home
RSS feeds
Voeding en topsport | maart 2008

"Sport en voeding zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden"

Janine Reitsema studeerde vóór haar opleiding Voeding en Diëtetiek aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) in Groningen. Omdat sport en diëtetiek voor haar onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, werkt ze op het snijvlak van beide disciplines, en wel vanuit haar een eigen bedrijf: JR topsport. “Werken in een sportcentrum is zo geweldig interessant voor ons diëtisten.”

Je bent sportdiëtist en begeleidt diverse bekende Nederlandse topsporters. Wat doe je nog meer?
“Ik ben begonnen op de ALO met als doel om gymjuf te worden. Ook gaf ik in mijn vrije tijd les in aerobics, jazzgymnastiek, turnen en squash. Uit interesse ben ik de studie Voeding en Diëtetiek gaan doen. Toen ik klaar was, ben ik naar Den Haag verhuisd en heb ik een jaar als rayonmanager bij Friesche Vlag (tegenwoordig Royal Friesland Foods – red.) gewerkt. Een ideale omgeving om commerciële vaardigheden op te doen. Daarna ben ik parttime voor mezelf begonnen, naast een baan als gymjuf en sportinstructeur.

Momenteel ben ik docent voeding aan de Hogeschool Van Amsterdam, doe ik aan topsport begeleiding bij o.a. het Olympisch Team, heb ik net een sport- en voedingproject bij de politie afgerond en geef ik 1 avond per week les op een sportschool (spinning). Ook geef ik nog 8x per jaar verschillende bijscholingen aan de fitnessinstructeursopleiding. Ik werk vanuit mijn eigen bedrijf JR topsport.”

Je bent één van de vijf sportdiëtisten die Olympische sporters op weg naar Peking begeleiden. Kun je in het kort iets vertellen over de type sporters die je begeleidt en waar jouw begeleiding uit bestaat?
“Ik begeleid voornamelijk teamsporters maar ook een aantal individuele sporters. Bij teamsporters ga ik bij voorkeur met het hele team gezamenlijk aan de slag. Dat zijn o.a. basketballers, volleyballers en hockeyers. Het zijn afzonderlijke doelgroepen met vaak per sport specifieke vragen. Maar over het algemeen is het thema verantwoord afvallen in combinatie met het opbouwen van spiermassa. Bij teambegeleiding zit de echte winst in het meekrijgen van de hele groep. Teamleden doen elkaar allemaal na. Gaat één speelster bijvoorbeeld Sonja Bakkeren, dan volgt de rest al rap. Aan mij de schone taak om ze daar weer zo snel mogelijk vanaf te praten. Nee, serieus, teamleden zijn echte gemeenschapsmensen. Ze willen samen voor resultaat gaan. Daarom kiezen ze bijna altijd dezelfde aanpak. De sporters voelen zich het prettigst als ze allemaal op één lijn zitten. Uiteraard vraagt een keeper andere detailadviezen dan een aanvaller. De één moet telkens kort kunnen vlammen, terwijl de ander een hele wedstrijd lang moet kunnen draven.”

Hoe is jouw aanpak bij individuele sporters; waarin verschilt een individueel advies van een groepadvies of -aanpak?
“De topsporters die ik begeleid, sporten zonder uitzondering op hoog niveau, NK, EK, WK en OS, dat soort evenementen. Zij hebben vaak zeer specifieke vragen, zoals “Hoe kan ik breder worden en meer spiermassa kweken, zonder aan te komen in vetmassa?”. In zo’n geval pak ik de trainings- en voedingsschema’s erbij, ga ik om de tafel zitten met de krachttrainer, en bespreken we suppletie met creatine- en/of eiwitsupplementen. Topsporters gaan altijd zeer doelgericht te werk, ze willen snel veel resultaat zien. Het is echter wel zaak om als diëtist goed te blijven luisteren naar de sporter en zijn/haar begeleiders. Naast de hoofdvraag blijken namelijk vaak ook andere hulpvragen te leven. Zoals bij een jonge turnster die ik ontmoette. Zij had al haar trainingsschema’s (gemiddeld 30 uur per week) goed voor elkaar, haar resultaten gingen vooruit. Ze bleef alleen zo moe, had weinig energie over. Haar trainer vroeg me toen eens specifiek naar haar voeding te kijken. En daar bleek nog winst te behalen.”

Als het gaat om sporten met specifieke gewichtscategorieën zoals boksen of judo, wat is er dan met name zo belangrijk ten aanzien van voeding?
“Kijk, gewichtsklassesporters willen eigenlijk tijdens wedstrijden altijd iets zwaarder zijn ten opzichte van hun officiële gewichtsklasse. Dat geeft hen letterlijk en figuurlijk meer gewicht, waardoor ze meer massa hebben en meer weerstand kunnen bieden aan hun tegenstander. Dàt kleine beetje meer gewicht kan net het verschil uitmaken tussen winst en verlies. Echter, vlak voor de wedstrijd is er het weegmoment, wat bepaalt of ze in hun gewichtsklasse mogen uitkomen. Simpel gesteld komt het erop neer dat deze topsporters willen afvallen vóór het weegmoment en juist weer willen aankomen vóór de wedstrijd. En daar zit vaak nauwelijks 24 uur tussen. Wat doe je dan? Om dat te bereiken moet je in de aanloop naar het weegmoment veel trainen, veel zweten en veel vocht verliezen. En daarna weer vlot herstellen door goed te eten. De grote vraag is hoe raak je al trainend die paar kilo kwijt zonder spieren te verbranden? En daaraan gerelateerd: Hoe win je aan spiergewicht en kracht en niet aan vetmassa? (1)

Voor het antwoord op die vraag en andere vragen hebben we met een paar collega’s het project ‘Eet Je Naar De Top’ gemaakt. Anja van Geel vertelt er in haar interview ook over (zie Interview Anja van Geel – red.). Door topsporters veel vragen te stellen over wat ze eten en vooral ook waarom, willen wij ze bewust maken van hun keuzes. Hoe eet je het best voor een training? Hoe eet je het best voor een wedstrijd? Wij willen ze leren wat de juiste keuzes zijn. Die kennis blijkt vaak niet aanwezig te zijn. Het heeft me vooral verbaasd hoe verschillend de eetpatronen waren – de ene sporter at heel veel en de ander bijna niks – en hoe weinig feitenkennis over goede voeding men had. Daar ligt dus een héle grote markt voor de sportdiëtist! Anderen waren juist weer wel heel erg bewust van de mogelijke voordelen die uit goede voeding te behalen zijn. Met hen stap je op een hoger niveau een gesprek in.”

Je gaat zelf niet mee naar Peking; wat zou je ‘je sporters’ nog willen meegeven voor vertrek?
“De sporters kunnen me voor advies altijd bellen hoor, dat weten ze. Maar ik zou ze met klem willen afraden om daar in Peking te gaan experimenteren met voeding. Zo van, “hé, dat ziet er lekker uit, of hé, dat hebben we thuis niet…” Niet doen! Blijf bij wat je gewend bent. Je kunt je immers geen maag-/darmproblemen veroorloven, en die liggen bij warme temperaturen, grote inspanningen en vermoeidheid juist wel op de loer.

Daarnaast mag je het belang van vocht nooit vergeten. Het is warm in Peking, er wordt veelal buiten gesport en de luchtvochtigheid is afwijkend. Allemaal factoren die bijdragen aan vochtverlies. Vochtverlies is prestatieverlies, dus eigenlijk zou je ook moeten trainen op verantwoord drinken. Dus in redelijke hoeveelheden en voorzien van de noodzakelijke mineralen. Op uitdroging zit geen enkele sporter te wachten!”

Tot slot: hoe belangrijk is voeding als het gaat om topprestaties op sportgebied?
”De weg naar succes is in mijn optiek een grote puzzel. Inzet, talent, training maar ook voeding vormt één van die puzzelstukjes. Niet alle puzzelstukjes zijn even groot maar ze dragen gezamenlijk wel bij aan het uiteindelijke succes van de sporter. Iedereen heeft immers de juiste balans nodig tussen energieverbruik en -herstel. Voeding kan daarin een cruciale rol spelen. Als sportdiëtist kun je sporters bij uitstek helpen die persoonlijke balans te vinden.”

Janine Reitsema is bereid vragen van lezers van de Nieuwsbrief over voeding en sport te beantwoorden via info@jrtopsport.nl. Kijk ook op haar website www.jrtopsport.nl.

1) Op de website www2.sport.nl is meer informatie te vinden over dit zogeheten ‘aftrainen’ en met name over de risico’s ervan.