home
RSS feeds
Richtlijnen Goede Voeding | februari 2007

Interview: prof.dr.ir. F.J. Kok

“Gezonde voedingskeuzes maken kun je leren; logo’s kunnen daarbij helpen”

Voeding en gezondheid vormen het werkterrein van prof.dr.ir. F.J. Kok, hoogleraar Voeding en Gezondheid bij de afdeling Humane Voeding aan Wageningen Universiteit. Frans Kok was voorzitter van de commissie van de Gezondheidsraad die de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding opstelde. Tevens was hij de eerstevoorzitter, thans adviserend bestuurslid, van de nieuwe Nederlandse Academie voor Voedingswetenschappen (NAV).


Op het gebied van voeding en volksgezondheid vormt december 2006 een nieuw ijkpunt voor ‘voedings Nederland’ met het verschijnen van de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding. In dit advies van de Gezondheidsraad wordt voeding voor het eerst gekoppeld aan beweging.

Hoe was de reactie van ‘voedings Nederland’ op deze stap?
“Een uitputtende inventarisatie ligt niet op mijn weg, maar mijn eerste indruk tijdens de bespreking van de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding met ongeveer 60 leden van onze academie is dat men deze koppeling van voeding aan beweging heel logisch vindt. Het had eigenlijk al veel eerder kunnen gebeuren. Maar goed, in de Verenigde Staten wordt die koppeling ook pas sinds 2005 officieel gecommuniceerd. Nu er zo’n duidelijk statement ligt over voeding en beweging zou ik ervoor willen pleiten dat diëtisten en andere beroepsgenoten zich meer gaan verdiepen in bewegen en andersom, dat sportleraren, fysiotherapeuten en anderen zich meer gaan verdiepen in goede voeding. Dat is hard nodig ook, gezien het probleem van overgewicht in onze samenleving. Iedereen, zowel de professional als de consument, zou meer kennis moeten hebben over het in balans houden van je energie-inname en energieverbruik.”

Zijn er nog meer opvallende verschuivingen en veranderingen in de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding ten opzichte van de oude richtlijnen uit 1986?
“Om te beginnen omvat de nieuwe Richtlijnen een aanbeveling voor (meer) lichaamsbeweging, en dan uitgesplitst voor mensen met een normaal / stabiel gewicht en mensen met overgewicht / obesitas. Daarnaast zijn er in de richtlijnen kwantitatieve normen opgenomen voor het gebruik van verzadigde vetten, transvetzuren, groente en fruit, en alcohol – dat laatste ook weer met een onderscheid in gebruik voor mannen en vrouwen. Ten derde is er in de nieuwe richtlijnen een scherper advies voor zout opgenomen. Dat was 9 gram per dag en dat is nu 6 gram per dag. In de vierde plaats is het cholesteroladvies uit de richtlijnen verdwenen. Men redeneert dat als je je aan de norm voor verzadigd vet houdt, je automatisch een gezond cholesterolgehalte naleeft. Een ander punt is dat ook de kwantitatieve norm voor mono- en disachariden uit de richtlijnen is verdwenen. Met reden, aangezien er in de literatuur geen (duidelijke) aanwijzingen zijn gevonden voor een verband tussen gebruik van mono-/disachariden en de preventie van chronische ziekten. Ten slotte is er een algemeen advies dat men zich meer op het totale voedingspatroon zou moeten richten in plaats van op specifieke bestanddelen of voedingsmiddelen.”

Denkt u dat met deze nieuwe focus op het totale voedingspatroon de discussie over ‘goede’ en ‘foute’ voedingsmiddelen gesloten is?
“Nee, dat denk ik niet. Natuurlijk, een goed voedingspatroon is erg belangrijk. Mensen die bijvoorbeeld meer volgens het mediterraan model eten en drinken, blijken vaker een goede gezondheid te genieten. Dat neemt niet weg dat je zelfs bij zo’n patroon van gezonde voedingsmiddelen verkeerde keuzes kunt maken. In dat opzicht kunnen er in een gezond voedingspatroon ook minder geprefereerde voedingsmiddelen zitten die bij ‘te veel’ of ’te vaak’ gebruik gezondheidsrisico’s kunnen opleveren. Belangrijk is welke keuzes je maakt en hoe je uiteindelijke voeding eruit ziet. Maar de discussie daarover zal altijd blijven bestaan.”

In het advies roept de Gezondheidsraad het bedrijfsleven op om mensen gezonder te laten eten. De (inter)nationale voedingsmiddelenindustrie is druk doende met de ontwikkeling van keuzebevorderende logo’s. Denkt u dat dergelijke initiatieven kunnen bijdragen aan een gezonder voedingspatroon?
“Het streven is dat logo’s een gezonde keuze makkelijker maken. In die zin kunnen ze zeker bijdragen aan een gezonder voedingspatroon. Waarbij ik wel wil aantekenen dat de logo’s op basis van strikte criteria gegeven zouden moeten worden, één op één met de adviezen uit de Richtlijnen Goede Voeding. Dat geldt zowel voor basisvoedingsmiddelen als industrieel bereide producten.

Wat ik niet wenselijk vind, is dat er te veel verschillende logo’s zijn. Ik zou dan ook pleiten voor informatie over de samenstelling van een product gecombineerd met een energielogo, aangevuld met de boodschap: ‘eet niet te veel en let op de samenstelling.’ Zo’n logo mag ook best wat prominenter gebracht worden - ben je daarnaast geïnteresseerd in achtergronden over de samenstelling van een product, dan kan ik me zo voorstellen dat je het product in de winkel langs een scanner haalt met een beeldschermpje waarop die gevraagde informatie te zien is. Dat zou een mooie ontwikkeling zijn, maar ja, er zijn zoveel belangen in het spel.

Bovenaan mijn wensenlijstje staat de invoering van een goud- en zilvermerk. Met zilver ben je als product op de goede weg. Dat is voor de industrie een stimulans om goud te worden. Goud staat voor een gezonde keuze. Dat werpt wel de vraag op wat je doet met producten die uit andere (Europese) landen ingevoerd worden? Daar zijn vaak al tal van logo’s in gebruik. Het mooiste zou zijn als Nederland een pionierfunctie zou hebben en dat onze logostandaard in andere Europese landen benut en overgenomen zou worden.”

Zou het in breder perspectief ook wenselijk zijn om toe te werken naar Europese Richtlijnen Goede Voeding?
“Veel landen gebruiken richtlijnen zoals opgesteld in de VS of Scandinavië, en geven er dikwijls een eigen interpretatie aan. De Gezondheidsraad zou in Europa (naar Noord-Amerikaans model) tot één set van gemeenschappelijke richtlijnen willen komen, waarna men per lidstaat een eigen vertaling in de vorm van Food based Dietary Guidelines zou kunnen maken. Met daarin de culturele verschillen en gewoontes per land. Een Duitser wil toch zijn zuurkool met worst blijven eten en de Italiaan zijn pasta. Dat is prima. In deze opzet moet er wel op worden toegezien dat de vertaalslag per land naar hun eigen Food based Dietary Guidelines dicht bij de richtlijnen blijft en dat de gezonde keuze voor de consument makkelijk wordt door één logo.”

In ons land zal het Voedingscentrum de Richtlijnen Goede Voeding 2006 vertalen naar praktische voedingsadviezen voor de consument. Denkt u dat de Schijf van Vijf hierdoor zal veranderen?
“Dat verwacht ik wel – zeker ten aanzien van bewegen. In de Verenigde Staten zie je al dat hun ‘voedingspyramide’ is aangevuld met een derde dimensie voor beweging. Als de schijf van het Voedingscentrum blijft, dan komt er vast ook zoiets bij. Hoe de inhoudelijke aanbeveling van de diverse voedingsmiddelen onder invloed van de nieuwe richtlijnen zal veranderen, is nog even afwachten.”

Al met al zijn we in Nederland met voeding op de goede weg. Of toch niet?
“Er zijn goede ontwikkelingen gaande, zeker. Anderzijds is er toch iets wat me zorgen baart. Je ziet in de winkels een lawine van flesjes, pakjes, zakjes die claims leggen als ‘voor gezonde darmen’, ‘remt uw eetlust’, ‘voor flexibele hersenen’ e.d. Ik vraag me oprecht af of het wetenschappelijk aan de maat is wat daar allemaal wordt geclaimd. En welke plaats nemen die producten in in het voedingspatroon van de consument? Gebruikt men het als tussendoortje, iets extra’s of als vervanging – ik durf het niet te zeggen… En hoe zit het met de ecologische aspecten van al die één-haps-verpakkingen? Is dat nou duurzaam ondernemen? En laten we ook de prijsstelling niet vergeten. Een appel om in te bijten is beslist goedkoper dan een appel uit een hip plastic flesje. Zoveel ontwikkelingen die gaande zijn en ik ben er nog niet uit hoe je dit allemaal kunt rijmen met de Richtlijnen Goede Voeding. Noch of je dat wel zou moeten willen…