

Overgewicht | december 2005
“Aanpak overgewicht gebaat bij voortvarende samenwerking"
Eind november 2005 nam ir Willem Bosman officieel afscheid als senior wetenschappelijk stafmedewerker van de Gezondheidsraad. De voormalig secretaris van de permanente Beraadsgroep Voeding licht speciaal voor deze nieuwsbrief zijn visie op de aanpak van overgewicht toe.Ir Willem Bosman was ruim 9 jaar secretaris van de Beraadsgroep Voeding van de Gezondheidsraad. Reeds in 1972 trad Bosman als commissiesecretaris in dienst bij de toenmalige Voedingsraad, waar hij in 1976 werd benoemd tot algemeen secretaris. Toen de Voedingsraad eind 1995 werd opgeheven, is de onafhankelijke wetenschappelijke advisering aan de regering en het parlement voortgezet door de Gezondheidsraad.
Uw verbondenheid met de Voedingsraad en de Gezondheidsraad gaat dus 33 jaar terug. Waaruit bestonden uw werkzaamheden?
“Zowel bij de Voedingsraad als later bij de Gezondheidsraad was mijn werk gericht op de interactie tussen wetenschap, beleid en het maatschappelijk veld. Dat hield onder andere in dat ik beleidsrelevante wetenschappelijke ontwikkelingen signaleerde en commissies begeleidde. Ook heb ik in de loop der tijd zeer veel adviezen opgesteld.”
Welk advies ligt u het meest na aan het hart?
“Tja, met elk advies heb ik wel iets. Uiteraard zijn de adviezen die de basis vormen voor de Richtlijnen Goede Voeding (en daarmee voor de voedingsvoorlichting) van groot belang gezien de impact. Maar ook adviezen op het terrein van voedselverrijking, gezondheidsclaims en foliumzuur hebben tot veel discussie geleid. Dat maakte deze adviezen ook spraakmakend. En laat ik ook niet vergeten de adviezen te noemen die geleid hebben tot de huidige NEVO-tabel en periodieke voedselconsumptiepeilingen in ons land.”
In 2003 is het advies over overgewicht en obesitas gepubliceerd. Wat zijn wat u betreft de belangrijkste conclusies en aanbevelingen van dit advies?
”De belangrijkste conclusie in het advies is — en dat zal niemand uit het vak verbazen — dat overgewicht het gevolg is van een positieve energiebalans. Met positieve energiebalans bedoel ik dat de energetische waarde van de gebruikte voeding hoger is dan het energiegebruik door lichamelijke activiteit. In het advies wordt daarom een sterk pleidooi gehouden voor een geïntegreerde benadering bij de preventie van overgewicht. Deze benadering zou gericht moeten zijn op zowel het energetisch niveau van de voeding als op de lichamelijke activiteit. In het verleden zijn dit te vaak gescheiden trajecten geweest. Daarnaast blijkt uit het advies dat er op dit moment eigenlijk geen ‘evidence based’ succesvolle benadering voor de aanpak van het probleem van overgewicht is aan te geven. Daarom roept het advies op tot een gezond verstand benadering en een samenwerking tussen alle betrokken actoren.”
U bent nog steeds actief binnen uw vakgebied. In hoeverre kunt u merken dat de aanbevelingen uit het obesitas-advies (reeds) in de praktijk worden gebracht?
“Mede door het advies van de Gezondheidsraad staat het probleem van het toenemende overgewicht ook in Nederland op de agenda. De overheid heeft gekozen voor een benadering waarin iedereen — inclusief de burger — zijn eigen verantwoordelijkheid neemt. Dat is een moeizaam proces wat bij verscheidene betrokken actoren grote spanningen oproept, zeker als er een duidelijke regie ontbreekt. Het afgesloten convenant overgewicht en het recent tot stand gekomen actieplan ademen voor mij nog niet echt een sfeer uit van: ‘Kom op we gaan gezamenlijk het probleem aanpakken’. Er wordt, zeker in de wandelgangen, nog te veel een afwachtende houding aangenomen. Bij passiviteit en onderling zwarte pieten uitdelen is een voortvarende gezamenlijke aanpak van overgewicht echter niet gebaat.”
Momenteel bent u druk bezig met het opstellen van de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding (RGV) waarmee uw werkzaamheden voor de Gezondheidsraad definitief zijn afgerond. In de tussentijd heeft het Voedingscentrum de (her)nieuw(d)e Schijf van Vijf geïntroduceerd. Hoe verhouden deze twee zich tot elkaar in de aanpak van overgewicht?
”Ik ga er vanuit dat de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding in dezen richtinggevend zullen zijn. Bij de introductie van de nieuwe Schijf van Vijf door het Voedingscentrum is gesteld dat, indien de nieuwe richtlijnen van de Gezondheidsraad het nodig maken, de Schijf van Vijf wordt aangepast. Zo’n vaart zal het waarschijnlijk niet lopen. Vergeet niet dat de Schijf van Vijf een versimpeld icoon is van de voorlichtingsboodschap die daar achter ligt. Die boodschap is, zeker ten aanzien van overgewicht, genuanceerder dan in de Schijf van Vijf kan worden uitgebeeld. Waarschijnlijk zullen op basis van de huidige stand van de wetenschap omtrent overgewicht wel enkele aanpassingen nodig zijn, ja.”
Ter afsluiting: Hoe denkt u over de zogenoemde keuzebevorderende logo’s die momenteel door verschillende (voorlichtings)organisaties, handel en industrie ontwikkeld worden?
“Wat de huidige drang tot ‘logolisering’ van voedingsmiddelen betreft, lijkt het mij raadzaam dat de overheid de door verschillende partijen gehanteerde uitgangspunten voor een oordeel voorlegt aan de Gezondheidsraad. Los daarvan lijkt het mij razend moeilijk – zo niet onmogelijk - om op basis van de beschikbare wetenschappelijke kennis over de relatie voeding en gezondheid een verantwoord logo te bedenken. Hierin moeten namelijk zowel de energetische waarde van het voedingsmiddel als de bijdrage ervan aan de voedingsstoffenvoorziening en de bijdrage aan de preventie van aan voeding gerelateerde chronische ziekten worden meegenomen. De betekenis van de energetische waarde van het voedingsmiddel kan in de strijd tegen (de gevolgen van) overgewicht bovendien niet los gezien worden van het energiegebruik. Gezien de ervaringen met het Zweedse Keyhole logo vraag ik me ook af of de introductie van een dergelijk logo wel voldoende effect zal hebben op het keuzegedrag van de gemiddelde burger…”
Uw verbondenheid met de Voedingsraad en de Gezondheidsraad gaat dus 33 jaar terug. Waaruit bestonden uw werkzaamheden?
“Zowel bij de Voedingsraad als later bij de Gezondheidsraad was mijn werk gericht op de interactie tussen wetenschap, beleid en het maatschappelijk veld. Dat hield onder andere in dat ik beleidsrelevante wetenschappelijke ontwikkelingen signaleerde en commissies begeleidde. Ook heb ik in de loop der tijd zeer veel adviezen opgesteld.”
Welk advies ligt u het meest na aan het hart?
“Tja, met elk advies heb ik wel iets. Uiteraard zijn de adviezen die de basis vormen voor de Richtlijnen Goede Voeding (en daarmee voor de voedingsvoorlichting) van groot belang gezien de impact. Maar ook adviezen op het terrein van voedselverrijking, gezondheidsclaims en foliumzuur hebben tot veel discussie geleid. Dat maakte deze adviezen ook spraakmakend. En laat ik ook niet vergeten de adviezen te noemen die geleid hebben tot de huidige NEVO-tabel en periodieke voedselconsumptiepeilingen in ons land.”
In 2003 is het advies over overgewicht en obesitas gepubliceerd. Wat zijn wat u betreft de belangrijkste conclusies en aanbevelingen van dit advies?
”De belangrijkste conclusie in het advies is — en dat zal niemand uit het vak verbazen — dat overgewicht het gevolg is van een positieve energiebalans. Met positieve energiebalans bedoel ik dat de energetische waarde van de gebruikte voeding hoger is dan het energiegebruik door lichamelijke activiteit. In het advies wordt daarom een sterk pleidooi gehouden voor een geïntegreerde benadering bij de preventie van overgewicht. Deze benadering zou gericht moeten zijn op zowel het energetisch niveau van de voeding als op de lichamelijke activiteit. In het verleden zijn dit te vaak gescheiden trajecten geweest. Daarnaast blijkt uit het advies dat er op dit moment eigenlijk geen ‘evidence based’ succesvolle benadering voor de aanpak van het probleem van overgewicht is aan te geven. Daarom roept het advies op tot een gezond verstand benadering en een samenwerking tussen alle betrokken actoren.”
U bent nog steeds actief binnen uw vakgebied. In hoeverre kunt u merken dat de aanbevelingen uit het obesitas-advies (reeds) in de praktijk worden gebracht?
“Mede door het advies van de Gezondheidsraad staat het probleem van het toenemende overgewicht ook in Nederland op de agenda. De overheid heeft gekozen voor een benadering waarin iedereen — inclusief de burger — zijn eigen verantwoordelijkheid neemt. Dat is een moeizaam proces wat bij verscheidene betrokken actoren grote spanningen oproept, zeker als er een duidelijke regie ontbreekt. Het afgesloten convenant overgewicht en het recent tot stand gekomen actieplan ademen voor mij nog niet echt een sfeer uit van: ‘Kom op we gaan gezamenlijk het probleem aanpakken’. Er wordt, zeker in de wandelgangen, nog te veel een afwachtende houding aangenomen. Bij passiviteit en onderling zwarte pieten uitdelen is een voortvarende gezamenlijke aanpak van overgewicht echter niet gebaat.”
Momenteel bent u druk bezig met het opstellen van de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding (RGV) waarmee uw werkzaamheden voor de Gezondheidsraad definitief zijn afgerond. In de tussentijd heeft het Voedingscentrum de (her)nieuw(d)e Schijf van Vijf geïntroduceerd. Hoe verhouden deze twee zich tot elkaar in de aanpak van overgewicht?
”Ik ga er vanuit dat de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding in dezen richtinggevend zullen zijn. Bij de introductie van de nieuwe Schijf van Vijf door het Voedingscentrum is gesteld dat, indien de nieuwe richtlijnen van de Gezondheidsraad het nodig maken, de Schijf van Vijf wordt aangepast. Zo’n vaart zal het waarschijnlijk niet lopen. Vergeet niet dat de Schijf van Vijf een versimpeld icoon is van de voorlichtingsboodschap die daar achter ligt. Die boodschap is, zeker ten aanzien van overgewicht, genuanceerder dan in de Schijf van Vijf kan worden uitgebeeld. Waarschijnlijk zullen op basis van de huidige stand van de wetenschap omtrent overgewicht wel enkele aanpassingen nodig zijn, ja.”
Ter afsluiting: Hoe denkt u over de zogenoemde keuzebevorderende logo’s die momenteel door verschillende (voorlichtings)organisaties, handel en industrie ontwikkeld worden?
“Wat de huidige drang tot ‘logolisering’ van voedingsmiddelen betreft, lijkt het mij raadzaam dat de overheid de door verschillende partijen gehanteerde uitgangspunten voor een oordeel voorlegt aan de Gezondheidsraad. Los daarvan lijkt het mij razend moeilijk – zo niet onmogelijk - om op basis van de beschikbare wetenschappelijke kennis over de relatie voeding en gezondheid een verantwoord logo te bedenken. Hierin moeten namelijk zowel de energetische waarde van het voedingsmiddel als de bijdrage ervan aan de voedingsstoffenvoorziening en de bijdrage aan de preventie van aan voeding gerelateerde chronische ziekten worden meegenomen. De betekenis van de energetische waarde van het voedingsmiddel kan in de strijd tegen (de gevolgen van) overgewicht bovendien niet los gezien worden van het energiegebruik. Gezien de ervaringen met het Zweedse Keyhole logo vraag ik me ook af of de introductie van een dergelijk logo wel voldoende effect zal hebben op het keuzegedrag van de gemiddelde burger…”


