

40 jaar Suikerstichting Nederland | december 2009
Sweet & sour
Discussie aan de hand van stellingenAan het einde van de bijeenkomst “Sweet Memories” vond er een levendige discussie plaats. Elk van de drie sprekers lichtte één of meer stellingen toe en ging vervolgens onder leiding van Frans Kok, hoogleraar Humane Voeding van Wageningen Universiteit, in gesprek met de zaal. Hierbij een aantal ‘highlights’ van die discussie.
Wetenschap met suiker smaakt beter dan voeding- en marketingbeleid met suiker
Albert Markusse legt de stelling uit door te betogen dat hoewel de wetenschap heel genuanceerd over het product suiker oordeelt, dit vaak niet in voeding- en marketingbeleid tot uitdrukking komt.
Vrijwel het gehele publiek is het met deze stelling eens. Eén van de toehoorders merkt op dat er zelfs reclame gemaakt wordt voor producten door deze aan te prijzen met de kwalificatie ‘zonder suiker’. Zijns inziens zou bovenstaande stelling dan ook uitgebreid kunnen worden met “smaakt beter dan voeding- en marketingbeleid met én zonder suiker”.

Gezondheid wordt meer psychologisch dan fysiologisch bepaald
Bob Cramwinckel haalt voor de verdediging van zijn stelling een recent artikel uit NRC Handelsblad aan, waarin de Australische schaatser en wedstrijdzeiler Colin Coates stelt dat de geest het sterkste onderdeel van het menselijk lichaam is. Door de geest kan een sporter helse pijn en vermoeidheid overwinnen terwijl deze vaak pas na de finish last krijgt van een blessure of ernstige kwetsuur. Cramwinckel denkt dat gezondheid stoelt op een wisselwerking, een interactie, tussen lichaam en geest.
Uit het publiek komen direct enkele tegenwerpingen. Klopt niet, zegt men, of ‘onzinstelling’. Groot struikelblok vormt het woord gezondheid. Gezondheid is in deze stelling niet duidelijk genoeg gedefinieerd en kun je, zo is de algemene mening, niet volledig met je geest beïnvloeden noch beheersen. Denk aan erfelijke vormen van kanker. Wordt het woord gezondheid in de stelling vervangen door het woord welbevinden, dan stemt een groot deel van de zaal wel met de stelling in. Cramwinckel blijft erbij dat iemand die technisch gezien niet 100% gezond is maar die wel een positieve instelling heeft, zichzelf toch kerngezond kan voelen. Gezondheid als ervaring.
Een laatste opmerking luidt dat zowel stelling 1 als stelling 2 aangeeft hoe ontzettend veel ruimte er is voor marketeers om hun claims te deponeren…
Negatieve claims, zoals ‘geen suiker toegevoegd’, ‘met minder suiker’ of ‘zonder suiker’, houden het negatieve imago van suiker in stand en zijn in die zin vrijwel altijd misleidend
Gertjan Schaafsma refereert in zijn toelichting aan een discussie uit 2001 met de vorige directeur van Suikerstichting Nederland, dhr. Arnold Balfoort, een fel tegenstander van negatieve claims. Schaafsma was destijds nog van mening dat de vermelding van ‘drinkyoghurt zonder suiker’ in feite louter informatief was. Toen Schaafsma zich later evenwel in de claimwetgeving ging verdiepen kwam hij tot de conclusie dat negatieve claims wel degelijk ten onrechte een negatief imago in stand houden.

Eén van de tegenwerpingen luidt dat negatieve claims over suiker er altijd zullen zijn, maar dat het zaak is dat de wetenschap meer onderzoek doet, blijft publiceren en er aldus positieve claims tegenover stelt. Een gezond tegenwicht dus, om uiteindelijk te komen tot een positief imago. Waarop als antwoord komt dat positieve claims (helaas) vaak niet mogen van de wetgever. Plus de veronderstelling dat één negatieve claim meer effect heeft dan pakweg 1000 positieve claims?
Daarop wordt als voorbeeld ingebracht de negatieve claim dat suiker hyperactiviteit bij kinderen zou veroorzaken. Een oude claim die, mede door toedoen van wetenschappelijk onderzoek, niet alleen is ontkracht maar ook tegenwoordig nog maar zelden wordt gehoord.
In de tandheelkundige hoek, zo blijkt uit de discussie, worden bovengenoemde claims veel meer als informatieve mededelingen gezien en als ondersteunend bij advisering aan patiënten om verantwoorde keuzes te maken. Nuancering leert dat de gemiddelde consument bij de claim ‘minder suiker’ eerder denkt aan ‘minder calorieën’ dan aan ‘goed voor mijn gebit’. Minder suiker is echter niet altijd gelijk aan minder calorieën. In die zin blijven de claims misleidend. Schaafsma vult deze opmerking aan met het begrip relevantie. Hij illustreert dit met een voorbeeld: komt er een nieuw koekje op de markt met de claim ‘minder suikers’ maar heeft dit koekje dezelfde energetische waarde als hetzelfde koekje mét suiker, dan is de informatie c.q. claim zijns inziens misleidend.

Er waren nog zoveel leuke andere stellingen bedacht, helaas was er niet genoeg tijd over om alle beschreven stellingen te bediscussiëren:
Om verder over na te denken…

Albert Markusse legt de stelling uit door te betogen dat hoewel de wetenschap heel genuanceerd over het product suiker oordeelt, dit vaak niet in voeding- en marketingbeleid tot uitdrukking komt.
Vrijwel het gehele publiek is het met deze stelling eens. Eén van de toehoorders merkt op dat er zelfs reclame gemaakt wordt voor producten door deze aan te prijzen met de kwalificatie ‘zonder suiker’. Zijns inziens zou bovenstaande stelling dan ook uitgebreid kunnen worden met “smaakt beter dan voeding- en marketingbeleid met én zonder suiker”.

Gezondheid wordt meer psychologisch dan fysiologisch bepaald
Bob Cramwinckel haalt voor de verdediging van zijn stelling een recent artikel uit NRC Handelsblad aan, waarin de Australische schaatser en wedstrijdzeiler Colin Coates stelt dat de geest het sterkste onderdeel van het menselijk lichaam is. Door de geest kan een sporter helse pijn en vermoeidheid overwinnen terwijl deze vaak pas na de finish last krijgt van een blessure of ernstige kwetsuur. Cramwinckel denkt dat gezondheid stoelt op een wisselwerking, een interactie, tussen lichaam en geest.
Uit het publiek komen direct enkele tegenwerpingen. Klopt niet, zegt men, of ‘onzinstelling’. Groot struikelblok vormt het woord gezondheid. Gezondheid is in deze stelling niet duidelijk genoeg gedefinieerd en kun je, zo is de algemene mening, niet volledig met je geest beïnvloeden noch beheersen. Denk aan erfelijke vormen van kanker. Wordt het woord gezondheid in de stelling vervangen door het woord welbevinden, dan stemt een groot deel van de zaal wel met de stelling in. Cramwinckel blijft erbij dat iemand die technisch gezien niet 100% gezond is maar die wel een positieve instelling heeft, zichzelf toch kerngezond kan voelen. Gezondheid als ervaring.
Een laatste opmerking luidt dat zowel stelling 1 als stelling 2 aangeeft hoe ontzettend veel ruimte er is voor marketeers om hun claims te deponeren…
Negatieve claims, zoals ‘geen suiker toegevoegd’, ‘met minder suiker’ of ‘zonder suiker’, houden het negatieve imago van suiker in stand en zijn in die zin vrijwel altijd misleidend
Gertjan Schaafsma refereert in zijn toelichting aan een discussie uit 2001 met de vorige directeur van Suikerstichting Nederland, dhr. Arnold Balfoort, een fel tegenstander van negatieve claims. Schaafsma was destijds nog van mening dat de vermelding van ‘drinkyoghurt zonder suiker’ in feite louter informatief was. Toen Schaafsma zich later evenwel in de claimwetgeving ging verdiepen kwam hij tot de conclusie dat negatieve claims wel degelijk ten onrechte een negatief imago in stand houden.

Eén van de tegenwerpingen luidt dat negatieve claims over suiker er altijd zullen zijn, maar dat het zaak is dat de wetenschap meer onderzoek doet, blijft publiceren en er aldus positieve claims tegenover stelt. Een gezond tegenwicht dus, om uiteindelijk te komen tot een positief imago. Waarop als antwoord komt dat positieve claims (helaas) vaak niet mogen van de wetgever. Plus de veronderstelling dat één negatieve claim meer effect heeft dan pakweg 1000 positieve claims?
Daarop wordt als voorbeeld ingebracht de negatieve claim dat suiker hyperactiviteit bij kinderen zou veroorzaken. Een oude claim die, mede door toedoen van wetenschappelijk onderzoek, niet alleen is ontkracht maar ook tegenwoordig nog maar zelden wordt gehoord.
In de tandheelkundige hoek, zo blijkt uit de discussie, worden bovengenoemde claims veel meer als informatieve mededelingen gezien en als ondersteunend bij advisering aan patiënten om verantwoorde keuzes te maken. Nuancering leert dat de gemiddelde consument bij de claim ‘minder suiker’ eerder denkt aan ‘minder calorieën’ dan aan ‘goed voor mijn gebit’. Minder suiker is echter niet altijd gelijk aan minder calorieën. In die zin blijven de claims misleidend. Schaafsma vult deze opmerking aan met het begrip relevantie. Hij illustreert dit met een voorbeeld: komt er een nieuw koekje op de markt met de claim ‘minder suikers’ maar heeft dit koekje dezelfde energetische waarde als hetzelfde koekje mét suiker, dan is de informatie c.q. claim zijns inziens misleidend.

Er waren nog zoveel leuke andere stellingen bedacht, helaas was er niet genoeg tijd over om alle beschreven stellingen te bediscussiëren:
Om verder over na te denken…
- Het is een uitdaging om een meer objectieve balans te maken tussen voedingskundige wetenschap en op emotie gebaseerde voedingsclaims
- De werkelijkheid lijkt op een regenboog. Een enkeling heeft in de gaten dat de werkelijkheid met de waarnemer meegaat
- Halve maatregelen: halva-jenever staat tot alcoholisme zoals lightproducten zich verhouden tot overgewicht
- Voedingsprofielen en gezondheidslogo’s die aansturen op een rol voor toegevoegde suikers, voelen alsof je TomTom je bewust laat verdwalen
- Er wordt te zwaar getild aan de opvatting dat suiker dik maakt



