

Richtlijnen Goede Voeding | februari 2007
Interview: ir. B.C. Breedveld
“Voedingscentrum ‘vertaalt’ de Richtlijnen Goede Voeding 2006 naar de praktijk.”Nadat de Gezondheidsraad in december j.l. de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding heeft uitgebracht, zijn de ogen nu gericht op het Voedingscentrum. Ir. Boudewijn Breedveld is als Hoofd Afdeling Kennis van het Voedingscentrum nauw betrokken bij het vertalen van de Richtlijnen goede voeding 2006 in Food based Dietary Guidelines.
Kunt u iets vertellen over de stappen die nu door
het Voedingscentrum worden ondernomen?
“We zullen op basis van de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding in de komende periode de zogeheten Food based Dietary Guidelines ontwikkelen. Vanuit het kennisnetwerk van het Voedingscentrum is er voor dit doel een Begeleidingscommissie ingesteld met specialisten op het terrein van voedselconsumptie. Gedurende dit proces zal terugkoppeling plaatsvinden naar de Gezondheidsraad. De resultaten van dit proces zullen ook via onze website beschikbaar komen.”
In het advies van de Gezondheidsraad zijn voeding en beweging aan elkaar gekoppeld. De Minister ziet graag een bewegingstekentje in de Schijf van Vijf. Het Voedingscentrum ook?
“Parallel aan de ontwikkeling van de Food based Dietary Guidelines zal vanuit communicatief oogpunt de invulling van de Schijf van Vijf aan de hand van de nieuwe Richtlijnen nader worden onderzocht. Het zal duidelijk zijn dat daarbij ook het advies met betrekking tot bewegen zal worden meegenomen.”
Voedingsmiddelen worden in de voorlichting ingedeeld in drie categorieën, bij voorkeur, middenweg en bij uitzondering. Zijn er nu veranderingen te verwachten in de onderliggende criteria voor deze indeling, bijvoorbeeld in relatie tot keuzebevorderende logo’s?
“We zijn er bij de samenwerking met betrekking tot de keuzebevorderende logo’s vanuit gegaan dat die kunnen worden geïntegreerd in het voedingssysteem van het Voedingscentrum. We streven namelijk naar een zo groot mogelijke uniformiteit. Dit is essentieel om verwarring zoveel mogelijk te voorkomen, zowel bij de consument als bij de hulpverlener (diëtisten, voedingsvoorlichters e.a.) in het werkveld. We gaan er ook bij de nieuwe Richtlijnen nog steeds vanuit dat er ruimte is voor keuzebevorderende logo’s.”
In de Richtlijnen Goede Voeding 2006 zijn ook richtlijnen opgenomen voor mensen met overgewicht of een positieve energiebalans. Wat is de visie van het Voedingcentrum hierop, komen er aparte aanbevelingen voor mensen met overgewicht of zal toch meer gekozen worden voor een preventief beleid in de algemene adviezen?
“We werken in eerste instantie aan algemene adviezen voor de totale bevolking, gedifferentieerd naar leeftijd en geslacht. Het is niet uit te sluiten dat in het kader van dieetvoorlichting, in dit geval het energiebeperkte dieet, een extra verbijzondering zal plaatsvinden. Dat gebeurt nu ook al.”
Wanneer volgens de huidige Schijf van Vijf wordt gegeten, blijven er gemiddeld voor mannen 500 kcal en voor vrouwen 350 kcal over om vrij te besteden aan producten die niet tot de basisvoeding worden gerekend. Verwacht u als gevolg van het bewegingsadvies van de Gezondheidsraad veranderingen op dit punt in de voorlichting?
“Bij het opstellen van de Food based Dietary Guidelines gaan we uit van het huidige consumptiepatroon en het huidige activiteitenpatroon. Met andere woorden, we gaan niet op zaken vooruit lopen. We zullen wel, zoals we nu ook doen, ingaan op de vrije ruimte die door extra bewegen wordt verkregen.”
In de Richtlijnen Goede Voeding 2006 is de aanbeveling voor zout aangescherpt en zijn er geen kwantitatieve richtlijnen meer voor cholesterol en mono- en disachariden. Zijn er al concrete ideeën voor de vertaling van deze wijzigingen naar de voedingsvoorlichting?
“Wat betreft zout maakt de uitwerking van die richtlijn integraal onderdeel uit van de ontwikkeling van de Food based Dietary Guidelines.
Ten aanzien van het advies over cholesterol in de voeding verandert er naar mijn idee niet zoveel. Het huidige consumptieniveau ligt al lager dan de aanbeveling in de oude Richtlijnen. In de Schijf van Vijf speelt cholesterol in de voeding mede daardoor al lange tijd geen hoofdrol. In de nieuwe Richtlijnen is weliswaar geen kwalitatieve richtlijn meer opgenomen, maar op pagina 74 staat wel dat de commissie de opvatting deelt dat ‘het advies om het gebruik van relatief cholesterolrijke producten – waaronder eieren – te beperken nog steeds verdedigbaar is’. Met andere woorden, een paar eieren per week past in een gevarieerde voeding, maar nog steeds geldt dat overdaad schaadt.
Tot slot kunnen we met betrekking tot mono- en disachariden vooraf stellen dat - los van het advies over de zeven eet- en drinkmomenten per dag – de nadruk zal liggen op de energie die via die component in de voeding wordt opgenomen. In producten met suikers zal de verhouding tussen voedingsstoffendichtheid en energiedichtheid vrijwel zeker een belangrijke rol gaan spelen.”
“We zullen op basis van de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding in de komende periode de zogeheten Food based Dietary Guidelines ontwikkelen. Vanuit het kennisnetwerk van het Voedingscentrum is er voor dit doel een Begeleidingscommissie ingesteld met specialisten op het terrein van voedselconsumptie. Gedurende dit proces zal terugkoppeling plaatsvinden naar de Gezondheidsraad. De resultaten van dit proces zullen ook via onze website beschikbaar komen.”
In het advies van de Gezondheidsraad zijn voeding en beweging aan elkaar gekoppeld. De Minister ziet graag een bewegingstekentje in de Schijf van Vijf. Het Voedingscentrum ook?
“Parallel aan de ontwikkeling van de Food based Dietary Guidelines zal vanuit communicatief oogpunt de invulling van de Schijf van Vijf aan de hand van de nieuwe Richtlijnen nader worden onderzocht. Het zal duidelijk zijn dat daarbij ook het advies met betrekking tot bewegen zal worden meegenomen.”
Voedingsmiddelen worden in de voorlichting ingedeeld in drie categorieën, bij voorkeur, middenweg en bij uitzondering. Zijn er nu veranderingen te verwachten in de onderliggende criteria voor deze indeling, bijvoorbeeld in relatie tot keuzebevorderende logo’s?
“We zijn er bij de samenwerking met betrekking tot de keuzebevorderende logo’s vanuit gegaan dat die kunnen worden geïntegreerd in het voedingssysteem van het Voedingscentrum. We streven namelijk naar een zo groot mogelijke uniformiteit. Dit is essentieel om verwarring zoveel mogelijk te voorkomen, zowel bij de consument als bij de hulpverlener (diëtisten, voedingsvoorlichters e.a.) in het werkveld. We gaan er ook bij de nieuwe Richtlijnen nog steeds vanuit dat er ruimte is voor keuzebevorderende logo’s.”
In de Richtlijnen Goede Voeding 2006 zijn ook richtlijnen opgenomen voor mensen met overgewicht of een positieve energiebalans. Wat is de visie van het Voedingcentrum hierop, komen er aparte aanbevelingen voor mensen met overgewicht of zal toch meer gekozen worden voor een preventief beleid in de algemene adviezen?
“We werken in eerste instantie aan algemene adviezen voor de totale bevolking, gedifferentieerd naar leeftijd en geslacht. Het is niet uit te sluiten dat in het kader van dieetvoorlichting, in dit geval het energiebeperkte dieet, een extra verbijzondering zal plaatsvinden. Dat gebeurt nu ook al.”
Wanneer volgens de huidige Schijf van Vijf wordt gegeten, blijven er gemiddeld voor mannen 500 kcal en voor vrouwen 350 kcal over om vrij te besteden aan producten die niet tot de basisvoeding worden gerekend. Verwacht u als gevolg van het bewegingsadvies van de Gezondheidsraad veranderingen op dit punt in de voorlichting?
“Bij het opstellen van de Food based Dietary Guidelines gaan we uit van het huidige consumptiepatroon en het huidige activiteitenpatroon. Met andere woorden, we gaan niet op zaken vooruit lopen. We zullen wel, zoals we nu ook doen, ingaan op de vrije ruimte die door extra bewegen wordt verkregen.”
In de Richtlijnen Goede Voeding 2006 is de aanbeveling voor zout aangescherpt en zijn er geen kwantitatieve richtlijnen meer voor cholesterol en mono- en disachariden. Zijn er al concrete ideeën voor de vertaling van deze wijzigingen naar de voedingsvoorlichting?
“Wat betreft zout maakt de uitwerking van die richtlijn integraal onderdeel uit van de ontwikkeling van de Food based Dietary Guidelines.
Ten aanzien van het advies over cholesterol in de voeding verandert er naar mijn idee niet zoveel. Het huidige consumptieniveau ligt al lager dan de aanbeveling in de oude Richtlijnen. In de Schijf van Vijf speelt cholesterol in de voeding mede daardoor al lange tijd geen hoofdrol. In de nieuwe Richtlijnen is weliswaar geen kwalitatieve richtlijn meer opgenomen, maar op pagina 74 staat wel dat de commissie de opvatting deelt dat ‘het advies om het gebruik van relatief cholesterolrijke producten – waaronder eieren – te beperken nog steeds verdedigbaar is’. Met andere woorden, een paar eieren per week past in een gevarieerde voeding, maar nog steeds geldt dat overdaad schaadt.
Tot slot kunnen we met betrekking tot mono- en disachariden vooraf stellen dat - los van het advies over de zeven eet- en drinkmomenten per dag – de nadruk zal liggen op de energie die via die component in de voeding wordt opgenomen. In producten met suikers zal de verhouding tussen voedingsstoffendichtheid en energiedichtheid vrijwel zeker een belangrijke rol gaan spelen.”


