

Evidence based diëtetiek | november 2011
“Toenemend inzicht in de effecten in de praktijk, dat resulteert in echte vooruitgang.”
Wat werkt en wat niet? Daarvoor moeten wetenschap en praktijk wel samen in gesprek gaan.Interview met dr. ir. N.M. (Nicole) de Roos
Om te beginnen: wat is uw definitie van science evidence based diëtetiek?
“Science evidence based werken, is werken volgens de meest recente wetenschappelijke inzichten én daarbij de resultaten van je behandeling ook evalueren. Dus niet alleen een behandeling toepassen, maar ook nagaan wat het effect is. Die ervaring kan men dan later weer gebruiken; je krijgt dan een combinatie van science en practice evidence based handelen. Die twee kanten van evidence based diëtetiek zijn wat mij betreft onlosmakelijk met elkaar verbonden.”
Als wetenschapper/docent bent u bekend met de lange weg die wetenschappelijke kennis over dieetbehandelingen aflegt voordat zij onder vakgenoten verspreid is en in de praktijk wordt gebracht. Hoe zit het met de andere route (practice evidence based diëtetiek leidt tot nieuwe inzichten waar iedereen iets mee kan)?
“Wij proberen dat vanuit de Alliantie Voeding Gelderse Vallei actief te stimuleren. Wetenschappelijk onderzoek speelt zich alleen af in de gecontroleerde onderzoekssetting; het zijn de toepassingen van de verworven inzichten en de effecten ervan die pas echt belang hebben voor de individuele patiënt. We zouden diëtisten daarom moeten stimuleren over hun eigen waarnemingen en ervaringen te publiceren in tijdschriften die laagdrempelig zijn én belangrijk voor de praktijk. Een toenemend inzicht in de effecten in de praktijk, dat resulteert in echte vooruitgang. In Wageningen maakt de Universiteit deel uit van de Alliantie Voeding Gelderse Vallei. Binnen die alliantie kijken we naar het effect van de implementatie van wetenschappelijke kennis in de praktijk door als voedingswetenschappers nauw samen te werken met artsen en diëtisten.
Evidence based werken op basis van wetenschappelijke literatuur én kennis van de effecten ervan, dus een combinatie van ‘science én practice’. Dat is een mooie en belangrijke route. Dat vind ik ook echt een rol voor de universiteit, om die weg te gaan.”
In het verlengde hiervan: In een interview in het Nederlands Tijdschrift voor Voeding & Diëtetiek (NTVD) raadt u diëtisten aan: “(…)registreren wat je doet. Ook dat is een vorm van onderzoek. (…) Misschien niet wetenschappelijk, maar wel interessant voor de praktijk”. Hoe ziet u de scheidslijn tussen science en practice evidence based onderzoek?
“Er is wat mij betreft geen duidelijke z/w scheidslijn tussen het belang van beiden. Wel in hoe ze opgezet zijn. Wetenschappelijk opgezet onderzoek kent veel strenge criteria. Randomiseren, controlegroepen, dubbel blind testen etc. Dat zijn slechts enkele eisen die gesteld worden aan goed onderzoek en dat is logisch. Op die manier kun je ook internationaal publiceren.
Maar je kunt met het vastleggen van je ervaring uit de praktijk onmogelijk voldoen aan al die criteria, zoals bijv. een selectie van de patiëntengroep vooraf en het werken met controlegroepen. In wetenschappelijk onderzoek is er meestal sprake van een homogene patiëntenpopulatie, terwijl je in de praktijk gewoon verschillende patiënten op je spreekuur ziet. Vooral bij ouderen spelen nogal eens complexe zaken; ze hebben verscheidene ziekten tegelijkertijd, gebruiken veel medicijnen etc. Toch kan ook juist die complexiteit veel waardevolle informatie opleveren.
Dus ik zie niet zozeer een verschil in waarde van beide soorten onderzoek, als wel in opzet. En wat de waarde betreft: Eén plus één is in dit geval meer dan twee.”
Als warm pleitbezorger van evidence based handelen; heeft u ook praktische adviezen voor diëtisten die hiermee (meer/vaker) aan de slag willen?
“Toevallig ben ik bezig met een stuk voor het NTVD over het schrijven van artikelen. Daarin komt ook aan de orde hoe je je eigen practice evidence op een verantwoorde manier zichtbaar kunt maken. Hier kan men ook eisen voor opstellen. De eerste stap is de vraag : hoe registreer je? Om te beginnen moet je de uitgangssituatie goed in kaart brengen. Voedselconsumptie vastleggen, gebruikte medicijnen, het doel van je behandeling, enz.. Dan zet je de behandeling in, start je met monitoring en doe je daarna een nieuwe ‘meting’ van de toestand van de patiënt.
Maar omdat je als diëtist niet zelf invasieve handelingen zoals bloedafname mag verrichten of onderzoeken bij specialisten mag aanvragen, is het wel zaak om nauw samen te werken met arts of specialist. Daarbij zijn meetbare behandeldoelen onontbeerlijk. Bijv. een patiënt met een darmaandoening komt bij je om hier beter mee te kunnen omgaan. Dan komt het aan op goed formuleren wat je doet en wat het effect ervan is. Zoals bijvoorbeeld door een vragenlijst bij het begin en die zelfde vragenlijst na een half jaar weer aan de patiënt voor te leggen. De uitkomsten kun je vergelijken.
Meetinstrumenten gebruiken om veranderingen te kunnen vaststellen is zo’n praktisch advies om evidence zichtbaar te maken.”
‘Wijsheid komt met de jaren’, zegt men. Is in die zin ‘jarenlange praktijkervaring’ meer waard dan ‘diëtetiek die uitgaat van science based evidence? Ofwel, ontmoet een ervaren diëtist niet automatisch steeds meer uitzonderingen (praktijk) op de regel (wetenschap)?
“Het is wel iets wat steeds terugkomt in mijn gesprekken met diëtisten. Klakkeloos toepassen vanaf papier, dat is niet verstandig. Patiënt A is niet gelijk aan patiënt B. Een ervaren diëtist heeft een waardevolle combinatie in huis: beschikking over actuele wetenschappelijke feiten, eigen inzichten, mensenkennis, praktijkervaring, de inzet van de patiënt en/of hulpmiddelen. Ik zie practice based en science based evidence als cirkels die elkaar gedeeltelijk overlappen in de praktijk van de diëtist. Ervaringsdeskundigheid is minstens zo belangrijk als wetenschappelijke feiten, maar met als risico dat deze vorm van deskundigheid ook kan verzanden in routine waarbij de voortschrijdende wetenschappelijke kennis uit het zicht raakt. Evalueren is van levensbelang. Een operatiemethode kan verouderd zijn, medicijnen kunnen nieuwe bijwerkingen hebben; stel jezelf op de hoogte en blijf op de hoogte. Misschien werkt een behandeling die je al jaren toepaste niet meer optimaal? Diëtetiek is een éducation permanente. De wisselwerking tussen wetenschap en praktijk vind ik, ook in mijn eigen werk, het mooiste. Wat werkt en wat niet? Daarvoor moeten wetenschap en praktijk wel samen in gesprek gaan.”
Als wetenschapper/docent bent u bekend met de lange weg die wetenschappelijke kennis over dieetbehandelingen aflegt voordat zij onder vakgenoten verspreid is en in de praktijk wordt gebracht. Hoe zit het met de andere route (practice evidence based diëtetiek leidt tot nieuwe inzichten waar iedereen iets mee kan)?
“Wij proberen dat vanuit de Alliantie Voeding Gelderse Vallei actief te stimuleren. Wetenschappelijk onderzoek speelt zich alleen af in de gecontroleerde onderzoekssetting; het zijn de toepassingen van de verworven inzichten en de effecten ervan die pas echt belang hebben voor de individuele patiënt. We zouden diëtisten daarom moeten stimuleren over hun eigen waarnemingen en ervaringen te publiceren in tijdschriften die laagdrempelig zijn én belangrijk voor de praktijk. Een toenemend inzicht in de effecten in de praktijk, dat resulteert in echte vooruitgang. In Wageningen maakt de Universiteit deel uit van de Alliantie Voeding Gelderse Vallei. Binnen die alliantie kijken we naar het effect van de implementatie van wetenschappelijke kennis in de praktijk door als voedingswetenschappers nauw samen te werken met artsen en diëtisten.
Evidence based werken op basis van wetenschappelijke literatuur én kennis van de effecten ervan, dus een combinatie van ‘science én practice’. Dat is een mooie en belangrijke route. Dat vind ik ook echt een rol voor de universiteit, om die weg te gaan.”
In het verlengde hiervan: In een interview in het Nederlands Tijdschrift voor Voeding & Diëtetiek (NTVD) raadt u diëtisten aan: “(…)registreren wat je doet. Ook dat is een vorm van onderzoek. (…) Misschien niet wetenschappelijk, maar wel interessant voor de praktijk”. Hoe ziet u de scheidslijn tussen science en practice evidence based onderzoek?
“Er is wat mij betreft geen duidelijke z/w scheidslijn tussen het belang van beiden. Wel in hoe ze opgezet zijn. Wetenschappelijk opgezet onderzoek kent veel strenge criteria. Randomiseren, controlegroepen, dubbel blind testen etc. Dat zijn slechts enkele eisen die gesteld worden aan goed onderzoek en dat is logisch. Op die manier kun je ook internationaal publiceren.
Maar je kunt met het vastleggen van je ervaring uit de praktijk onmogelijk voldoen aan al die criteria, zoals bijv. een selectie van de patiëntengroep vooraf en het werken met controlegroepen. In wetenschappelijk onderzoek is er meestal sprake van een homogene patiëntenpopulatie, terwijl je in de praktijk gewoon verschillende patiënten op je spreekuur ziet. Vooral bij ouderen spelen nogal eens complexe zaken; ze hebben verscheidene ziekten tegelijkertijd, gebruiken veel medicijnen etc. Toch kan ook juist die complexiteit veel waardevolle informatie opleveren.
Dus ik zie niet zozeer een verschil in waarde van beide soorten onderzoek, als wel in opzet. En wat de waarde betreft: Eén plus één is in dit geval meer dan twee.”
Als warm pleitbezorger van evidence based handelen; heeft u ook praktische adviezen voor diëtisten die hiermee (meer/vaker) aan de slag willen?
“Toevallig ben ik bezig met een stuk voor het NTVD over het schrijven van artikelen. Daarin komt ook aan de orde hoe je je eigen practice evidence op een verantwoorde manier zichtbaar kunt maken. Hier kan men ook eisen voor opstellen. De eerste stap is de vraag : hoe registreer je? Om te beginnen moet je de uitgangssituatie goed in kaart brengen. Voedselconsumptie vastleggen, gebruikte medicijnen, het doel van je behandeling, enz.. Dan zet je de behandeling in, start je met monitoring en doe je daarna een nieuwe ‘meting’ van de toestand van de patiënt.
Maar omdat je als diëtist niet zelf invasieve handelingen zoals bloedafname mag verrichten of onderzoeken bij specialisten mag aanvragen, is het wel zaak om nauw samen te werken met arts of specialist. Daarbij zijn meetbare behandeldoelen onontbeerlijk. Bijv. een patiënt met een darmaandoening komt bij je om hier beter mee te kunnen omgaan. Dan komt het aan op goed formuleren wat je doet en wat het effect ervan is. Zoals bijvoorbeeld door een vragenlijst bij het begin en die zelfde vragenlijst na een half jaar weer aan de patiënt voor te leggen. De uitkomsten kun je vergelijken.
Meetinstrumenten gebruiken om veranderingen te kunnen vaststellen is zo’n praktisch advies om evidence zichtbaar te maken.”
‘Wijsheid komt met de jaren’, zegt men. Is in die zin ‘jarenlange praktijkervaring’ meer waard dan ‘diëtetiek die uitgaat van science based evidence? Ofwel, ontmoet een ervaren diëtist niet automatisch steeds meer uitzonderingen (praktijk) op de regel (wetenschap)?
“Het is wel iets wat steeds terugkomt in mijn gesprekken met diëtisten. Klakkeloos toepassen vanaf papier, dat is niet verstandig. Patiënt A is niet gelijk aan patiënt B. Een ervaren diëtist heeft een waardevolle combinatie in huis: beschikking over actuele wetenschappelijke feiten, eigen inzichten, mensenkennis, praktijkervaring, de inzet van de patiënt en/of hulpmiddelen. Ik zie practice based en science based evidence als cirkels die elkaar gedeeltelijk overlappen in de praktijk van de diëtist. Ervaringsdeskundigheid is minstens zo belangrijk als wetenschappelijke feiten, maar met als risico dat deze vorm van deskundigheid ook kan verzanden in routine waarbij de voortschrijdende wetenschappelijke kennis uit het zicht raakt. Evalueren is van levensbelang. Een operatiemethode kan verouderd zijn, medicijnen kunnen nieuwe bijwerkingen hebben; stel jezelf op de hoogte en blijf op de hoogte. Misschien werkt een behandeling die je al jaren toepaste niet meer optimaal? Diëtetiek is een éducation permanente. De wisselwerking tussen wetenschap en praktijk vind ik, ook in mijn eigen werk, het mooiste. Wat werkt en wat niet? Daarvoor moeten wetenschap en praktijk wel samen in gesprek gaan.”
Nieuwsbrief inhoudsopgave
Kort nieuws
Nieuws aanmelden
Wellicht heeft u zelf een nieuwtje dat in aanmerking komt voor plaatsing in deze rubriek? Mailt u ons op info@suikerstichting.nl.


