

Een gezonde (op)voeding | juli 2010
Goed voorbeeld doet goed volgen
Interview met Dr. Tatjana van Strien, universitair hoofddocent aan het Instituut voor Gender Studies van de Radboud Universiteit te NijmegenTatjana van Strien, die al jaren onderzoek doet naar de psychologische factoren van lijnen en overeten, is ook de bedenker van de Nederlandse Vragenlijst voor Eetgedrag¹ (NVE/internationaal: DEBQ), het veelgebruikte hulpmiddel bij onderzoek naar eet- en gewichtsproblemen bij kinderen. Hoe staat het daarmee?
Vanaf welke leeftijd komen eetproblemen voor?
“Als we het hebben over verstoord eetgedrag als voorloper van eetproblemen en -stoornissen, dan zien we tegenwoordig al kinderen vanaf 10 jaar die ‘aan de lijn zijn’. Die ondergrens gaat omlaag, net zoals de beginleeftijd van de puberteit omlaag gaat. Hebben we het over eetstoornissen – die gelukkig veel minder voorkomen - , dan gaat het over anorexia nervosa, boulimia nervosa e.d. Met name anorexia is een ernstige psychische stoornis die je voornamelijk ziet bij meisjes, ook al komt het heel soms ook bij jongens voor. Het trieste is dat anorexia nervosa de psychische stoornis is met het hoogste sterftecijfer.”
Komen eetstoornissen meer voor dan vroeger of is de diagnose beter?
“Dat is moeilijk te zeggen. Tegenwoordig is er veel meer over eetstoornissen bekend dan vroeger, en is er zeker een betere diagnose mogelijk dan vroeger. Maar onze indruk is dat het aantal patiënten niet echt is toegenomen. Wat wij eigenlijk nog veel verontrustender vinden is dat er bij kinderen vanaf groep vier op de basisschool al veel lijngedrag gezien wordt. Lijnen is echter beslist geen normaal gedrag voor kinderen. Ook jongens doen daaraan mee, terwijl wij altijd dachten dat jongens eerder stoer en sterk wilden zijn; maar zij blijken dus ook dun te willen worden.”
Om wat voor kinderen gaat het als we spreken over vatbaarheid voor eetproblemen?
“Nog eerder dan op speciale persoonlijkheidskenmerken zou ik willen wijzen op de schadelijke invloeden van buitenaf. Een enkele opmerking over het gewicht van een jong kind kan ervoor zorgen dat hij/zij gaat lijnen. Ook een moeder die voortdurend ontevreden in de spiegel blikt en/of die lijnt, vormt een risico voor verstoord eetgedrag. Dat risico bestaat zelfs wanneer de moeder slechts indirect de boodschap uitstraalt dat zij niet tevreden is met wat zij in de spiegel ziet. De boodschap ten aanzien van gezond eetgedrag zou dan ook moeten zijn om niet te lijnen. Bij veel meisjes zie je dat ze proberen te lijnen door het ontbijt over te slaan, terwijl dat juist heel slecht is. Kinderen in de groei moeten nu eenmaal goed eten. Om te beginnen met dagelijks een gezond en verantwoord ontbijt. Lijnen hoort daar helemaal niet bij.”
Bent u niet bang dat bestrijding van de huidige overgewichtepidemie onder kinderen doorslaat naar de andere kant?
“Ik ben niet zo zeer bang dat we doorslaan naar de kant van ondervoeding, maar dat al die campagnes tegen overgewicht leiden tot het feit dat we met z’n allen ontevreden worden over ons eigen lichaam. Zo ook onze kinderen. Ontevredenheid over het lichaam vormt namelijk het grootste risico op een eetstoornis én op overgewicht. Paradoxaal maar waar. ‘Diets are not the answer’. Het lichaam herkent namelijk niet het verschil tussen te weinig eten en een hongersnood. Het lichaam gaat in beide gevallen over op de spaarstand. Naast die fysiologische reden om niet te lijnen is er ook een psychologische: van lijnen word je hebberig, wil je juist meer eten en bereik je uiteindelijk het tegenovergestelde, namelijk (nog meer) overgewicht. Onderzoek heeft uitgewezen dat lijners per saldo vaak meer aten dan niet-lijners.”
Waar kunnen diëtisten, voedingskundigen en consultatiebureau’s op letten bij de adviezen richting ouders om te voorkomen dat hun kinderen met eetproblemen te maken krijgen?
“Het advies zou zich moeten richten op het stimuleren van veel bewegen, zoals op de fiets naar school; dit naast het ontmoedigen van tv-kijken en pc-gebruik. Wat betreft eten zou je niet moeten focussen op lijnen, maar meer op gezond eten. Dus water of thee drinken als je dorst hebt, en niet de hele dag door frisdrank. Ook moeten ouders zelf het goede voorbeeld geven. Dat houdt in: alleen maar gezonde dingen in huis halen (ook voor de visite) en met z’n allen hetzelfde menu aanhouden (bijv. je kind één koekje, dan jij als ouder ook één en niet twee koekjes). Daarnaast is het belangrijk om het dikke kind in zijn waarde te laten. Die kinderen hebben het namelijk sowieso al heel erg moeilijk; ook daar moet je je van bewust zijn.”
Ten slotte: en als het eetprobleem zich eenmaal aandient, wat is dan de oplossing?
“Het eetprobleem bestaat niet. Eetstoornissen vormen een complex probleem met veel verschillende verschijningsvormen en interacties tussen oorzaak en gevolg. In onze onderzoeken naar mogelijke oorzaken van eetstoornissen komen we ondermeer uit op genetische aanleg, op risicovolle persoonlijkheidskenmerken (perfectionisme is er zo één) maar ook op ouderlijke opvoedingsstijlen. Zo komt uit onderzoek bijvoorbeeld naar voren dat een opvoedingsstijl waarin emoties niet bespreekbaar kunnen worden gemaakt, emotioneel eten in de hand kan werken. Bij anorexia vormt het gewicht een pseudo-houvast voor diegenen die graag volledige controle over hun leven willen hebben. En voor veel lijners hoeft er maar iets scheef te gaan in hun leven, of ze gooien hun dieet overboord en eten ineens alles wat eerst ‘verboden’ was. Dit om aan te geven dat elk eetprobleem anders in zijn werk gaat; oplossingen vragen vooral om veel en veel verschillende onderzoeken.”
Voetnoten
- Lees meer over eetstoornissen op www.sabn.nl (Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa) en www.eetstoornis.info (Kenniscentrum Eetstoornissen Nederland).
Nieuwsbrief inhoudsopgave
Kort nieuws
Nieuws aanmelden
Wellicht heeft u zelf een nieuwtje dat in aanmerking komt voor plaatsing in deze rubriek? Mailt u ons op info@suikerstichting.nl.

