home
RSS feeds
Lekker leven

Zoetvoorkeur

At u als kind graag spinazie? Of spruitjes? Waarschijnlijk niet. Kinderen houden namelijk vooral van zoet. Al de eerste smaakindrukken die baby’s opdoen - borstvoeding of flesje – zijn zoet en romig. Suiker in de yoghurt, suiker op de aardbeien, beschuitjes met suiker… voor kinderen wordt alles lekkerder met suiker. Smaken die wat verder afstaan van zoet, leren we pas wat later waarderen.

Als we volwassen worden, neemt onze dominante voorkeur voor zoet, zacht en romig wat af. Zoet blijft belangrijk, maar dan als onderdeel van een kleurrijker smaakpalet. Bijvoorbeeld ter ondersteuning van een vruchtensmaak, zoals in aardbeien, of van een romige smaak, zoals in roomijs. Maar zoet kan ook dienen ter ondersteuning van een complexe bittere smaak zoals bij wijnen en pure chocolade. En de combinatie van zoet en zuur komt in bijna alle vruchten voor.

Zoet voelt goed
Zoet vinden we niet alleen lekker, we associeren het ook met warme en prettige gevoelens. Zoetigheid kan snel en makkelijk een goed gevoel geven als je je even niet prettig voelt (denk aan de talloze tv-series waarin de heldin, slapeloos van liefdesverdriet, ’s nachts een emmer roomijs leeglepelt). Verder blijkt uit onderzoek dat er in chocolade stofjes zitten waardoor je je goed voelt. Door dergelijke voorbeelden wordt wel eens gesuggereerd dat suiker en zoetigheid verslavend zou zijn. Echter, onderzoekers hebben aangetoond dat fysiologische verslaving aan suiker gewoonweg niet bestaat.

Smaakvoorkeur kan je aanleren
Of we als kind wel of niet iets lekker vinden wordt met name bepaald door aangeboren en aangeleerde smaakvoorkeuren. Het is daarom belangrijk om als kind aan zoveel mogelijk smaken te wennen. Het leren waarderen van zuur kan al op zeer jonge leeftijd en blijkt het sterkste beïnvloedbaar in het eerste levensjaar. Kinderen met zuurvoorkeur blijken gevarieerder te eten, bijvoorbeeld meer soorten fruit, en zijn minder kieskeurig in wat ze lekker vinden.

Het regelmatig eten van zoete producten kan leiden tot een sterke voorkeur voor zoet. Dat wil niet zeggen dat ouders zoet zomaar zouden moeten verbieden. Onderzoek toont aan dat verbieden zelf een averechts effect heeft. Kinderen van ouders met een streng snoepbeleid hebben een grotere zoetvoorkeur dan kinderen bij wie thuis een soepeler snoepbeleid wordt gehanteerd. Het is dus beter om kinderen gecontroleerd te laten snoepen dan helemaal niet.