

Mentale en fysieke conditie | oktober 2006
Het aanleren en controleren van zoet & zuur
Voedselvoorkeuren van kinderen worden voornamelijk bepaald door aangeboren en aangeleerde smaakvoorkeuren. Dat aanleren van de smaakvoorkeur zuur kan al op zeer jonge leeftijd. Een voorkeur voor zuur blijkt het sterkste beïnvloedbaar in het eerste levensjaar.Kinderen met zuurvoorkeur blijken gevarieerder te eten, bijvoorbeeld meer soorten
fruit, en zijn minder kieskeurig in wat ze lekker vinden. Ook houden ze meer
van onbekende smaken en felle kleuren. Overigens blijken tussen 35 en 50% van
Nederlandse en Amerikaanse kinderen tussen 4 en 12 jaar van extreem zuur te
houden.
Is voorkeur voor zuur het sterkste te beïnvloeden in het eerste levensjaar, de (aangeboren) voorkeur voor zoet kan ook op latere leeftijd makkelijk worden verhoogd, namelijk door regelmatige blootstelling aan zoete producten. Dat wil niet zeggen dat ouders zoet zomaar zouden moeten verbieden. Onderzoek toont aan dat verbieden zelf een averechts effect heeft. Kinderen van ouders met een streng snoepbeleid hebben een grotere zoetvoorkeur dan kinderen bij wie thuis een soepeler snoepbeleid wordt gehanteerd. Het is dus beter om kinderen gecontroleerd te laten snoepen dan helemaal niet.
Bron: Liem G.D. Sweet and Sour Taste Preferences of Children (proefschrift). Wageningen: onderzoeksschool VLAG, 2004.
Is voorkeur voor zuur het sterkste te beïnvloeden in het eerste levensjaar, de (aangeboren) voorkeur voor zoet kan ook op latere leeftijd makkelijk worden verhoogd, namelijk door regelmatige blootstelling aan zoete producten. Dat wil niet zeggen dat ouders zoet zomaar zouden moeten verbieden. Onderzoek toont aan dat verbieden zelf een averechts effect heeft. Kinderen van ouders met een streng snoepbeleid hebben een grotere zoetvoorkeur dan kinderen bij wie thuis een soepeler snoepbeleid wordt gehanteerd. Het is dus beter om kinderen gecontroleerd te laten snoepen dan helemaal niet.
Bron: Liem G.D. Sweet and Sour Taste Preferences of Children (proefschrift). Wageningen: onderzoeksschool VLAG, 2004.


