

Mondgezondheid | april 2006
Preventieve mondzorg voor 0 tot 19-jarigen. Handleiding voor professionals: praktisch en verantwoord
Voor het uitvoeren van preventieve mondzorg door de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) bestaan tot op heden geen landelijke richtlijnen of protocollen. Wel is de JGZ bezig met het opstellen van een Standaard Preventieve Mondzorg, maar deze kan nog wel enkele jaren op zich laten wachten. Daarnaast bestaat eigenlijk alleen het fluoride-basisadvies van het Ivoren Kruis als richtlijn. Toch heeft het JGZ-werkveld aangegeven behoefte te hebben aan een landelijke leidraad…Op verzoek van de JGZ heeft het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ) de Handleiding ”Aandachtspunten preventieve mondzorg 0-19 jaar voor de gezondheidszorg” ontwikkeld (Astrid Tjalsma-Smit, Woerden/2005) 1). Dit in overleg met de organisaties die vertegenwoordigd zijn in het Landelijk Platform Collectieve Mondzorg 2). Ook is er een Stuurgroep in het leven geroepen, om een kwaliteitswaarborg te creëren. Hierin zaten, naast de leden van de Landelijk Platform Collectieve Mondzorg, ook vertegenwoordigers van de Artsenvereniging Jeugdgezondheidszorg Nederland (AJN) en de Landelijke Vereniging Wijkverpleegkundigen.
Bij het samenstellen van de Handleiding heeft auteur Tjalsma-Smit gebruik gemaakt van bestaande (regionale) richtlijnen en protocollen. Daarnaast is recente vakliteratuur bestudeerd. De opgenomen voorlichtingsadviezen over mondverzorgingsgewoonten en voeding zijn afgestemd met de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie en het Voedingscentrum. Dit om uniformiteit met andere beroepsgroepen te verkrijgen. Bovendien is men bij het adviseren over specifieke, controversiële onderwerpen (zoals het gebruik van de fopspeen in relatie tot wiegendood) te rade gegaan bij relevante specialisten.
Precies zoals het woord handleiding aangeeft is deze Handleiding bedoeld als leidraad, niet als dé standaard. Tjalsma-Smit doet namelijk geen uitspraken over bijvoorbeeld de wenselijkheid en noodzaak van het uitvoeren van de interventies en de te geven adviezen. De uitvoerende professional bepaalt zelf, aan de hand van de zorgvraag/-behoefte dan wel het beleid van de organisatie, welke interventies en/of adviezen hij/zij zal toepassen.
Op basis van een gedegen wetenschappelijke onderbouwing en een overzichtelijke, handzame indeling is de Handleiding een even verantwoord als praktisch instrument voor de JGZ-professional. Niet zozeer een document om in één keer van A tot Z uit te lezen, maar meer een overzicht van richtlijnen waaraan op specifieke momenten behoefte kan zijn. De Handleiding is daartoe is 2 delen opgesplitst, te weten de interventies op het gebied van de preventieve mondzorg per leeftijdsperiode (deel 1) 3), en achtergrondinformatie per aandachtspunt (deel 2).
In het eerste deel van de Handleiding worden per leeftijdsperiode aangegeven wat de aandachtspunten zijn en om welke interventie het gaat 4). Vervolgens worden de interventie en eventuele adviezen beschreven. Indien nodig wordt er ook onderscheid gemaakt in specifieke contactmomenten 5). In het tweede deel van de Handleiding wordt van elk aandachtspunt achtergrondinformatie gegeven, onderverdeeld in Voorlichting mondgezondheid en Onderzoek van mondholte, gebit en kaakstand. Voor de gehele Handleiding geldt dat de adviezen en tips puntsgewijs worden aangegeven.
In een leesbare stijl staat alle informatie in de Handleiding overzichtelijk gerangschikt. Vanaf het aandachtspunt Afwijkingen in de mondholte en aan de slijmvliezen voor Zuigelingen in hun eerste 3 levensmaanden tot en met het aandachtspunt Tandartsbezoek voor schoolgaande jeugd tussen 4 en 19 jaar. Bij elk aandachtspunt staat bovendien vermeld op welke pagina in deel 2 de betreffende achtergrondinformatie is te vinden. Verder heeft Tjalsma-Smit van het tweede deel (de verdieping) interessante en bijzonder prettig leesbare verhalen weten te maken. Een willekeurige greep uit de onderwerpen: Mondgedrag, gebitsverzorging, fluoride, tandartsbezoek, medicijngebruik, zuigflescariës, gezondheid van het tandvlees, stand van de kaken. Voeding in relatie tot cariës en tanderosie (H6) is ook een van de uitgediepte onderwerpen. In dit hoofdstuk worden even heldere als praktische adviezen gegeven over bijvoorbeeld het gebruik van suiker en suikervervangers, evenals over het aantal eet-/drinkmomenten, het wennen aan smaken en de etsende werking van voedingsmiddelen (in verband met tanderosie). Ook hier weer praktische en vooral uitgebreide informatie die de professional een ‘stevig’ handvat aanreikt.
Tjalsma-Smit besluit haar leeswijzer met een goede raad: “Bij het opstellen van de Handleiding is uitgegaan van de ideale situatie dan wel het hoogst haalbare.” Dat betekent dat professionals in de dagelijkse praktijk in een aantal gevallen hun advies zullen moeten aanpassen.
Bij het samenstellen van de Handleiding heeft auteur Tjalsma-Smit gebruik gemaakt van bestaande (regionale) richtlijnen en protocollen. Daarnaast is recente vakliteratuur bestudeerd. De opgenomen voorlichtingsadviezen over mondverzorgingsgewoonten en voeding zijn afgestemd met de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie en het Voedingscentrum. Dit om uniformiteit met andere beroepsgroepen te verkrijgen. Bovendien is men bij het adviseren over specifieke, controversiële onderwerpen (zoals het gebruik van de fopspeen in relatie tot wiegendood) te rade gegaan bij relevante specialisten.
Precies zoals het woord handleiding aangeeft is deze Handleiding bedoeld als leidraad, niet als dé standaard. Tjalsma-Smit doet namelijk geen uitspraken over bijvoorbeeld de wenselijkheid en noodzaak van het uitvoeren van de interventies en de te geven adviezen. De uitvoerende professional bepaalt zelf, aan de hand van de zorgvraag/-behoefte dan wel het beleid van de organisatie, welke interventies en/of adviezen hij/zij zal toepassen.
Op basis van een gedegen wetenschappelijke onderbouwing en een overzichtelijke, handzame indeling is de Handleiding een even verantwoord als praktisch instrument voor de JGZ-professional. Niet zozeer een document om in één keer van A tot Z uit te lezen, maar meer een overzicht van richtlijnen waaraan op specifieke momenten behoefte kan zijn. De Handleiding is daartoe is 2 delen opgesplitst, te weten de interventies op het gebied van de preventieve mondzorg per leeftijdsperiode (deel 1) 3), en achtergrondinformatie per aandachtspunt (deel 2).
In het eerste deel van de Handleiding worden per leeftijdsperiode aangegeven wat de aandachtspunten zijn en om welke interventie het gaat 4). Vervolgens worden de interventie en eventuele adviezen beschreven. Indien nodig wordt er ook onderscheid gemaakt in specifieke contactmomenten 5). In het tweede deel van de Handleiding wordt van elk aandachtspunt achtergrondinformatie gegeven, onderverdeeld in Voorlichting mondgezondheid en Onderzoek van mondholte, gebit en kaakstand. Voor de gehele Handleiding geldt dat de adviezen en tips puntsgewijs worden aangegeven.
In een leesbare stijl staat alle informatie in de Handleiding overzichtelijk gerangschikt. Vanaf het aandachtspunt Afwijkingen in de mondholte en aan de slijmvliezen voor Zuigelingen in hun eerste 3 levensmaanden tot en met het aandachtspunt Tandartsbezoek voor schoolgaande jeugd tussen 4 en 19 jaar. Bij elk aandachtspunt staat bovendien vermeld op welke pagina in deel 2 de betreffende achtergrondinformatie is te vinden. Verder heeft Tjalsma-Smit van het tweede deel (de verdieping) interessante en bijzonder prettig leesbare verhalen weten te maken. Een willekeurige greep uit de onderwerpen: Mondgedrag, gebitsverzorging, fluoride, tandartsbezoek, medicijngebruik, zuigflescariës, gezondheid van het tandvlees, stand van de kaken. Voeding in relatie tot cariës en tanderosie (H6) is ook een van de uitgediepte onderwerpen. In dit hoofdstuk worden even heldere als praktische adviezen gegeven over bijvoorbeeld het gebruik van suiker en suikervervangers, evenals over het aantal eet-/drinkmomenten, het wennen aan smaken en de etsende werking van voedingsmiddelen (in verband met tanderosie). Ook hier weer praktische en vooral uitgebreide informatie die de professional een ‘stevig’ handvat aanreikt.
Tjalsma-Smit besluit haar leeswijzer met een goede raad: “Bij het opstellen van de Handleiding is uitgegaan van de ideale situatie dan wel het hoogst haalbare.” Dat betekent dat professionals in de dagelijkse praktijk in een aantal gevallen hun advies zullen moeten aanpassen.
| 1. | De Handleiding maakt, samen met het opzetten van een implementatie van de Handleiding in de vorm van een bijscholing voor de JGZ, deel uit van het project ‘Versterking van de Preventieve Mondzorg uitgevoerd door de Jeugdgezondheidszorg in het kader van de Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid’. Voor dit project is subsidie aangevraagd bij het Stimuleringsfonds Openbare Gezondheidszorg. Uit het project zijn verder ook 3 checklisten Aandachtspunten Preventieve Mondzorg (A-4 formaat) voortgekomen. |
| 2. | Organisaties die vertegenwoordigd zijn in het Landelijk Platform Collectieve Mondzorg: het Ivoren Kruis, GGD Nederland, de Landelijke Vereniging van Thuiszorg (LVT), de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (NMT), de Nederlandse Vereniging voor Mondhygiënisten, de Vakgroep Tandheelkundig Preventief Medewerkers van GGD Nederland en het NIGZ. |
| 3. | De beschreven leeftijdsperioden sluiten aan op de leeftijdsperioden in het Integraal Dossier JGZ: de zuigelingenperiode, de peuterperiode en de schoolperiode. Deze zijn voor de overzichtelijkheid weer in perioden van maanden en jaren verdeeld. |
| 4. | De besproken interventies zijn monitoring, signalering, voorlichting, instructie, begeleiding. |
| 5. | De contactmomenten zoals beschreven zijn conform de Richtlijn ‘Contactmomenten JGZ’ vastgesteld door het Platform Jeugdgezondheidszorg. |


