. De dikke bouillon noemen we ruwsap, dat nu eerst gezuiverd moet worden.
Zuiver sap
Ruwsap bevat naast suiker ook andere oplosbare stoffen zoals zouten, eiwitten en kleurstoffen uit de biet. Om deze stoffen te verwijderen worden ongebluste kalk en koolzuurgas toegevoegd. Wanneer deze oplossing wordt gefilterd, blijft de kalk met de zouten en eiwitten achter op het filter en resteert een helder, dun sap. Dit zogenaamde carbonatatieproces – genoemd naar het gebruik van koolzuur – wordt nog eens herhaald om een extra heldere oplossing te krijgen. Deze kristalheldere vloeistof heet nu dunsap. De neergeslagen zouten en eiwitten worden gebruikt als meststof voor de landbouw.Van sap naar suiker
Het dunsap is eigenlijk gewoon suikerwater. Het bevat ongeveer 15% suiker. Door het water te laten verdampen, wordt de vloeistof steeds dikker en zoeter. Uiteindelijk wordt een ingedikt sap verkregen dat voor 65% uit suiker bestaat, diksap geheten. Via een filter wordt het naar de kookpannen gezogen. In deze kookpannen verdampt nog meer water en raakt de suikeroplossing zo verzadigd dat zich een kristalachtige brij vormt (net zoals bij zeewater, dat in een zonnig kommetje blijft staan, waarna door de verdamping uiteindelijk een witte waas van zeezoutkristallen overblijft). De kristalrijke brij valt vervolgens in een koeltrog waar de kristallen aan elkaar klonteren tot een soort zoete edelstenen.Maar nóg is het geen suiker. In centrifuges worden de kristallen namelijk gescheiden in suiker en stroop. De donkere stroop wordt van de kristalsuiker afgeslingerd. De zuivere witte kristallen blijven over. De suiker gaat via een droger en een koeler naar de verpakkingsafdeling of tot nader order naar de opslagsilo’s. De overgebleven stroop ondergaat nog een keer dezelfde behandeling als eerst het diksap.
Wanneer daaraan de laatste suiker is onttrokken, blijft er een stroop over die melasse wordt genoemd. Melasse wordt onder andere gebruikt voor het bereiden van alcohol en bij de productie van veevoeder.

