home
RSS feeds
Risicofactoren voor hart- en vaatziekten | april 2010

“Wat is nu precies gezonde voeding voor het hart?”

Interview met ir. Ineke van Dis, Nederlandse Hartstichting.

In de communicatie van de Nederlandse Hartstichting staat ten aanzien van gezonde voeding voor het hart het uitgangspunt ‘dat overgewicht voorkomen moet worden’ centraal.

Hoe kun je daar als consument c.q. patiënt mee uit de voeten?


Wat vormt het uitgangspunt voor de algemene voedingsadviezen van de Nederlandse Hartstichting en die ten aanzien van de risicoreductie van hart- en vaatziekten? “De Nederlandse Hartstichting baseert haar algemene adviezen op de Richtlijnen Goede Voeding (RGV) van de Gezondheidsraad (2006), volgt de (inter)nationale literatuur op de voet en focust daarbij op de risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Daarnaast volgt zij richtlijnen ten aanzien van risicoreductie van hart- en vaatziekten zoals vastgelegd in CBO consensus richtlijnen, bv. Richtlijn Cardiovasculair Risicomanagement en de richtlijn met betrekking tot obesitas.

De Nederlandse Hartstichting communiceert dat gezonde voeding voor het hart bestaat uit een lage inname van trans- en verzadigd vet, 2x per week (magere) vis, weinig zout, veel groente en fruit, en voldoende vezels. Voor personen met een verhoogd cholesterolgehalte wordt ook het gebruik van producten met plantensterolen- en stanolen aangeraden.”

Stimuleert de Hartstichting wetenschappelijk onderzoek op dit terrein?
“Op meerdere terreinen stimuleert de NHS onderzoek. Voorbeeld is onder andere het NRG-project (NRG staat voor Nederlands Researchprogramma Gewichtsbeheersing en uit te spreken als energy) dat we destijds zijn gestart en waarin verschillende disciplines samenwerken. Bij verschillende doelgroepen onderzocht men mogelijkheden ter voorkoming van gewichtsstijging. En wij kijken met belangstelling uit naar het onderzoek dat door Wageningen Universiteit wordt uitgevoerd naar het effect van omega-3 vetzuren op hart- en vaatziekten (Alfa Omega-studie). In het najaar worden de resultaten bekend.”

Doet de Nederlandse Hartstichting, in het kader van risicoreductie hart- en vaatziekten, een aanbeveling voor gebruik van mono- en disacchariden?
“Nee, in wetenschappelijk onderzoek is namelijk geen duidelijke dosis/respons-relatie gevonden tussen de inname van mono- en disacchariden en hart- en vaatziekten. Wij nemen suikers wel mee in onze aanbevelingen ten aanzien van overgewicht. Mensen met een risico op overgewicht of mensen die reeds overgewicht hebben, adviseren wij hun om calorie-inname van vet, alcohol en suikers te beperken. Een te hoge energie-inname kan immers een determinant zijn voor overgewicht, wat op zijn beurt weer een determinant is voor hart- en vaatziekten.

Wij doen geen concrete aanbevelingen voor een bovengrens aan het gebruik van mono- en disacchariden. Suikers krijgen in onze voorlichting dan ook geen speciaal accent, anders dan de aanduiding ‘met mate’ voor mensen met een risico op overgewicht of mensen die reeds overgewicht hebben. Wat wij tegen die consument en ook tegen jongeren willen zeggen is: heeft u (verhoogd risico op) overgewicht, denk dan na over alternatieven voor suikerhoudende dranken, zoals light frisdranken of, nog beter, water en thee. Kies als het kan voor varianten die minder energie bevatten. Eet je perzik uit blik, neem dan de perziken ‘op water’ in plaats van ‘op zware siroop’.

Wat we wel doen is inzoomen op het beperken van trans- en verzadigde vetten, op het stimuleren van het eten voldoende visvetzuren en op het belang van het eten van voldoende groente en fruit. De laatste twee jaar is er ook een accent komen te liggen op zoutbeperking.”

Wat is de visie van de Nederlandse Hartstichting op de aanbeveling van de American Heart Association (AHA) om het gebruik van toegevoegde suikers te beperken in het kader van risicoreductie hart- en vaatziekten?
“De AHA aanbeveling geldt wat ons betreft vooral voor de Amerikaanse situatie; echter in Nederland is met name het fructoseverhaal tot op heden een non-issue. De samenstelling van high-fructose corn syrup, ook al wordt deze hoog in fructose genoemd, lijkt veel op die van suiker: 45% fructose, 55% glucose. Er zijn wel wat producten met fructose op de Nederlandse markt, maar lang niet in de mate waarin dat in Amerika plaatsvindt. En ongunstige effecten worden met name bij zeer hoge inname van fructose gevonden. Het is wat ons betreft op dit moment meer een typisch Amerikaans fenomeen. De berichten over fructose die ook in Nederland her en der in de pers opduiken, worden wat ons betreft niet onderbouwd door sluitend wetenschappelijk bewijs bij die hoeveelheden die in het Nederlandse eetpatroon voorkomen.”