home
RSS feeds
Een nieuwe kijk op overgewicht | maart 2009

Interview prof.dr.ir. Kees de Graaf

Prof.dr.ir. Kees de Graaf is hoogleraar Sensoriek en eetgedrag aan Wageningen Universiteit.

Overgewicht is een groeiend probleem in onze samenleving. Meer bewegen en minder eten waren jarenlang het credo. Momenteel gaan er stemmen op voor een bredere aanpak, met onder andere een rol voor smaak. We vroegen prof.dr.ir. De Graaf naar zijn mening.


Is er volgens u een relatie tussen smaak en overgewicht?
“Een goede smaak (of iets lekker is) is gerelateerd aan de inneming; mensen eten meer van aangenamere voedingsmiddelen dan van minder lekker voedsel. Mensen kiezen ook vaak datgene dat ze het meest lekker vinden. De voedselvoorkeuren van mensen met overgewicht verschillen niet veel van de voorkeuren van mensen met een normaal gewicht. Mensen met overgewicht zijn wel gevoeliger voor wat betreft inneming als het gaat om een aangename smaak; de relatie tussen aangenaamheid en inneming is sterker bij mensen met overgewicht. Mensen met overgewicht reageren ook eerder op sensorische signalen uit de omgeving. Een theorie daarvoor is dat mensen met overgewicht minder gevoelig zijn voor de beloningswaarde of verzadiging van voedsel, en daardoor meer eten om uiteindelijk op dezelfde beloningswaarde uit te komen. Ze zijn dan dus later sensorisch verzadigd¹.”

Als je de smaak van voedingsmiddelen zou aanpassen, zou je daarmee de oplossing voor overgewicht hebben gevonden? Bijvoorbeeld door dranken geleidelijk minder zoet te laten smaken, kan smaakgewenning aan minder zoet ontstaan. Denkt u dat je met dit soort initiatieven overgewicht kunt aanpakken?
“Dranken geleidelijk minder zoet maken kan een bijdrage leveren aan een lagere energie-inneming. Deze mogelijkheden zijn echter beperkt, omdat een te lage zoetheid niet zal worden geaccepteerd. Een alternatief is het gebruik van kunstmatige zoetstoffen. Hiermee los je het probleem van overgewicht natuurlijk niet op. De smaak van voedingsmiddelen aanpassen door ze bijvoorbeeld iets minder zoet te maken is slechts een klein onderdeel van een groot aantal mogelijke maatregelen.”

Hoe komt het dat de ene mens wel een zak snoepjes (chips) leeg kan eten en de andere niet? Ofwel, waarom is de sensorische verzadiging tussen mensen zo verschillend?
“Tja, mensen verschillen nu eenmaal. De ene persoon kan zich beter inhouden of beheersen dan de ander. Sommigen hebben wellicht ook minder behoefte om een zak chips leeg te eten. Dit houdt wellicht samen met de theorie over verzadiging (zie hierboven). Mensen eten misschien ook wel met een verschillende aandacht of met een verschillende snelheid. Mensen met overgewicht eten over het algemeen wat sneller. Van weinig aandacht aan het eten besteden en sneller eten is bekend dat het eerder kan leiden tot overeten c.q. minder verzadiging.”

Wat zijn volgens u de trends in het kader van overgewicht en smaak de komende jaren?
“Langzaam eten en mindful eten zie ik wel als trends. Hier zou je verdere tests op moeten doen om te kijken of dit op langere termijn helpt. Een andere trend kan zijn dat men moet proberen om de omgeving anders in te richten, ook voor wat betreft het eten en drinken.

Daarnaast denk ik dat eetlustremmers in het voedsel een goede toekomst tegemoet gaan. Denk hierbij aan de verschillen in verzadiging bij eenzelfde product, bijvoorbeeld een appel. Appelsap geeft minder verzadiging dan appelmoes dat weer minder verzadiging geeft dan een appel waarin je bijt. Die handappel heeft als het ware een ingebouwde rem. Bij de werking van eetlustremmers moet men niet denken aan een magic bullet. Die is er niet, en die zal er voorlopig ook niet komen. Ik kan me wel voorstellen dat er producten komen die je langzamer eet, ofwel die langer hun vaste structuur in de maag behouden (zodat je een vol gevoel houdt), ofwel die anderszins tot een hogere verzadiging leiden.

Overigens is overgewicht een belangrijk maatschappelijk probleem, met name in lagere sociaal economische klassen, en dan vooral bij kinderen. Ik denk dat daar veel aandacht voor moet komen en hoop dat men vanuit het volksgezondheidsperspectief naar maatregelen gaat kijken. In elk geval maatregelen, waarbij met name die kinderen in de lagere sociaal economische klassen bereikt worden.”

Voetnoten
1) Stice, E. Spoor, S. Bohon, C. Small, D.M. Relation between obesity and blunted striatal response to food is moderated bij TaqIA A1 Allele. Science, Vol 322, 2008