

Voeding en topsport | maart 2008
"Fitter en scherper als je goed eet"
Willy Kanis (’84) en Yvonne Hijgenaar (’80) vormen een gouden koppel in de wereld van baanwielrennen. In 2006 veroverden ze de gouden plak op het onderdeel teamsprint bij de Wereld Beker baan-kampioenschappen in Manchester. In 2007 haalden zij een zilveren medaille op de Wereldkampioenschappen in Mallorca. Komt dit succesvolle teamwork behalve door samen te trainen en te koersen ook door samen te eten?Jullie zijn wielrensters – welke discipline beoefenen jullie?
Willy: “Wij doen aan baanwielrennen. Zelf doe ik dit nu al zo’n 5 jaar. Ik heb aan wereldbekers en wereldkampioenschappen deelgenomen, en ik ga binnenkort naar de Olympische Spelen in Peking voor het onderdeel baanwielrennen. In de zomer zit ik meestal op een BMX-crossfiets en in de winter ben ik voornamelijk bezig met baanwielrennen. Ik verdeel dus mijn tijd tussen twee verschillende disciplines. Met resultaat. Want in 2006 werd ik Europese indoorkampioen fietscross in Zwolle en in datzelfde jaar werd ik ook wereldkampioen fietscrossen in Brazilië.”
Yvonne: “Ik beoefen het wielrennen vanaf 2001. Daarvoor heb ik 10 jaar geschaatst en 5 jaar gehandbald. Sinds 2001 heb ik elk jaar aan het WK deel genomen. In 2004 deed ik mee aan de Olympische Spelen in Athene, en dit jaar heb ik me weer geplaatst voor de Olympische Spelen in Peking. Als specialisme noem ik altijd: sprinten op de baan.”
Jullie gaan dit jaar naar de Olympische Spelen in Peking. Hoe zien jullie trainingsschema’s eruit en in hoeverre wijken deze schema’s af van een niet-Olympisch jaar?
Willy: “Mijn huidige trainingsschema verschilt eigenlijk niet zo veel van een trainingsschema in een periode dat ik naar een WK toewerk. Je wilt in beide gevallen bij de wedstrijden in een zo goed mogelijke vorm zijn. Je probeert altijd het beste uit jezelf te halen. Dat betekent veel op de baan trainen. Ook doen we aan krachttraining en verder rijden we voor de inhoud ook nog wat op de weg. Je begrijpt dat ik niet alles prijsgeef wat ik in de aanloop doe, maar hier komt het wel zo’n beetje op neer.”
Yvonne: “Ik heb dit jaar alle wereldbeker wedstrijden gereden, dus best veel gereisd. Na het WK moest ik dan ook echt twee weken helemaal niks doen om bij te komen. Momenteel bestaat mijn voorbereiding uit veel lange sprints op de baan. Op een gegeven moment, als de Olympische Spelen dichterbij komen, worden de sprints steeds korter. In een niet-Olympisch jaar zou ik veel meer op de weg bezig zijn geweest. In een Olympisch jaar ben je eigenlijk alleen maar gericht op een ding, namelijk De Spelen!”
In de aanloop naar de Olympische Spelen worden jullie onder andere begeleid door een sportdiëtist. Zijn de effecten van de voedingsadviezen voor jullie duidelijk merkbaar?
Willy: “Ik krijg wel voedingsadvies maar dat houdt niet in dat ik een echt dieet volg. Ik weet zelf wel ongeveer wat ik wel en niet kan eten. Mijn voedingspatroon is een keer door de sportdiëtist geanalyseerd en aan de hand daarvan heeft men een goed doordacht advies opgesteld. Dit verschilde eigenlijk niet zo heel veel van mijn eigen voedingspatroon. In dat opzicht is het effect van de (nieuwe) voedingsadviezen voor mij niet spectaculair.”
Yvonne: “Bij mij zijn de voedingsadviezen zeer goed merkbaar in mijn presteren, vind ik. Bij de baanselectie hebben we dus een sportdiëtist die me goed helpt, Floris Wardenaar. Hij komt elke maand langs wanneer we baantraining doen en dan meet hij onder andere onze vetpercentages. Zijn voedingsadviezen komen meestal goed van pas. Het verschil dat ik merk in mijn sportprestaties ligt niet in seconden sneller rijden maar ik ben nu veel bewuster met voeding bezig. Ook mijn gewicht is erg stabiel.”
Hoe ziet jullie voeding voor, tijdens en na een wedstrijd eruit? En, gebruiken jullie bijvoorbeeld wel eens voedingssupplementen en/of sportdranken?
Willy: “Voor de wedstrijd probeer ik zo veel mogelijk energie in de vorm van koolhydraatrijke voeding in te nemen, want tijdens de wedstrijd kan ik uit praktisch oogpunt niet veel meer eten. Ik eet dan o.a. banaan en ontbijtkoek. Wel drink ik tijdens de wedstrijd dorstlessers en energiedranken om het niet kunnen eten te compenseren. Na de wedstrijd ligt het eraan of we de dag erna nog een wedstrijd hebben of dat we klaar zijn. Hebben we nog een wedstrijd, dan probeer ik wederom zo veel mogelijk koolhydraten te eten. Dat gaat dan bij voorkeur in de vorm van pasta. Zijn we echter na die ene wedstrijd klaar, dan is het minder belangrijk wat ik eet of drink.”
Yvonne: “Wel herkenbaar wat jij eet, maar zelf vind ik dat niet heel bijzonder. Ik vind dat ik eigenlijk heel gewoon eet ook al let ik wel goed op de variatie en ben ik matig met suiker. Vóór een belangrijke wedstrijd eet ik altijd pasta of rijst aangevuld met kip en groente. Lekker licht. Tijdens de wedstrijd zorg ik ervoor dat ik veel drink, water en sportdranken. Eten tijdens de wedstrijd beperkt zich tot soms een banaantje of een Liga. Na de wedstrijd is het ook niet spectaculair anders dan anders: dan eet ik weer pasta of rijst met groente, en voor de verandering dan wel eens met ander vlees dan kip.”
Als wielrenners letten jullie voortdurend op je gewicht. Die focus zou op den duur voedingsproblemen in de hand kunnen werken. Kijk naar Leontien van Moorsel; zij ontwikkelde in haar hoogtijdagen anorexia nervosa. Hoe gaan jullie met die voortdurende druk op je gewicht - en daarmee op voeding - om?
Willy: “Natuurlijk is het heel belangrijk voor mij als wielrenner dat ik goed op gewicht zit. Daarbij gaat het met name om een goed vetpercentage. Dat wordt dan ook nauwlettend in de gaten gehouden door Floris. Door hierop te focussen worden mijn prestaties zeker positief beïnvloed, maar er zijn nog veel meer zaken die meespelen om goed te kunnen presteren. Trainen is natuurlijk het belangrijkste. Maar ook het materiaal moet wel goed zijn. Ik vind het over het algemeen niet erg dat ik op mijn voeding moet letten. Ook als ik niet zou sporten, dan zou ik me ook niet helemaal kogelrond willen eten. Het is niet meer dan normaal dat je op je gewicht en op je voeding let.”
Yvonne: “Ik ben het met Willy eens dat gewicht belangrijk is binnen onze sport. Maar persoonlijk heb ik geen last van die voortdurende druk die er voor ons op voeding en gewicht zou rusten. Het gaat op dit moment erg goed met me. Nu ik erover nadenk heb ik eigenlijk nooit problemen met mijn gewicht of met voeding gehad. Niet dat ik me kan herinneren tenminste.“
Ten slotte: In hoeverre achten jullie voeding belangrijk voor een topprestatie?
Willy: “Voeding is zeker belangrijk. Als je te weinig energie tot je neemt en bovendien in de verkeerde vorm – in mijn geval als ik te weinig koolhydraten eet - dan kun je daar veel resultaat mee verliezen. Maar voor mij zijn niet alleen koolhydraten belangrijk; het gaat erom dat ik van alle voedingsstoffen genoeg binnenkrijg. Als ik krachttraining doe moet ik bijvoorbeeld weer genoeg eiwitten binnenkrijgen, als we op duursport trainen juist weer genoeg koolhydraten. Zonder goede voeding heb je nu eenmaal geen energie om een topprestatie te leveren.”
Yvonne: “Je voelt je gewoon wat scherper en fitter als je goed eet.”
Willy: “Ik wil nog wel even kwijt dat voeding voor mij wel iets persoonlijks is. Eigenlijk weten we ieder voor onszelf wat het beste is, voor Yvonne is dat weer anders dan voor mij: Het is dus niet zo dat wel elkaar na-apen omdat we nu toevallig voor één ploeg rijden en samen één team vormen. Samen eten doen we puur voor de gezelligheid!”
Yvonne: “Helemaal mee eens!”
Willy: “Wij doen aan baanwielrennen. Zelf doe ik dit nu al zo’n 5 jaar. Ik heb aan wereldbekers en wereldkampioenschappen deelgenomen, en ik ga binnenkort naar de Olympische Spelen in Peking voor het onderdeel baanwielrennen. In de zomer zit ik meestal op een BMX-crossfiets en in de winter ben ik voornamelijk bezig met baanwielrennen. Ik verdeel dus mijn tijd tussen twee verschillende disciplines. Met resultaat. Want in 2006 werd ik Europese indoorkampioen fietscross in Zwolle en in datzelfde jaar werd ik ook wereldkampioen fietscrossen in Brazilië.”
Yvonne: “Ik beoefen het wielrennen vanaf 2001. Daarvoor heb ik 10 jaar geschaatst en 5 jaar gehandbald. Sinds 2001 heb ik elk jaar aan het WK deel genomen. In 2004 deed ik mee aan de Olympische Spelen in Athene, en dit jaar heb ik me weer geplaatst voor de Olympische Spelen in Peking. Als specialisme noem ik altijd: sprinten op de baan.”
Jullie gaan dit jaar naar de Olympische Spelen in Peking. Hoe zien jullie trainingsschema’s eruit en in hoeverre wijken deze schema’s af van een niet-Olympisch jaar?
Willy: “Mijn huidige trainingsschema verschilt eigenlijk niet zo veel van een trainingsschema in een periode dat ik naar een WK toewerk. Je wilt in beide gevallen bij de wedstrijden in een zo goed mogelijke vorm zijn. Je probeert altijd het beste uit jezelf te halen. Dat betekent veel op de baan trainen. Ook doen we aan krachttraining en verder rijden we voor de inhoud ook nog wat op de weg. Je begrijpt dat ik niet alles prijsgeef wat ik in de aanloop doe, maar hier komt het wel zo’n beetje op neer.”
Yvonne: “Ik heb dit jaar alle wereldbeker wedstrijden gereden, dus best veel gereisd. Na het WK moest ik dan ook echt twee weken helemaal niks doen om bij te komen. Momenteel bestaat mijn voorbereiding uit veel lange sprints op de baan. Op een gegeven moment, als de Olympische Spelen dichterbij komen, worden de sprints steeds korter. In een niet-Olympisch jaar zou ik veel meer op de weg bezig zijn geweest. In een Olympisch jaar ben je eigenlijk alleen maar gericht op een ding, namelijk De Spelen!”
![]() |
![]() |
|
| Foto: Willy Kanis | Foto: Yvonne Hijgenaar |
In de aanloop naar de Olympische Spelen worden jullie onder andere begeleid door een sportdiëtist. Zijn de effecten van de voedingsadviezen voor jullie duidelijk merkbaar?
Willy: “Ik krijg wel voedingsadvies maar dat houdt niet in dat ik een echt dieet volg. Ik weet zelf wel ongeveer wat ik wel en niet kan eten. Mijn voedingspatroon is een keer door de sportdiëtist geanalyseerd en aan de hand daarvan heeft men een goed doordacht advies opgesteld. Dit verschilde eigenlijk niet zo heel veel van mijn eigen voedingspatroon. In dat opzicht is het effect van de (nieuwe) voedingsadviezen voor mij niet spectaculair.”
Yvonne: “Bij mij zijn de voedingsadviezen zeer goed merkbaar in mijn presteren, vind ik. Bij de baanselectie hebben we dus een sportdiëtist die me goed helpt, Floris Wardenaar. Hij komt elke maand langs wanneer we baantraining doen en dan meet hij onder andere onze vetpercentages. Zijn voedingsadviezen komen meestal goed van pas. Het verschil dat ik merk in mijn sportprestaties ligt niet in seconden sneller rijden maar ik ben nu veel bewuster met voeding bezig. Ook mijn gewicht is erg stabiel.”
Hoe ziet jullie voeding voor, tijdens en na een wedstrijd eruit? En, gebruiken jullie bijvoorbeeld wel eens voedingssupplementen en/of sportdranken?
Willy: “Voor de wedstrijd probeer ik zo veel mogelijk energie in de vorm van koolhydraatrijke voeding in te nemen, want tijdens de wedstrijd kan ik uit praktisch oogpunt niet veel meer eten. Ik eet dan o.a. banaan en ontbijtkoek. Wel drink ik tijdens de wedstrijd dorstlessers en energiedranken om het niet kunnen eten te compenseren. Na de wedstrijd ligt het eraan of we de dag erna nog een wedstrijd hebben of dat we klaar zijn. Hebben we nog een wedstrijd, dan probeer ik wederom zo veel mogelijk koolhydraten te eten. Dat gaat dan bij voorkeur in de vorm van pasta. Zijn we echter na die ene wedstrijd klaar, dan is het minder belangrijk wat ik eet of drink.”
Yvonne: “Wel herkenbaar wat jij eet, maar zelf vind ik dat niet heel bijzonder. Ik vind dat ik eigenlijk heel gewoon eet ook al let ik wel goed op de variatie en ben ik matig met suiker. Vóór een belangrijke wedstrijd eet ik altijd pasta of rijst aangevuld met kip en groente. Lekker licht. Tijdens de wedstrijd zorg ik ervoor dat ik veel drink, water en sportdranken. Eten tijdens de wedstrijd beperkt zich tot soms een banaantje of een Liga. Na de wedstrijd is het ook niet spectaculair anders dan anders: dan eet ik weer pasta of rijst met groente, en voor de verandering dan wel eens met ander vlees dan kip.”
Als wielrenners letten jullie voortdurend op je gewicht. Die focus zou op den duur voedingsproblemen in de hand kunnen werken. Kijk naar Leontien van Moorsel; zij ontwikkelde in haar hoogtijdagen anorexia nervosa. Hoe gaan jullie met die voortdurende druk op je gewicht - en daarmee op voeding - om?
Willy: “Natuurlijk is het heel belangrijk voor mij als wielrenner dat ik goed op gewicht zit. Daarbij gaat het met name om een goed vetpercentage. Dat wordt dan ook nauwlettend in de gaten gehouden door Floris. Door hierop te focussen worden mijn prestaties zeker positief beïnvloed, maar er zijn nog veel meer zaken die meespelen om goed te kunnen presteren. Trainen is natuurlijk het belangrijkste. Maar ook het materiaal moet wel goed zijn. Ik vind het over het algemeen niet erg dat ik op mijn voeding moet letten. Ook als ik niet zou sporten, dan zou ik me ook niet helemaal kogelrond willen eten. Het is niet meer dan normaal dat je op je gewicht en op je voeding let.”
Yvonne: “Ik ben het met Willy eens dat gewicht belangrijk is binnen onze sport. Maar persoonlijk heb ik geen last van die voortdurende druk die er voor ons op voeding en gewicht zou rusten. Het gaat op dit moment erg goed met me. Nu ik erover nadenk heb ik eigenlijk nooit problemen met mijn gewicht of met voeding gehad. Niet dat ik me kan herinneren tenminste.“
Ten slotte: In hoeverre achten jullie voeding belangrijk voor een topprestatie?
Willy: “Voeding is zeker belangrijk. Als je te weinig energie tot je neemt en bovendien in de verkeerde vorm – in mijn geval als ik te weinig koolhydraten eet - dan kun je daar veel resultaat mee verliezen. Maar voor mij zijn niet alleen koolhydraten belangrijk; het gaat erom dat ik van alle voedingsstoffen genoeg binnenkrijg. Als ik krachttraining doe moet ik bijvoorbeeld weer genoeg eiwitten binnenkrijgen, als we op duursport trainen juist weer genoeg koolhydraten. Zonder goede voeding heb je nu eenmaal geen energie om een topprestatie te leveren.”
Yvonne: “Je voelt je gewoon wat scherper en fitter als je goed eet.”
Willy: “Ik wil nog wel even kwijt dat voeding voor mij wel iets persoonlijks is. Eigenlijk weten we ieder voor onszelf wat het beste is, voor Yvonne is dat weer anders dan voor mij: Het is dus niet zo dat wel elkaar na-apen omdat we nu toevallig voor één ploeg rijden en samen één team vormen. Samen eten doen we puur voor de gezelligheid!”
Yvonne: “Helemaal mee eens!”
Nieuwsbrief inhoudsopgave
Kort nieuws
Nieuws aanmelden
Wellicht heeft u zelf een nieuwtje dat in aanmerking komt voor plaatsing in deze rubriek? Mailt u ons op info@suikerstichting.nl.




