

Voeding en bioritme | december 2008
Biologische klok markeert einde adolescentie
Als hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen heeft Martha Merrow een bijzonder druk lesschema. Toch starten haar colleges nooit voor tien uur ’s ochtends. De reden: studenten zijn nu eenmaal geen ochtendmensen.Prof.dr. Martha Merrow, hoogleraar Molecular and Genetic Chronobiology bij de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen, is een expert op het gebied van de moleculaire en genetische regulatie van de biologische klok en het gedrag dat hieruit voortvloeit.
Ochtendmens of avondmens; welk chronotype iemand vertegenwoordigt is in iemands genen vastgelegd. Daarnaast is de hoeveelheid licht die iemand opdoet gedurende de dag ook van invloed op de biologische klok. Martha Merrow breekt bovendien een lans voor het feit dat iemands leeftijd een belangrijke rol speelt bij het dagelijkse tikken van de biologische klok.
Merrow en haar team hebben onderzoek gedaan bij ca. 80.000 mensen van alle leeftijden. Hierin was te zien dat ons chronotype steeds verder verschuift naarmate we ouder worden. Ochtendmensen worden in de puberteit avondmensen zelfs wanneer ze daarvóór echte vroege vogels waren. Als men uitgaat van de biologische klok van de gemiddelde puber is het dus eigenlijk vreemd dat al die scholieren ’s ochtends zo vroeg moeten opstaan om op tijd op school te komen. Volgens Merrow worden pubers dan ook ten onrechte van luiheid beschuldigd en zijn ze gewoon slachtoffer van hun biologische klok.
Vroeg naar bed gaan is voor veel pubers sowieso geen welkom advies maar bovendien niet logisch. Als avondmens moeten zij voortdurend strijd leveren met het vooroordeel ‘dat wat extra slaap of vroeg naar bed hen goed zal doen’. Nemen zij dit advies ter harte, dan liggen ze vervolgens uren klaarwakker naar het plafond van hun slaapkamer te staren. Het is simpelweg hun tijd nog niet om te slapen. Hun biologische klok vraagt om heel andere dingen... Past een puber zich dan ook geforceerd aan aan het vroege schema van school, gezin en maatschappij, dan komt hij standaard slaap tekort. En slaaptekort is weer niet goed voor de concentratie op school of tijdens de studie.
Zo rond de leeftijd van twintig jaar is er een kentering te zien (zie fig.1) in de ontwikkeling naar langslaper. Avondmensen beginnen vanaf dat moment, weliswaar heel langzaam, in ochtendmensen te veranderen. Echter, wanneer men na het werkzame leven eindelijk tijd heeft om uit te slapen, kan het vaak niet meer. Dan tikt de biologische klok namelijk zoveel sneller dat elke dag vroeg opstaan juist weer onontkoombaar blijkt.
Figuur 1: Chronotype is age-dependent

Bron: Roenneberg, T., Kuehnle, T., Pramstaller, P.P., Ricken, J., Havel, M., Guth, A., and Merrow, M. (2004). A marker for the end of adolescence. Curr. Biol. 14, R1038-R1039.
Ochtendmens of avondmens; welk chronotype iemand vertegenwoordigt is in iemands genen vastgelegd. Daarnaast is de hoeveelheid licht die iemand opdoet gedurende de dag ook van invloed op de biologische klok. Martha Merrow breekt bovendien een lans voor het feit dat iemands leeftijd een belangrijke rol speelt bij het dagelijkse tikken van de biologische klok.
Merrow en haar team hebben onderzoek gedaan bij ca. 80.000 mensen van alle leeftijden. Hierin was te zien dat ons chronotype steeds verder verschuift naarmate we ouder worden. Ochtendmensen worden in de puberteit avondmensen zelfs wanneer ze daarvóór echte vroege vogels waren. Als men uitgaat van de biologische klok van de gemiddelde puber is het dus eigenlijk vreemd dat al die scholieren ’s ochtends zo vroeg moeten opstaan om op tijd op school te komen. Volgens Merrow worden pubers dan ook ten onrechte van luiheid beschuldigd en zijn ze gewoon slachtoffer van hun biologische klok.
Vroeg naar bed gaan is voor veel pubers sowieso geen welkom advies maar bovendien niet logisch. Als avondmens moeten zij voortdurend strijd leveren met het vooroordeel ‘dat wat extra slaap of vroeg naar bed hen goed zal doen’. Nemen zij dit advies ter harte, dan liggen ze vervolgens uren klaarwakker naar het plafond van hun slaapkamer te staren. Het is simpelweg hun tijd nog niet om te slapen. Hun biologische klok vraagt om heel andere dingen... Past een puber zich dan ook geforceerd aan aan het vroege schema van school, gezin en maatschappij, dan komt hij standaard slaap tekort. En slaaptekort is weer niet goed voor de concentratie op school of tijdens de studie.
Zo rond de leeftijd van twintig jaar is er een kentering te zien (zie fig.1) in de ontwikkeling naar langslaper. Avondmensen beginnen vanaf dat moment, weliswaar heel langzaam, in ochtendmensen te veranderen. Echter, wanneer men na het werkzame leven eindelijk tijd heeft om uit te slapen, kan het vaak niet meer. Dan tikt de biologische klok namelijk zoveel sneller dat elke dag vroeg opstaan juist weer onontkoombaar blijkt.
Figuur 1: Chronotype is age-dependent

Bron: Roenneberg, T., Kuehnle, T., Pramstaller, P.P., Ricken, J., Havel, M., Guth, A., and Merrow, M. (2004). A marker for the end of adolescence. Curr. Biol. 14, R1038-R1039.
Nieuwsbrief inhoudsopgave
Kort nieuws
Nieuws aanmelden
Wellicht heeft u zelf een nieuwtje dat in aanmerking komt voor plaatsing in deze rubriek? Mailt u ons op info@suikerstichting.nl.


