home
RSS feeds
Risicofactoren voor hart- en vaatziekten | april 2010

“Ongezonde voedingsmiddelen bestaan niet; alleen ongezonde voedingspatronen”

Interview met dr. Fred Brouns en prof. dr. ir. Ronald Mensink van de Universiteit Maastricht, Faculty of Health, Medicine and Life Sciences.

Brouns en Mensink zijn verbonden aan de Universiteit Maastricht en doen onder andere onderzoek naar hart- en vaatziekten. Ten aanzien van voedingsrichtlijnen denken zij echter dat een zeker conservatisme geboden is. Waarom?


Wat is de rol van voeding als risicofactor voor hart- en vaatziekten?
“Ongezonde voeding, en een ongezonde leefwijze in het algemeen, heeft als zodanig impact op hart- en vaatziekten. Onder ongezond verstaan we vaak een eenzijdig samengestelde voeding: hoog in verzadigde vetten, hoog in zout, hoog in transvetten, hoog in koolhydraten. Met andere woorden, consumptie van voedingstoffen op een niveau dat men als buitensporig zou kunnen bestempelen, is zelden goed. De consensus over gezonde voeding is dat deze onder andere laag in verzadigd en transvet zou moeten zijn. Maar dat vetrijke voedingsmiddelen per definitie slecht zijn, klopt niet. Als dat zo zou zijn zou men bijvoorbeeld helemaal geen boter of margarine mogen consumeren. In dat kader heb je dan eigenlijk ook geen ongezonde voedingsmiddelen maar alleen ongezonde voedingspatronen.”

Dr. Fred Brouns
Prof. dr. ir. Ronald Mensink

Welke rol kan een gezond voedingspatroon spelen bij de preventie van hart- en vaatziekten?
“Houd je je aan de Richtlijnen Goede Voeding (RGV), dan volg je in feite een gezond voedingspatroon. Binnen de RGV is een tweedeling voor mensen met een gezond gewicht en voor mensen met (dreigend) overgewicht. Als je kijkt naar mensen met een gezond gewicht en een normale stofwisseling, dan zie je bij hen geen negatieve impact van het gebruik van koolhydraten in het algemeen of van suiker c.q. mono- of disacchariden. Maar als mensen last hebben van overgewicht, dan zie je al gauw dat een combinatie van verhoogde vetzuren en verhoogde glucosewaarden in het bloed kan leiden tot een verlaagde insulinegevoeligheid, een risicofactor voor het krijgen van het metabool syndroom, diabetes, en hart- en vaatziekten. Een aspect dat wel aandacht verdient, is de waarneming dat het verhogen van de koolhydraatinname ten koste van de inname van vetten leidt tot een daling in het HDL-cholesterol en een stijging van het triglyceridengehalte in het bloed.”

Wat is het effect van de verschillende typen koolhydraten waaronder suikers op de vetstofwisseling?
Tussen suiker en zetmeel zie je heel weinig verschil in effect op de vetstofwisseling. Alleen bij hoge inname van fructose zie je wel een effect op de vetstofwisseling. Sommige onderzoekers zien als één van de redenen van de huidige obesitas-epidemie dat men in de loop van de tijd steeds meer fructose is gaan consumeren, onder andere door het gebruik van hoog fructose-glucose siroop in frisdranken. Echter, de mens consumeert fructose niet geïsoleerd, maar vrijwel altijd in combinatie met glucose, zoals bijvoorbeeld in kristalsuiker of in fruit. Als je naar de ratio glucose/fructose kijkt in ons dagelijkse eten, dan is die de afgelopen 60 jaar niet veranderd. We zijn wel meer fructose en glucose gaan consumeren. Echter, niet alleen meer suikers, ook meer vetten; meer van alles.”

Wat gebeurt er als je een macronutriënt gaat vervangen door een ander, bijvoorbeeld koolhydraten door vetten of eiwitten?
“Leg je het accent op minder koolhydraten in de dagelijkse voeding, dan betekent dat meestal vanzelf een grotere vet- en/of eiwitconsumptie. Het Atkins-dieet is daarop gebaseerd. Door de geringere energie-inname val je (tijdelijk) af; maar het gaat natuurlijk vooral om de totale energieconsumptie gekoppeld aan de mate van lichamelijke activiteit. Mensen met een ongezonde leefstijl zijn erg passief, drinken veel dranken met een hoge energie-inhoud, eten relatief veel verzadigd vet, drinken veel alcohol (en roken dan ook nog vaak). Hierdoor kan je uit energiebalans raken, hetgeen uiteindelijk bijdraagt aan de ontwikkeling van overgewicht. Het omgekeerde zie je bij wielrenners: die hebben een hoog energieverbruik, consumeren veel suikerhoudende dranken en hoog glycemische koolhydraten. Zij hebben geen overgewicht, een uitstekende insulinegevoeligheid en een fantastische hartfunctie. Dus de vraag of eten van suikers tot ongezonde hart- en vaatsituaties leidt, kan niet met 'ja' worden beantwoord; dat directe verband is niet zomaar aan te tonen.”

Wat is jullie visie op de aanbeveling van de American Heart Association (AHA) om de hoeveelheid toegevoegde suiker te beperken als preventie voor hart- en vaatziekten?
“Wij denken dat er wat deze aanbeveling betreft nog te weinig evidence based onderzoek is gedaan om tot sluitende conclusies te komen. Nog afgezien van het feit dat je Amerikaanse aanbevelingen niet zomaar kunt kopiëren naar de Nederlandse situatie. Op basis van de beschikbare gegevens kun je niet zeggen dat toegevoegde suikers een risicofactor vormen voor hart- en vaatziekten of het ontwikkelen van overgewicht. Wij denken meer in de richting van een gebrek aan lichamelijke activiteit en/of een disbalans tussen energie-inname en energieverbruik als risicofactoren voor hart- en vaatziekten.

Heeft een patiënt met hart- en vaatziekten overgewicht, dan moet hij zijn energiebalans herstellen door o.a. meer te gaan bewegen en minder te eten. Heeft iemand overgewicht maar wel een goede lichamelijke conditie omdat hij veel beweegt, dan zal hij vaak minder gezondheidsproblemen ervaren. Iemand die fit is heeft namelijk vaak een redelijk goede glucose- en triglyceridenhuishouding, waardoor ook de bloedvetten en hypoglycemie ‘onder controle’ blijven. Het is dus niet alleen eten, maar ook bewegen.

In dat kader zou men als advies bovendien ‘mindfull eten’ kunnen aanbevelen. Denk eens na waar je écht trek in hebt. Heb je dorst, dan drink je water. Als je maar consumeert wat je overal om je heen ziet zonder erbij na te denken (we zijn recent ook wel eens een grazende bevolking genoemd) dan is dat niet goed.

Daarnaast zijn Voedingsrichtlijnen over het algemeen gebaat bij een zeker conservatisme. De RGV zijn dan ook oké zoals ze nu zijn. We weten niet alles, maar gezonde, gevarieerde voeding zoals aanbevolen in de RGV verlaagt, zeker in combinatie met voldoende beweging, het risico op hart- en vaatziekten.”