home
RSS feeds
Risicofactoren voor hart- en vaatziekten | april 2010

“Inactiviteit vormt een groot risico voor hart- en vaatziekten. De vraag is ‘wat doen we eraan’?”

Interview met prof. Willem van Mechelen.

Bewegen heeft volgens Van Mechelen bewezen positieve effecten op de (hart)gezondheid.

“Sporten en bewegen vormen echter wel een soort van lik-op-stuk-beleid: je moet het namelijk je leven lang volhouden om het effect vast te kunnen houden.”


Wat is volgens u het effect van bewegen op hart- en vaatziekten, zowel in de behandeling als ter preventie?
“Als we het over het effect van bewegen hebben, dan zou ik dit veel breder willen trekken, namelijk de algemene gezondheidswaarde van lichamelijke activiteit. De relatie tussen bewegen en gezondheid is zonneklaar. Bewegen vermindert niet alleen kans op hart- en vaatziekten maar ook op verschillende soorten kanker, diabetes en overgewicht, plus dat bewegen een gunstig effect heeft op de botdichtheid. Dat geldt voor preventie maar ook in de behandeling; bewegen maakt dan ook steeds meer - maar nog steeds te weinig - deel uit van verschillende klinische behandelprogramma’s.”

Kun je met bewegen de kans op hart- en vaatziekten verkleinen?
“Ja, met bewegen, en meer specifiek, met sporten en trainen, kun je biologische risicofactoren op hart- en vaatziekten verlagen. De richtlijnen voor bewegen zijn 60 – 30 minuten per dag, afhankelijk van het feit of je kind bent, volwassene of oudere. Voor een gezonde volwassene tussen 18-65 jaar is het belangrijk dat hij minimaal 5 maal per week ‘matig-intensieve’ inspanning levert gedurende 30 minuten per keer, of minimaal 3 maal per week ‘stevige’ inspanning levert gedurende 20 minuten per keer. ‘Stevig’ moet dan effecten hebben in de vorm van verhoogde hartslag en ademhalingsritme en eventueel zweten. Voor kinderen geldt 60 minuten lichamelijke inspanning per dag; voor ouderen gelden andere normen, waarbij bovendien (o.a. ter voorkoming van diabetes), ook aan spierkracht door middel van krachttraining gewerkt zou moeten worden.”

Is er een effect van een inactieve leefstijl in de kinderjaren op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten op volwassen of oudere leeftijd?
“Uit eigen Groei- en Gezondheidsonderzoek dat we in Amsterdam houden, weten we dat wanneer je als kind niet actief bent geweest, je later een grotere kans loopt op het ontwikkelen van metabool syndroom. In dit onderzoek volgen we al lange tijd een grote groep mensen vanaf hun twaalfde tot nu, nu ze ongeveer veertig jaar oud zijn. Het is wel zo dat lichaamsbeweging en sporten een lik-op-stuk-beleid is; stop je met bewegen en sporten, bijv. door verandering van leefomgeving of wisseling van baan, dan is het positieve effect van lichamelijke activiteit weg. Je moet het dus levenslang volhouden en het letterlijk tot onderdeel van je leefstijl maken, om er, op welke leeftijd dan ook, gezondheidsvoordeel uit te halen.”

Wat is ten slotte uw visie op de stelling dat ‘inactiviteit een risicofactor voor hart- en vaatziekten vormt’?
“Inactiviteit is een onafhankelijke risicofactor voor hart- en vaatziekten. De vraag is, wat doen we eraan? Hoe komt het dat mensen inactief zijn? Ligt dat aan het individu of aan de context waarin we leven? Ik neig naar het laatste. Dan de oplossing: focussen we op het individu of op aanpassingen van zijn omgeving?

Die 30 minuten bewegen per dag is slechts een ondergrens, een absolute bodem. Voor bewegen geldt: hoe meer, hoe beter. Dus, op de fiets naar je werk, met de trap in plaats van de lift naar de 3e of 4e verdieping en lichamelijk actief zijn tijdens je lunchpauze als je de hele werkdag aan je pc gekluisterd zit.

Maar dit speelt ook op het niveau van: stel je daar financiële middelen voor beschikbaar, ben je bereid bouwverordeningen aan te passen en maak je ongezonde keuzes door systeemaanpassingen onmogelijk? Dat vraagt om politieke keuzes. Bouw je een sport- en zwembadcomplex met of zonder financiële inbreng van fastfoodbedrijven? Ontwikkel je kantorencomplexen met of zonder roltrappen en grote liftgroepen? Zonder politieke keuzes blijft het voor de gezondheidszorg bij het stimuleren van een gezonde leefstijl ‘dweilen met de kraan open’: lichamelijke inactiviteit zal tot steeds meer ziekten en aandoeningen leiden én tot een toename van het aantal ongezonde levensjaren voorafgaande aan het overlijden.”