home
RSS feeds
Richtlijnen Goede Voeding | februari 2007

De samenvatting

De langverwachte Richtlijnen Goede Voeding 2006 werden op 18 december jongstleden gepresenteerd. Veranderingen ten opzichte van de (twintig jaar) oude richtlijnen zijn onder andere de focus op het totale voedingspatroon in plaats van op specifieke voedingsmiddelen, en het verschil in advisering aan mensen met een gezond gewicht en mensen met een positieve energiebalans. Meest opvallend is wel de koppeling van voeding en beweging. Hierbij een samenvatting van de meest opmerkelijke punten uit het rapport, waarbij wordt ingezoomd op suikers.

In een sterk vereenvoudigde versie komen de Richtlijnen goede voeding 2006 op het volgende neer:

Zorg voor een gevarieerde voeding;
Zorg dagelijks voor voldoende lichaamsbeweging (minimaal een half uur matige inspanning, bij voorkeur op alle dagen maar tenminste op vijf dagen per week);
Gebruik dagelijks een ruime hoeveelheid groente (150-200 gram, 5 groentelepels) en fruit (200 gram, 2 stuks)
Kies voor volkoren graanproducten;
Eet regelmatig vis (twee maal per week waarvan tenminste eenmaal vette vis);
Gebruik zo weinig mogelijk producten met een hoog gehalte aan verzadigde vetzuren en enkelvoudig trans-onverzadigde vetzuren;
Beperk de frequentie van het gebruik van voedingsmiddelen en dranken met gemakkelijk vergistbare suikers en dranken met een hoog gehalte aan voedingszuren (max. zeven eet- en/of drinkmomenten, incl. drie hoofdmaaltijden);
Beperk de inname van keukenzout (minder dan zes gram per dag);
Wees matig met alcohol (mannen hooguit twee glazen, vrouwen hooguit een glas per dag).

Voor wie kampt met een te hoog lichaamsgewicht of een ongewenste toename van lichaamsgewicht gelden de volgende aanvullende richtlijnen:

Verhoog de lichamelijke activiteit van minimaal een half uur tot ten minste een uur matig inspannende activiteit per dag;
  Verminder de energie-inname, in het bijzonder door een beperking van:
het gebruik van producten met een hoge energie-dichtheid;
het gebruik van dranken die suikers bevatten;
de portiegrootte.

Gezonde energiebalans
Het advies Richtlijnen Goede Voeding 2006 stelt dat goede voeding en voldoende bewegen samen zorgen voor een gezonde energiebalans. De richtlijnen zijn in principe opgesteld voor mensen met een gezond gewicht. Is de energiebalans echter positief, dan gelden er aanvullende adviezen. Naast (nog) meer bewegen, is het noodzakelijk het gebruik van voedingsmiddelen met een hoge energiedichtheid zoveel mogelijk te beperken. Het gaat hierbij vooral om voedingsmiddelen met een hoog gehalte aan verzadigde en enkelvoudig trans-onverzadigde vetzuren en toegevoegde suikers (de zogenoemde ‘kale calorieën’). Voedingsmiddelen met een hoge energiedichtheid zouden eigenlijk vervangen moeten worden door voedingsmiddelen met een hoge voedingsstoffendichtheid en een hoog gehalte aan voedingsvezel. Tevens zou het gebruik van dranken die suikers bevatten en het toevoegen van suiker aan dranken als thee en koffie zoveel mogelijk moeten worden beperkt. Tot slot moet op de portiegroottes worden gelet.
 
Energiebalans en suiker
In de Richtlijnen Goede Voeding 2006 wordt in verschillende hoofdstukken ingezoomd op het onderwerp koolhydraten waaronder suikers, als zijnde een factor die de energiebalans kan beïnvloeden. De richtlijnen in het nieuwe advies zijn getoetst aan de huidige stand van wetenschap. Leiden de nieuwste wetenschappelijke inzichten tot nieuwe richtlijnen voor het gebruik van suiker(s)? De belangrijkste topics, te weten frequentie, hoeveelheid, type koolhydraten en vloeibaar versus vast, komen achtereenvolgens aan de orde.
 
Frequentie suikers
Als het gaat om de preventie van tandcariës geven de uitgangspunten in de Richtlijnen Goede Voeding 1986 en in het advies Voedingsnormen energie, eiwitten, vetten en verteerbare koolhydraten nog voldoende de stand van wetenschap weer. Een belangrijk uitgangspunt blijft dus het creëren van een voldoende lange remineralisatietijd na een zuuraanval door het gebruik van vergistbare koolhydraten. In de praktijk betekent dit een beperking van het aantal eet- en drinkmomenten tot zeven per dag (inclusief de drie hoofdmaaltijden). Een eetmoment zou niet langer mogen duren dan dertig minuten, waarna weer een periode van twee uur beschikbaar moet zijn voor remineralisatie van het tandweefsel. Bevordering van het fruitgebruik binnen de ruimte die deze richtlijn biedt zal naar verwachting niet leiden tot een groter risico op tandcariës.
 
Hoeveelheid suikers
Eén van de opvallende zaken uit de Richtlijnen Goede Voeding 2006 ten opzichte van de richtlijnen van 1986, is dat er geen maximum waarde voor de hoeveelheid mono- en disachariden in de voeding zijn opgesteld. Voor het geven van een kwantitatieve richtlijn voor mono- en disachariden ten behoeve van een adequate voorziening met essentiële voedingsstoffen en de preventie van chronische ziekten ontbreekt volgens de commissie een aanvaardbare wetenschappelijke onderbouwing. Mensen met overgewicht dienen het gebruik van dranken die suikers bevatten te beperken in het kader van beperking van de algehele energie-inname.
 
Type koolhydraten
Volgens de Commissie Voedingsnormen van de Gezondheidsraad (hierna de commissie) heeft het koolhydraatgehalte van de voeding geen invloed op het lichaamsgewicht zolang de energie-inname gelijk is aan de energiebehoefte. Ook zijn er geen overtuigende bewijzen dat het type verteerbare koolhydraat (mono- en disachariden versus polysachariden) van belang is. De commissie geeft geen afzonderlijke aanbevelingen voor de verschillende typen koolhydraten, maar adviseert alleen over de totale hoeveelheid verteerbare koolhydraten in de voeding.
 
Vloeibaar versus vast
Een gezond gewicht vormt een belangrijke leidraad in de adviezen van de Gezondheidsraad. Voor het effect van mono- en disachariden op de gewichtsregulatie lijkt, zo stelt de commissie, vooral het type voedingsmiddel (vloeibaar versus vast) van belang te zijn. Volgens de commissie zijn er sterke aanwijzingen dat het gebruik van energierijke (fris)dranken kan leiden tot een positieve energiebalans en daardoor tot een ongewenste toename van lichaamsgewicht. Dranken voegen namelijk vaak energie toe aan voeding, doordat mensen een drankje niet in plaats van een ander voedingsmiddel nemen, maar erbij. Voor het handhaven van de energiebalans biedt volgens de commissie een voeding met een lage energiedichtheid de beste kansen.
 
Aanbevelingen voor suikers
Door in te zoomen op suiker in de Richtlijnen Goede Voeding kunnen we de aanbevelingen voor suikers als volgt samenvatten. Beperk ten eerste de frequentie van het gebruik van (gemakkelijk) vergistbare suikers tot maximaal zeven eet- en/of drinkmomenten per dag inclusief drie hoofdmaaltijden. In de tweede plaats geldt voor mensen met een gezond gewicht geen maximum hoeveelheid suikers en is het ook niet noodzakelijk een onderscheid te maken naar type koolhydraat (mono- en disachariden versus polysachariden). Als laatste dienen mensen met overgewicht (een positieve energiebalans) de energie-inname te verminderen, onder meer door de consumptie van dranken met suikers te beperken.
 
Het totaal telt
Al zou er in het krap 120 pagina´s tellende advies één samenvattende richtlijn te vinden zijn, dan zou dat zijn dat in het advies benadrukt wordt dat het totale voedingspatroon centraal moet staan in een gezonde leefstijl, en niet afzonderlijke voedingsmiddelen of bestanddelen daarvan.

Als een voeding rijk is aan groente, fruit, volkoren graanproducten en plantaardige oliën, regelmatig vis en magere zuivel-/vleesproducten bevat en veel voedingsmiddelen met een hoge voedingsstoffendichtheid (in tegenstelling tot voedingsmiddelen met een hoge energiedichtheid), dan zal dat in combinatie met voldoende lichamelijke activiteit, matig alcoholgebruik en niet-roken het meest kunnen bijdragen aan de vermindering van het risico op chronische welvaartsziekten.

De publicatie ‘Richtlijnen Goede Voeding 2006’ (nr. 2006/12) is te downloaden van www.gr.nl. Op dezelfde site vindt u ook het Achtergronddocument, waarin de wetenschappelijke grondslagen van de Richtlijnen zijn opgenomen.