

Richtlijnen Goede Voeding | februari 2007
Integriteit bedrijfsleven in voedingsonderzoek ter discussie
Onlangs verschenen diverse berichten in de media over mogelijke ondermijning van wetenschappelijk onderzoek door voedselproducenten. Er ontspon zich een levendige discussie over de voor’s en tegen’s van gesponsord voedingsonderzoek.Aanleiding tot deze discussie is een publicatie van
Amerikaanse wetenschappers in het online wetenschappelijk
tijdschrift PLoS Medicine waaruit
blijkt dat onderzoek naar gezondheidseffecten van voedingsmiddelen
beduidend gunstiger uitpakt wanneer de industrie dit
onderzoek heeft gefinancierd. In totaal zijn 206 studies
onderzocht; de kans op een gunstige uitkomst was vier
tot acht keer groter wanneer de industrie het betreffende
onderzoek had gesponsord.
Om het gehele artikel te lezen, kijk op:
http://medicine.plosjournals.org/perlserv/?request=get-
document&doi=10.1371/journal.pmed.0040005
Hoogleraar Humane voeding prof.dr. Martijn Katan van Wageningen Universiteit reageerde in dezelfde uitgave van PLoS Medicine als volgt. Volgens hem is een associatie tussen financiering door het bedrijfsleven en de uitkomst van een onderzoek op zichzelf geen bewijs voor een zekere vooringenomenheid. Als de industrie onderzoek doet, zal logischerwijze in eerste instantie worden gekeken naar producten met in potentie een positief effect op de gezondheid. Daarmee valt immers groei en voordeel te behalen voor de industrie. ‘Positief effect’ slaat hierbij op het onderzochte product en niet automatisch op de uitkomsten van het onderzoek.
Wel waarschuwt Katan voor een hellend vlak aangaande industriële financiering. Wanneer een bedrijf onderzoek laat doen naar een eigen product zullen negatieve effecten hoogstwaarschijnlijk vaker niet dan wel onderzocht worden. In dit licht bezien is het niet wenselijk dat de onderzoeksopzet wordt bijgesteld om maar geen negatief effect te krijgen of, in het ergste geval, dat bij een ongunstige uitkomst niet wordt gepubliceerd.
Vanwege Katans persoonlijke ervaringen gaat het hem echter te ver om de Amerikaanse onderzoekers zonder meer in het gelijk te stellen; juist dankzij de industrie heeft hij onderzoek kunnen doen naar de effecten van transvetzuren op hart- en vaatziekten.
Kijk voor Katans gehele reactie op:
http://medicine.plosjournals.org/perlserv/?request=get-
document&doi=10.1371/journal.pmed.0040006
BRON: PLoS Medicine, January 2007, vol. 4, issue 1. U vindt PLoS Medicine via www.plosmedicine.org
Om het gehele artikel te lezen, kijk op:
http://medicine.plosjournals.org/perlserv/?request=get-
document&doi=10.1371/journal.pmed.0040005
Hoogleraar Humane voeding prof.dr. Martijn Katan van Wageningen Universiteit reageerde in dezelfde uitgave van PLoS Medicine als volgt. Volgens hem is een associatie tussen financiering door het bedrijfsleven en de uitkomst van een onderzoek op zichzelf geen bewijs voor een zekere vooringenomenheid. Als de industrie onderzoek doet, zal logischerwijze in eerste instantie worden gekeken naar producten met in potentie een positief effect op de gezondheid. Daarmee valt immers groei en voordeel te behalen voor de industrie. ‘Positief effect’ slaat hierbij op het onderzochte product en niet automatisch op de uitkomsten van het onderzoek.
Wel waarschuwt Katan voor een hellend vlak aangaande industriële financiering. Wanneer een bedrijf onderzoek laat doen naar een eigen product zullen negatieve effecten hoogstwaarschijnlijk vaker niet dan wel onderzocht worden. In dit licht bezien is het niet wenselijk dat de onderzoeksopzet wordt bijgesteld om maar geen negatief effect te krijgen of, in het ergste geval, dat bij een ongunstige uitkomst niet wordt gepubliceerd.
Vanwege Katans persoonlijke ervaringen gaat het hem echter te ver om de Amerikaanse onderzoekers zonder meer in het gelijk te stellen; juist dankzij de industrie heeft hij onderzoek kunnen doen naar de effecten van transvetzuren op hart- en vaatziekten.
Kijk voor Katans gehele reactie op:
http://medicine.plosjournals.org/perlserv/?request=get-
document&doi=10.1371/journal.pmed.0040006
BRON: PLoS Medicine, January 2007, vol. 4, issue 1. U vindt PLoS Medicine via www.plosmedicine.org


