home
RSS feeds
Supplement International Journal of Obesity | november 2006

Glycemische index: een impressie van de discussie...

Prof. Jennie Brand-Miller, hoogleraar Humane Voeding aan de Universiteit van Sydney, presenteerde tijdens de workshop met gedrevenheid haar visie op de Glycemische index. De Glycemische index (GI) is een indicatie voor de mate waarin een koolhydraatbevattend voedingsmiddel het bloedglucosegehalte doet stijgen.

Brand-Miller doet al vele jaren onderzoek naar de invloed van de GI op het menselijk lichaam en heeft hier diverse boeken over gepubliceerd, o.a. ‘The Glucose Revolution’ en ‘The GI Factor’. Zij werpt de vraag op of het 25 jaar geleden geformuleerde voedingsadvies op basis van weinig vet en veel koolhydraten nog steeds het beste antwoord van de voedingswetenschap is ter bestrijding van overgewicht.

Brand-Miller is er van overtuigd dat de GI en de daarvan afgeleide Glycemic load (GL) een belangrijke relatie hebben met het ontstaan èn voorkomen van overgewicht. Zij onderkende dat er bij onderzoek met menselijke proefpersonen soms zwakke plekken zijn in de onderzoeksopzet.

Maar ook uit dierproeven komt naar voren komt dat de GI een factor van belang is. Brand-Miller presenteerde de resultaten van een onderzoek van Mc Millan-Pride, (red: gepubliceerd in Archives of Internal Medicine, July 24).
In dit 12 weken durende onderzoek onder 129 vrouwen met overgewicht, werden de effecten op gewichtsverlies en cardiovasculaire risicofactoren van 4 vezelrijke ad libitum voedingen met elkaar vergeleken. Ook de 24-uurs glucose- en insulineconcentraties waren gemeten.
Uit het onderzoek blijkt o.a. dat zowel een voeding met een lage GI als een voeding met een hoog eiwitgehalte leidt tot een aanzienlijke afname van lichaamsgewicht en vetmassa. Echter, de hoog-eiwit voeding resulteerde in een toename van het LDL-cholesterol en de lage GI voeding in een afname van het LDL-cholesterol.

Foto: Prof. dr. Jenny Brand-Miller

Brand-Miller concludeerde dat mensen met overgewicht baat hebben bij een voeding die rijk is aan koolhydraten, die worden geleverd door producten met een lage GI en dat deze voeding bijdraagt aan de reductie van het risico op hart- en vaatziekten. Deze conclusie zou vertaald moeten worden naar de voedingsadviezen bij overgewicht.

In haar reactie op de presentatie van Brand-Miller benadrukte Birgit Sloth van the Department of Human Nutrition, Centre for Advanced Food Studies, RVAU te Denemarken, dat aan onderzoek naar de effecten van de GI veel haken en ogen zitten. Veel onderzoek is uitgevoerd bij proefpersonen met diabetes. Om algemene conclusies te trekken moet ook onderzoek worden gedaan bij mensen met een normale insulinerespons. Ook kunnen de meetresultaten van de GI van één product sterk variëren, en kan bewaren en bereiden van het product invloed hebben op de GI.

Hierna ging Sloth in op de vraag hoe je de boodschap over de GI zou moeten vertalen naar de consument. Veel diabetesorganisaties adviseren het gebruik van de GI, maar in de nationale voedingsrichtlijnen wordt alleen ingegaan op de inname van vezels, suiker, groenten en soms volkoren producten, niet op het belang van de GI. In Australië is in 2002 een logo geïntroduceerd om voedingsmiddelen met een lage GI herkenbaar te maken voor de consument. In andere landen ontbreekt deze informatie op de verpakking en moeten consumenten zich baseren op een complexe en onvolledige GI-tabel.

Ook wees Sloth er op dat de GI-waardes misleidend kunnen zijn als ze worden toegepast op producten die weinig of geen koolhydraten bevatten, maar bijvoorbeeld vanwege een hoog vetgehalte wel erg calorierijk zijn. Ze pleitte er voor dat de GI-waardes alleen worden vermeld op producten die een significante hoeveelheid koolhydraten bevatten.

Foto: Birgit Sloth, MSc

Tenslotte benadrukte Sloth dat het in de praktijk moeilijk is om de effecten van de diverse factoren die de verzadiging beïnvloeden (zoals GI, smakelijkheid, volume, vezels) uit elkaar te rafelen. Dit moet verder worden uitgediept in zorgvuldig opgezet onderzoek.

Volgens Brand-Miller kan de boodschap aan de consument over GI echter heel simpel zijn: ‘Eet producten met een lage GI!’. De levensmiddelenindustrie zou de GI op het etiket moeten weergeven, het is een kans voor marketeers. Wat betreft de grote variatie in resultaten van GI-bepalingen wees ze er op dat ook de resultaten van vezelmetingen sterk kunnen variëren, maar dit weerhoudt ons er niet van om consumenten te adviseren om meer vezels te eten. Om te voorkomen dat ‘ongezonde’ producten een GI symbool dragen, is in Australië afgesproken dat alleen producten die aan bepaalde voedingskundige criteria voldoen en daadwerkelijk koolhydraten bevatten, in aanmerking komen voor het symbool. Brand-Miller vindt dat de voedingswetenschap pro-actief moet zijn in de communicatie over GI en dat dit niet geheel overgelaten moet worden aan de industrie.

In de discussie met de zaal kwam naar voren dat het onderzoek naar de invloed van de GI bemoeilijkt wordt doordat het meten van de GI voor alle beschikbare producten een complexe en kostbare aangelegenheid is. Een ander bezwaar was dat met de beoordeling van welke producten voor een GI-symbool in aanmerking komen, een onderscheid moet worden gemaakt tussen ‘gezonde’ en ‘ongezonde’ producten. Voor marketeers lijkt de GI een aardig instrument, maar veel voedingsdeskundigen hebben twijfels bij de praktische uitvoerbaarheid.

Enkele aanwezigen bleken nog niet overtuigd te zijn door Brand-Miller. Het gevonden effect van de GI op het LDL-cholesterol zou ook verklaard kunnen worden door de geconsumeerde vezels en bovendien wordt in het onderzoek geen onderscheid gemaakt tussen de effecten van de lage GI versus de effecten van een lage glycemische respons.

Prof. Wim Saris, hoogleraar Humane Voeding aan de Universiteit van Maastricht en één van de twee voorzitters van de workshop, sloot de discussie af met de constatering dat het op grond van de gepresenteerde onderzoeken zeer aannemelijk is dat de GI een factor is die op één of andere manier van belang is en dat het de taak is van de voedingswetenschap om dit grondig uit te zoeken. De praktische vertaalslag naar voorlichting aan de consument behoeft daarbij speciale aandacht.

Meer informatie:
www.glycemicindex.com en www.gisymbol.com.au/pages/index.asp