home
RSS feeds
Evidence based diëtetiek | november 2011

“Diëtisten zijn de experts voor consult, advies en behandeling op het gebied van voeding.”

Iedereen eet, maar dat maakt iemand nog niet tot expert op het gebied van voeding en gedrag. Daarvoor is de materie te complex.

Interview met mr. A. (Anja) Evers


Als we het hebben over richtlijnen; welke zijn in gebruik bij diëtisten in het algemeen en de leden van de Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD) in het bijzonder?
“Wat veel gebruikt wordt zijn de zogeheten Dieetbehandelingsrichtlijnen (www.dieetbehandelingsrichtlijnen.nl). Die werden voorheen door Elsevier uitgegeven, nu door Uitgevers2010. Dat is hèt handboek met 42 verschillende dieetbehandelingsrichtlijnen. Deze richtlijnen worden breed gebruikt binnen de diëtetiek. Soms maken diëtisten hiervan afleidingen voor hun lokale situatie (van richtlijn -> naar protocol). Daarnaast zijn er de zorgstandaarden (www.zorgstandaarden.nl) met daarbij op voeding afgestemde richtlijnen. Bijvoorbeeld aan de zorgstandaard diabetes hangt een voedingsrichtlijn Diabetes type I en II. Verder maken diëtisten gebruik van de CBO-richtlijnen¹, voor cliënten met kanker raadpleegt de diëtist Oncoline² en natuurlijk zijn er naslagwerken over specifieke voedingskwesties die iedere diëtist in de kast heeft staan. Het nadeel hiervan is dat het vrij statisch is omdat het om gedrukt materiaal gaat dat een lange revisietijd heeft. Niet iedere nieuwe ontwikkeling is direct op te nemen.

De definitie van een richtlijn als praktijkinstrument is niet altijd even helder. Zo is de Artsenwijzer Diëtetiek ook als richtlijn voor artsen te zien: hierin is opgenomen bij welke aandoeningen op welk moment een patiënt naar de diëtist verwezen dient te worden.”

Welke rol spelen richtlijnen binnen de NVD als vereniging?
“Richtlijnen bestaan pakweg zo’n 20 jaar en ze hebben hun plek inmiddels verworven binnen onze beroepsgroep. Diëtisten hechten aan richtlijnen, gebruiken ze, mede doordat ze gebruiksvriendelijk gemaakt zijn. Ze vormen de basis van het evidence based handelen, en de diëtist maakt op basis hiervan meestal een weloverwogen afweging of ervan afwijken nodig is bij de behandeling van een patiënt. Ik denk dat het gebruik van richtlijnen soms ook impliciet gebeurt.

Binnen de dieetbehandeling gaat het niet alleen om de overdracht van kennis over voeding bij een bepaalde aandoening, maar ook om hoe de patiënt het dieetadvies kan toepassen in zowel zijn dagelijkse situatie als bij bijzondere omstandigheden. Dat vraagt verandering van eetgedrag en daarvoor maakt de diëtist binnen de consultsituatie vaak snelle, korte stappen.

Hierin is nog wel een slag te maken. Is het bijvoorbeeld evidence based hoe de diëtist werkt, of maakt ze op basis van jarenlange praktijkervaring impliciete eigen keuzes? Zowel intervisie als bijvoorbeeld de begeleiding van stagiaires zijn methoden om een spiegel voor te houden. Ken jezelf en hoe je werkt.”

Speelt de NVD zelf ook een rol bij de totstandkoming van richtlijnen? En wat hoort u terug van het gebruik van richtlijnen in de praktijk?
“De NVD is nauw betrokken bij de totstandkoming van richtlijnen, ondermeer door deel te nemen aan multidisciplinaire werkgroepen zoals bijvoorbeeld de zorgstandaarden en de CBO richtlijnen. Soms betreft onze deelname één hoofdstuk van de richtlijn, soms het gehele traject. We hebben binnen de NVD een dertigtal zelfstandig opererende netwerken rond patiëntengroepen en zij nemen op basis van hun specialistische kennis deel aan de werkgroepen, vaak met ondersteuning van de NVD.

In mijn functie hoor ik niet veel terug over het gebruik van richtlijnen in de praktijk. Mijn indruk is dat richtlijnen en protocollen een vanzelfsprekende plek hebben in de beroepspraktijk van diëtisten.”
 
Zijn richtlijnen voor de gemiddelde diëtist ‘helemaal ’t einde’ of juist ‘slechts een begin’?
“Geen van beide: niet het begin van alles, maar ook niet het einde. Alles begint met goed onderzoek, want daar baseert een werkgroep zich op bij het maken van richtlijnen. Over voeding en gezondheid is weliswaar veel bekend, maar er zijn ook leemtes. In dat geval gaat men over tot consensus en verwerkt men die opvatting tot richtlijn. Ik zie de richtlijnen vooral als kristalliseer-moment tussen wetenschap en praktijk: doordat richtlijnen toegankelijk geschreven zijn vormen ze de brug tussen wetenschap en praktijk.”

Tot besluit: wat kan volgens u beter op het gebied van richtlijnen?
“Als NVD zijn we bezig met het maken van een meerjarenbeleidsplan. Wij zouden daarin willen opnemen dat er meer onderzoek moet plaatsvinden naar de effectiviteit van behandeling door de diëtist. Diëtisten hebben de kennis over de richtlijnen in huis, zij kunnen behandelen; zeker bij trends als toenemend overgewicht, diabetes etc., maar ook als het om specifieke kennis gaat bij bijvoorbeeld darmproblemen en voedselallergie. Hierbij gaat het niet over de effectiviteit van stofjes, maar over wat de diëtist op basis van richtlijnen kan bijdragen aan het verbeteren van het eetgedrag van de mensen. Daar willen en kunnen we veel over zeggen!

Voeding in relatie tot gezondheid wordt alleen maar belangrijker. Diëtisten zijn de experts voor consult, advies en behandeling op het gebied van voeding. Het is jammer dat ook ondeskundige types iets over voeding menen te moeten zeggen. Iedereen eet, maar dat maakt iemand nog niet tot expert op het gebied van voeding en gedrag. Daarvoor is de materie te complex. Vergelijk het met stoppen met roken. Dat is overzichtelijk. Men stopt. Dat betekent: niet 1 sigaret, niet 2 en ook geen 3 per dag. Nee, gewoon géén sigaret. Dat is stoppen met roken. Maar wat is stoppen met ongezond eten? Hoe doet men dat? Dat is vele malen ingewikkelder. En daar moet de cliënt dus minimaal drie keer per dag mee aan de slag. Dat kan een cliënt niet alleen.

Het belang van de diëtetiek als het gaat om het behalen van gezondheidswinst is evident, maar hoe onderbouwen we dat met cijfers? Dat zal de NVD de komende jaren in belangrijke mate bezighouden.”
  1. CBO: Centraal BegeleidingsOrgaan; kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg. www.cbo.nl. Van de site: “ Richtlijnen zijn landelijk geldende, vakinhoudelijke aanbevelingen voor optimale zorg voor een patiënt. Ze bieden artsen en andere zorgverleners ondersteuning bij de klinische besluitvorming. Tegenwoordig worden de aanbevelingen in de richtlijnen zoveel mogelijk wetenschappelijk onderbouwd (evidence based). Het gaat om tijdsgebonden documenten.”
  2. Oncoline.nl: De site waar medisch specialisten en verpleegkundigen oncologische richtlijnen kunnen vinden. Per richtlijn staat aangegeven of deze evidence based is dan wel tot stand gekomen is op basis van consensus.