home
RSS feeds
Een gezonde (op)voeding | juli 2010

Eet je bord leeg, anders…

Interview met Jessica Gubbels, promovenda Universiteit Maastricht

Wat is de zin, of onzin, van straffen aan tafel? “Geen groente, dan ook geen toetje”? Jessica Gubbels onderzoekt in het kader van het KOALA-onderzoek de sociale en fysieke omgeving van kinderen en de invloed ervan op hun eetgedrag. Wat blijkt? Algemene regels zijn er niet.


Het ideale plaatje is de avondmaaltijd als rustpunt in het gezin. Het eetgedrag van kinderen gooit nogal eens roet in het eten. Wat kunnen ouders doen om het (eet)gedrag van hun kinderen te beïnvloeden?
“Ouders kunnen verschillende dingen doen en één daarvan is regels stellen. Dat kan restrictief zijn, dus wanneer je het hebt over het verbieden van bijv. chips, snoep of tv-kijken.

Wat het effect is? De internationale literatuur laat vaak zien dat kinderen dan liever meer ervan willen. Persoonlijk denk ik dat dat voornamelijk opgaat voor Amerikaanse onderzoeken naar de Amerikaanse situatie binnen de Amerikaanse cultuur. In het KOALA-onderzoek zien wij echter bij 2-jarigen dat restrictie wél het gewenste effect heeft. Een verbod leidt tot minder eten. Dat zegt ook wel iets over die leeftijd (2-jarigen kunnen het snoep vaak niet zelf pakken) en de Nederlandse situatie, maar restrictie heeft dus wel het beoogde effect. Bovendien hebben we gevonden dat kinderen die borstvoeding hebben gekregen, minder snacken op 2-jarige leeftijd.”

Is het positieve effect van restrictie ook bij andere kinderen dan de kinderen uit het onderzoek waargenomen?
“Wat wij hebben gevonden is dat restrictie met name goed werkt bij een normaal kind. Dus een kind zonder overgewicht, en zonder afwijkende eetstijl (zeg maar ‘n makkelijke eter) en met een rustig temperament. Verboden lijken minder goed te werken bij kinderen aan de andere kant van het spectrum, bij angstige en overactieve kinderen. Dat geldt zowel voor het kind op 2-jarige als op latere leeftijd. Bij oudere kinderen is overigens niet alleen gekeken naar restrictie maar ook naar het stimuleren van gezond eetgedrag en het in de gaten houden van wat kinderen eten (monitoren). En wat bleek? Verbodsregels hebben een negatief effect op kinderen die picky zijn (die een afwijkende eetstijl hebben) en hongerige kinderen die alles willen eten, de hele dag door. Hier zit misschien ook een stuk verklaring in dat het niet lijkt te werken… Ofwel, bij een standaard kind werkt restrictie goed; bij een lastige eter (met afwijkend gewicht, gedrag en eetstijl) werkt het niet.

Maar, en dat is bemoedigend, wij hebben gevonden dat positieve aandacht juist weer wel werkt bij die afwijkende kinderen. Ook goed bij normale kinderen, maar nog beter bij afwijkende kinderen. Ons advies is dan ook, pas de regels aan op je kind. Regels hangen af van gewicht, eetstijl en eetgedrag.”

Betekent dit dat ouders geen algemene regels meer voorhanden hebben als het gaat om gezond eten?
“Algemene regels blijven gewoon een lastig fenomeen. Ik zou zeggen: maak de regels afhankelijk van het kind. Zelfs binnen een gezin kunnen kinderen heel verschillend zijn. Eén en dezelfde aanpak werkt dan niet. Er is ook geen standaard; niet ten aanzien van hoeveelheden die kinderen moeten eten en niet ten aanzien van tijdstippen. Als je uitgaat van 7 eetmomenten op een dag, dan ben je al een heel eind. Eetregels zijn bovendien afhankelijk van de levensfase van een kind. Heeft hij het moeilijk, dan helpt verbieden helemaal niet. Dan kun je beter overschakelen naar stimuleren. Dat is dan een veel effectiever hulpmiddel.”

En de rol van de ouders zelf, hebben jullie die ook onderzocht? Als je als ouder zelf geen liefhebber van groenten bent, hoe overtuig je je kinderen dat groenten gezond zijn?
“Veel studies geven aan dat voorbeeldgedrag van ouders belangrijk is. Dat zouden ouders zich terdege moeten realiseren. Ander onderzoek zegt ook iets over het geslacht van het kind en kenmerken van de moeder. Als de moeder zelf heel zwaar is, zal een restrictieve regel ook minder werken.  

We hebben ook onderzoek gedaan op Kinderdagverblijven (KDV’s). De leidsters zijn daar substituut van ouders. We hebben op KDV’s observaties gedaan van lunch en tussendoortjes. Wat blijkt? Als de kinderen samen met de leidsters eten, dan eten de kinderen meer. Ook wanneer de leidsters ongezond eten, dan eten de kinderen meer. Dat is niet specifiek voor wat er op tafel komt; dus onafhankelijk van fruit of snacks, ze eten meer. Dat is het groepseffect. Voedingsgedrag ontstaat dus al heel vroeg, en zowel thuis als buiten de deur. Over het algemeen zijn de kinderen die naar een KDV gaan zwaarder, dan kinderen die overdag bij hun ouders thuis zijn. Dat geldt ook voor gastouders en andere vormen van opvang. Echter, er is heel veel variatie mogelijk binnen de KDV’s, bijvoorbeeld ten aanzien van de (buiten)omgeving, het aanbod van beweging e.d. Meer bewegen leidt tot minder (over)gewicht.”

Tot slot willen we u graag nog wat keuzes voorleggen, met de vraag erop te reageren:

-Kleinere porties of meer variatie?
“Variatie is belangrijker dan portiegrootte. Van borstvoeding weten we dat kinderen de smaken van hun moeders eten leren kennen. Die smaken leren ze al jong aan. Als je dat smaken leren kennen doortrekt, dan kunnen kinderen voortdurend aan heel veel dingen leren wennen. Borstvoeding is daar het begin van.”

-Wel spruitjes of geen spruitjes?
“In de smaakvoorkeurhoek is er richting smaak leren een tip om met bijvoorbeeld appelmoes te leren wennen. Smaak kun je op die manier leren waarderen. Vanuit regels stellen bezien geldt dat als een kind echt niet wil eten, je het kind dan niet moet dwingen. ‘n Stimulerende aanpak werkt beter. Door herhaald aanbieden en belonen gaat het kind wel eten, en kun je de sfeer positief houden. Stap voor stap smaken leren is goed; dan maar geen hele portie.”

-Opvoeden met regels of opvoeden door voordoen?
“Wat we bij de KDV-leidsters hebben gevonden, en wat ook uit andere studies blijkt, is dat modelgedrag zeker een positieve invloed hebben. Daar zou je als ouder handig gebruik van moeten maken.”

-Regels zijn regels, of regels bestaan bij de gratie van uitzonderingen?
“Hier hebben we niet specifiek naar gekeken. Bij andere mensen thuis gelden nu eenmaal vaak andere regels dan bij de ouders thuis. Het enige is dat ouders aan bijvoorbeeld grootouders kunnen vragen om zich aan hun regels te houden. Kinderen weten heus wel dat ze in een andere omgeving en andere situatie zijn. Dat heeft niet veel effect op het leven thuis. Ze wéten namelijk dat het anders is dan thuis. Ook qua regels.”

Jessica Gubbels werkt als promovenda bij de afdeling Gezondheidsbevordering van de Universiteit Maastricht. Zij doet onderzoek naar de invloed van de sociale omgeving (ouders en kinderdagverblijf), maar ook fysieke omgeving (zoals de buurt waar het kind woont) op voeding, beweging en groei van jonge kinderen tot 7 jaar. Met deze informatie kan er worden gezocht naar mogelijkheden om jonge kinderen gezonde gewoontes aan te leren.