

Richtlijnen Goede Voeding | februari 2007
Interview: dr.ir. Janine Messing-Verheesen
“Blij met dit onafhankelijk, wetenschappelijk onderbouwd basisdocument met betrekking tot een goede voeding voor de Nederlandse bevolking.”Interview met dr.ir. Janine Messing-Verheesen, directeur van Suikerstichting Nederland.
Wat is volgens u de belangrijkste toegevoegde waarde
van de Richtlijnen Goede Voeding 2006?
”Allereerst ben ik erg blij met het verschijnen van de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding. De vorige richtlijnen dateerden al van 1986. De voedingskundige professie had grote behoefte aan een onafhankelijk, wetenschappelijk onderbouwd basisdocument met betrekking tot een goede voeding voor de Nederlandse bevolking. En dat is er nu. Er zijn zoveel ontwikkelingen, zowel op beleidsniveau als in de voorlichting, waarvoor het zinvol is een basis te hebben waaraan getoetst kan worden. Bijvoorbeeld de verschillende gezondheidslogo’s die inmiddels in de markt zijn verschenen. Op basis van de nieuwe richtlijnen kunnen de criteria worden getoetst die opgesteld zijn voor deze logo’s. Een onafhankelijke toetsing komt de betrouwbaarheid van dergelijke logo’s alsook de toegevoegde waarde voor de consument ten goede.”
In de nieuwe richtlijnen zijn voeding en beweging aan elkaar gekoppeld. Bovendien wordt een onderscheid gemaakt tussen mensen met en zonder overgewicht. Wat vindt u van deze benadering?
”De belangrijkste discussie met betrekking tot onze voeding vindt de laatste jaren plaats rondom het thema overgewicht. Ten aanzien van overgewicht is op voedingsgebied voor de Nederlandse bevolking momenteel een aanzienlijke gezondheidswinst te behalen. En dan kom je automatisch terecht bij zowel energie-inneming als bij energiegebruik. Ik onderschrijf dan ook de visie van de Gezondheidsraad van harte dat nu een koppeling is gemaakt. Ook is het een goede insteek om in de voedingsadviezen een onderscheid te maken tussen personen met een gezond gewicht en personen met overgewicht. Immers, de richtlijnen zijn in eerste instantie opgesteld voor mensen met een gezond gewicht ter preventie van chronische ziekten. Aangezien een steeds groter deel van de Nederlandse bevolking een ongezond gewicht heeft, is het verstandig om, als aanvulling op de algemene richtlijnen, specifieke adviezen voor deze doelgroep op te stellen.”
Ten aanzien van preventie van chronische ziekten geeft de totale voeding de doorslag en niet afzonderlijke voedingsmiddelen of bestanddelen daarvan. Hoe kijkt u daar tegen aan?
”Ik ben verheugd dat de Gezondheidsraad een gezond voedingspatroon, of liever gezegd een gezonde leefstijl, verkiest boven de individuele voedingsmiddelen. Naar mijn idee is er in de media maar ook in het beleid teveel aandacht voor individuele voedingsmiddelen met al dan niet een zogenaamd gezondheidslogo. Deze zelfbenoemde logo’s zouden de keuze voor een goede voeding voor consumenten gemakkelijker moeten maken. De onderliggende criteria zijn echter niet altijd voldoende in lijn met de Richtlijnen Goede Voeding. De consument kan een dergelijk gezondheidslogo bovendien zien als een vrijbrief om onbeperkt van een bepaald voedingsmiddel te consumeren. Dit zal niet zonder meer leiden tot het gewenste effect van een gezond voedingspatroon en actieve leefstijl. Het kan zelfs in sommige gevallen averechts werken.”
De nieuwe Richtlijnen Goede Voeding 2006 bevatten geen maximum waarden meer voor suikers. Wel worden aanbevelingen gedaan voor het gebruik van (toegevoegde) suikers door mensen met overgewicht. Wat is uw visie hierop?
”Het doet me goed dat de Gezondheidsraad dezelfde mening als Suikerstichting Nederland heeft over de rol van suikers in onze voeding. Immers, er is onvoldoende consistent wetenschappelijk bewijs voor het feit dat suiker een specifieke risicofactor is voor diverse chronische ziekten.
Hierbij moet een uitzondering worden gemaakt voor tandcariës, waarbij álle (gemakkelijk) vergistbare koolhydraten een rol spelen. Bovendien staat tandcariës in Nederland niet meer bovenaan het lijstje van urgente gezondheidsproblemen. De mondgezondheid is in de afgelopen decennia in Nederland enorm verbeterd. Dit mede dankzij een goede mondhygiëne en een goede fluorvoorziening van de bevolking. Tanderosie daarentegen is een veel groter probleem voor de Nederlandse jeugd. Risicofactoren voor tanderosie zijn zure dranken en voedingsmiddelen, dus ook vruchtensappen en fruit (!); suiker speelt hierbij geen enkele rol.
Om terug te komen op de vraag: het is begrijpelijk dat er wel een aanbeveling wordt gedaan voor een beperking van suiker voor mensen met overgewicht. Voor deze groep geldt dat ze allereerst hun lichamelijke activiteit moeten verhogen tot dagelijks een uur matig inspannende activiteit. Daarnaast is het voor hen verstandig te letten op portiegrootte; bovendien moeten voedingmiddelen met een hoge energiedichtheid en lage nutriëntendichtheid, de zogenaamde kale calorieën, zoveel mogelijk worden beperkt. Om gewicht te kunnen verliezen, moet de hoeveelheid calorieën die ingenomen wordt, drastisch worden verminderd zodat de doelgroep van een positieve energiebalans in een negatieve energiebalans terecht zal komen. In dit geval hebben voedingsmiddelen met een hoge nutriëntendichtheid en relatief lage energiedichtheid de voorkeur om de voorziening van essentiële nutriënten te kunnen waarborgen.”
In de nieuwe richtlijnen wordt aangegeven wat het bedrijfsleven kan doen om mensen gezonder te laten eten, bijvoorbeeld via etikettering, portiegroottes en productsamenstelling. Wat doet Suikerstichting Nederland op dit vlak?
”Suikerstichting Nederland onderschrijft het belang van een goede voeding en actieve leefstijl voor de Nederlandse bevolking. Als kenniscentrum van de Nederlandse suikerindustrie initiëren wij verschillende activiteiten die hierbij aansluiten. Een voorbeeld hiervan is de Code of Practice Aanpak Overgewicht die een aantal jaar geleden is opgesteld. Deze gedragscode omvat gezamenlijke afspraken om te helpen de problematiek van overgewicht te verminderen. Hierbij valt onder meer te denken aan het vermelden van energie per portie op consumentenverpakkingen, het aanbieden van een divers assortiment suikerklontjes (klein, midi, groot) en het geven van voorlichting over suiker in relatie tot verantwoorde voeding en actieve leefstijl. De basis van onze activiteiten ligt in wetenschappelijk onderzoek naar de gezondheidseffecten van suiker. Belangrijke onderzoeksonderwerpen op dit moment zijn sensorische verzadiging en gewichtsbeheersing maar ook verbetering van fysieke en mentale prestatie. Een nieuw onderzoeksterrein is onderzoek naar verbetering van bloedglucoseprofielen bij zowel personen met diabetes type 2 als gezonde personen.
Een ander voorbeeld van een activiteit van Suikerstichting Nederland is het vervullen van een platformfunctie voor (inter)nationale discussie over voeding in het algemeen en suikers en gewichtsbeheersing in het bijzonder. Dit heeft bijvoorbeeld vorig jaar geresulteerd in een internationale workshop over suikers en overgewicht. De resultaten van deze bijeenkomst zijn gepubliceerd in het decembernummer van het International Journal of Obesity (2006). “ Zie Suiker in perspectief, editie 4.
”Allereerst ben ik erg blij met het verschijnen van de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding. De vorige richtlijnen dateerden al van 1986. De voedingskundige professie had grote behoefte aan een onafhankelijk, wetenschappelijk onderbouwd basisdocument met betrekking tot een goede voeding voor de Nederlandse bevolking. En dat is er nu. Er zijn zoveel ontwikkelingen, zowel op beleidsniveau als in de voorlichting, waarvoor het zinvol is een basis te hebben waaraan getoetst kan worden. Bijvoorbeeld de verschillende gezondheidslogo’s die inmiddels in de markt zijn verschenen. Op basis van de nieuwe richtlijnen kunnen de criteria worden getoetst die opgesteld zijn voor deze logo’s. Een onafhankelijke toetsing komt de betrouwbaarheid van dergelijke logo’s alsook de toegevoegde waarde voor de consument ten goede.”
In de nieuwe richtlijnen zijn voeding en beweging aan elkaar gekoppeld. Bovendien wordt een onderscheid gemaakt tussen mensen met en zonder overgewicht. Wat vindt u van deze benadering?
”De belangrijkste discussie met betrekking tot onze voeding vindt de laatste jaren plaats rondom het thema overgewicht. Ten aanzien van overgewicht is op voedingsgebied voor de Nederlandse bevolking momenteel een aanzienlijke gezondheidswinst te behalen. En dan kom je automatisch terecht bij zowel energie-inneming als bij energiegebruik. Ik onderschrijf dan ook de visie van de Gezondheidsraad van harte dat nu een koppeling is gemaakt. Ook is het een goede insteek om in de voedingsadviezen een onderscheid te maken tussen personen met een gezond gewicht en personen met overgewicht. Immers, de richtlijnen zijn in eerste instantie opgesteld voor mensen met een gezond gewicht ter preventie van chronische ziekten. Aangezien een steeds groter deel van de Nederlandse bevolking een ongezond gewicht heeft, is het verstandig om, als aanvulling op de algemene richtlijnen, specifieke adviezen voor deze doelgroep op te stellen.”
Ten aanzien van preventie van chronische ziekten geeft de totale voeding de doorslag en niet afzonderlijke voedingsmiddelen of bestanddelen daarvan. Hoe kijkt u daar tegen aan?
”Ik ben verheugd dat de Gezondheidsraad een gezond voedingspatroon, of liever gezegd een gezonde leefstijl, verkiest boven de individuele voedingsmiddelen. Naar mijn idee is er in de media maar ook in het beleid teveel aandacht voor individuele voedingsmiddelen met al dan niet een zogenaamd gezondheidslogo. Deze zelfbenoemde logo’s zouden de keuze voor een goede voeding voor consumenten gemakkelijker moeten maken. De onderliggende criteria zijn echter niet altijd voldoende in lijn met de Richtlijnen Goede Voeding. De consument kan een dergelijk gezondheidslogo bovendien zien als een vrijbrief om onbeperkt van een bepaald voedingsmiddel te consumeren. Dit zal niet zonder meer leiden tot het gewenste effect van een gezond voedingspatroon en actieve leefstijl. Het kan zelfs in sommige gevallen averechts werken.”
De nieuwe Richtlijnen Goede Voeding 2006 bevatten geen maximum waarden meer voor suikers. Wel worden aanbevelingen gedaan voor het gebruik van (toegevoegde) suikers door mensen met overgewicht. Wat is uw visie hierop?
”Het doet me goed dat de Gezondheidsraad dezelfde mening als Suikerstichting Nederland heeft over de rol van suikers in onze voeding. Immers, er is onvoldoende consistent wetenschappelijk bewijs voor het feit dat suiker een specifieke risicofactor is voor diverse chronische ziekten.
Hierbij moet een uitzondering worden gemaakt voor tandcariës, waarbij álle (gemakkelijk) vergistbare koolhydraten een rol spelen. Bovendien staat tandcariës in Nederland niet meer bovenaan het lijstje van urgente gezondheidsproblemen. De mondgezondheid is in de afgelopen decennia in Nederland enorm verbeterd. Dit mede dankzij een goede mondhygiëne en een goede fluorvoorziening van de bevolking. Tanderosie daarentegen is een veel groter probleem voor de Nederlandse jeugd. Risicofactoren voor tanderosie zijn zure dranken en voedingsmiddelen, dus ook vruchtensappen en fruit (!); suiker speelt hierbij geen enkele rol.
Om terug te komen op de vraag: het is begrijpelijk dat er wel een aanbeveling wordt gedaan voor een beperking van suiker voor mensen met overgewicht. Voor deze groep geldt dat ze allereerst hun lichamelijke activiteit moeten verhogen tot dagelijks een uur matig inspannende activiteit. Daarnaast is het voor hen verstandig te letten op portiegrootte; bovendien moeten voedingmiddelen met een hoge energiedichtheid en lage nutriëntendichtheid, de zogenaamde kale calorieën, zoveel mogelijk worden beperkt. Om gewicht te kunnen verliezen, moet de hoeveelheid calorieën die ingenomen wordt, drastisch worden verminderd zodat de doelgroep van een positieve energiebalans in een negatieve energiebalans terecht zal komen. In dit geval hebben voedingsmiddelen met een hoge nutriëntendichtheid en relatief lage energiedichtheid de voorkeur om de voorziening van essentiële nutriënten te kunnen waarborgen.”
In de nieuwe richtlijnen wordt aangegeven wat het bedrijfsleven kan doen om mensen gezonder te laten eten, bijvoorbeeld via etikettering, portiegroottes en productsamenstelling. Wat doet Suikerstichting Nederland op dit vlak?
”Suikerstichting Nederland onderschrijft het belang van een goede voeding en actieve leefstijl voor de Nederlandse bevolking. Als kenniscentrum van de Nederlandse suikerindustrie initiëren wij verschillende activiteiten die hierbij aansluiten. Een voorbeeld hiervan is de Code of Practice Aanpak Overgewicht die een aantal jaar geleden is opgesteld. Deze gedragscode omvat gezamenlijke afspraken om te helpen de problematiek van overgewicht te verminderen. Hierbij valt onder meer te denken aan het vermelden van energie per portie op consumentenverpakkingen, het aanbieden van een divers assortiment suikerklontjes (klein, midi, groot) en het geven van voorlichting over suiker in relatie tot verantwoorde voeding en actieve leefstijl. De basis van onze activiteiten ligt in wetenschappelijk onderzoek naar de gezondheidseffecten van suiker. Belangrijke onderzoeksonderwerpen op dit moment zijn sensorische verzadiging en gewichtsbeheersing maar ook verbetering van fysieke en mentale prestatie. Een nieuw onderzoeksterrein is onderzoek naar verbetering van bloedglucoseprofielen bij zowel personen met diabetes type 2 als gezonde personen.
Een ander voorbeeld van een activiteit van Suikerstichting Nederland is het vervullen van een platformfunctie voor (inter)nationale discussie over voeding in het algemeen en suikers en gewichtsbeheersing in het bijzonder. Dit heeft bijvoorbeeld vorig jaar geresulteerd in een internationale workshop over suikers en overgewicht. De resultaten van deze bijeenkomst zijn gepubliceerd in het decembernummer van het International Journal of Obesity (2006). “ Zie Suiker in perspectief, editie 4.


