home
RSS feeds
Glycemische Index | mei 2007

Wie zegt wat over de glycemische index?

'Een rondje langs de velden.'  

Over de betekenis van de glycemische index voor de preventie van tal van chronische ziekten bestaat in de literatuur geen eenduidigheid. Een overzicht van de ‘voors’ en ‘tegens’ in de vorm van standpunten uit binnen- en buitenland.


Overtuigd voorstanders van het verband tussen de GI van de voeding en het risico op overgewicht, diabetes mellitus type 2 en hart- en vaatziekten zijn de onderzoeksgroepen van Brand-Miller, Ludwig, Jenkins en Willett. Andere onderzoekers, zoals Pi-Sunyer, Coulston, Flint en Daly, menen echter dat er nog te weinig consistente onderzoeksresultaten zijn voor een algemeen advies om het gebruik van voedingsmiddelen met een hoge GI te beperken. Met name wetenschappers uit deze hoek willen graag eerst meer lange termijnonderzoek verricht zien naar de effecten van een laag GI-dieet op (de preventie van) bovengenoemde chronische aandoeningen.

Hoe zijn de meningen in Nederland verdeeld?

Het Voedingscentrum op haar beurt erkent de effecten die de GI kan hebben op bijv. verlaging van risico op overgewicht, maar stelt ook helder wat de onduidelijkheden zijn (wat doet de GI van individuele producten in een samengestelde voeding?) en wat nog niet door onderzoeksresultaten gestaafd wordt, namelijk dat grote schommelingen in bloedglucosegehalte ertoe zouden leiden dat mensen meer eten dan ze nodig hebben.

Zie voor meer informatie www.voedingscentrum.nl.

Het Diabetes Fonds stelt in de voorlichtingsbrochure “Alles over voeding bij diabetes” dat er aanwijzingen zijn dat voedingsmiddelen met een lage glycemische index een positief effect kunnen hebben op de bloedglucoseregulatie en de vetstofwisseling. Maar het bewijs ervoor is te zwak en het berekenen van de GI te onzeker om mensen met diabetes te adviseren om producten met een lage GI te gebruiken. Mensen die veel last hebben van te hoge bloedglucosepieken na de maaltijd, kunnen proberen of ze baat hebben bij voedingsmiddelen met een lage glycemische index. Deze mensen zou het Diabetes Fonds willen doorverwijzen naar een diëtist.

Zie voor meer informatie p. 14 en 15 van de brochure (pdf / 787 Kb). (Overgenomen met toestemming van het Diabetes Fonds)

De Gezondheidsraad geeft in het advies ‘Voedingsnormen energie, eiwitten, vetten en verteerbare koolhydraten’ (2001) aan geen betekenis toe te kennen aan de glycemische index als factor die van belang is bij de preventie van diabetes mellitus type 2. Ook de invloed van de GI op het ontstaan van hart- en vaatziekten is volgens dit advies nog onduidelijk. Gezien het ontbreken van lange termijn onderzoek naar het effect van de GI op de energie-inname, acht de commissie die het advies opstelde een conclusie over de betekenis van de GI voor de preventie van overgewicht niet verantwoord. In het meer recente advies ‘Overgewicht en obesitas’ (2003) wordt nogmaals gesteld dat de betekenis van de GI van afzonderlijke voedingsmiddelen voor het ontstaan van overgewicht nog onvoldoende is opgehelderd. In dit advies wordt er wel op gewezen dat er in de meeste interventieonderzoeken naar het effect van een voeding met een lage GI een gunstige invloed wordt vastgesteld op verscheidene risico-indicatoren voor diabetes-mellitus type 2 en hart- en vaatziekten.

Zie voor meer informatie www.gr.nl/pdf.php?ID=211&p=1 (Voedingsnormen) en www.gr.nl/pdf.php?ID=706&p=1 (Overgewicht en obesitas)

Bovengenoemde adviezen van de Gezondheidsraad gaven in 2006 volgens de raad nog steeds voldoende de stand van de wetenschap weer. Ze dienden dan ook als basis voor de aanbevelingen in het advies ‘Richtlijnen goede voeding 2006’. Die stand van de wetenschap laat het niet toe om de glycemische index als leidraad te gebruiken voor de voedingsaanbevelingen voor de algemene bevolking om zo het risico op aan voeding gerelateerde chronische ziekten te verminderen. Gerandomiseerd gecontroleerd lange termijn onderzoek bij gezonde personen is nodig. Hierin moet het effect van een voeding met lage en hoge glycemische index op de glucose- en insulinespiegels in het bloed worden onderzocht. Daarnaast is volgens de Gezondheidsraad meer onderzoek nodig naar de invloed van de glycemische respons en insulinebehoeften op gewichtsregulatie, het risico op hart- en vaatziekten en van diabetes mellitus type 2.

Zie voor meer informatie www.gr.nl/pdf.php?ID=1479&p=1.

Tot zover de Nederlandse standpunten. Hoe wordt de GI over de grens beoordeeld?

De Amerikaanse vereniging van diëtisten geeft geen advies om de glycemische index te hanteren als dieetconcept bij diabetes mellitus type 1 of 2. Wel ondersteunt de organisatie het idee dat een voeding met een lage glycemische index op de korte termijn postprandiale hyperglycemie kan verminderen. Het bewijs voor een effect op de lange termijn acht zij echter niet voldoende aangetoond. Over het verband met de bescherming tegen chronische ziekten doet deze vereniging geen uitspaak.
 
De European Association for the Study of Diabetes beveelt aan om bij diabetes mellitus een voeding te gebruiken met een lage glycemische index. Dit komt volgens deze organisatie neer op een voeding met ondermeer een hoog gehalte aan vezel.

Ook de American Heart Association geeft geen advies om de glycemische index te hanteren als hulpmiddel bij het samenstellen van een voeding ter preventie van hart- en vaatziekten.

De groep deskundigen die zich uitsprak tijdens de expert meeting van Vitapole Danone en FAOExpert meeting Vitapole en FAO: Glycemic index and health: the quality of the evidence – concludeert dat er belangrijke aanwijzingen zijn dat het gebruik van de glycemische index een positieve bijdrage kan leveren aan de preventie en behandeling van diabetes mellitus type 2. Zij plaatst hierbij echter de kanttekening dat deze aanwijzingen nog om bevestiging vragen in lange termijnonderzoek bij grote populaties. Dat geldt tevens voor de rol van de GI bij de behandeling van obesitas en de preventie van hart- en vaatziekten.

De American Diabetes Association geeft geen advies om de glycemische index te hanteren als dieetconcept bij diabetes mellitus. Hoewel de resultaten van het onderzoek naar de overeenkomst tussen de berekende glycemische index van gemengde voedingen en de direct gemeten glycemische index niet eenduidig zijn, meent de deskundigencommissie van het Amerikaanse Institute of Medicine dat de glycemische index van een maaltijd gewoonlijk goed kan worden voorspeld op basis van de glycemische index van de samenstellende voedingsmiddelen. Ondanks de aanwijzingen dat met een voeding met veel voedingsmiddelen met een lage glycemische index gezondheidswinst kan worden behaald, acht deze deskundigencommissie het nog te vroeg om algemene aanbevelingen te doen voor de algemene gezonde bevolking. Hiervoor zijn meer consistente onderzoeksresultaten nodig.  

De Joint WHO/FAO Expert Consultation on Diet, Nutrition and the Prevention of Chronic Diseases meent dat voedingsmiddelen met een lage glycemische index bijdragen aan een goede controle van de bloedglucosespiegel bij personen met diabetes mellitus type 2. Zij acht het mogelijk dat een voeding met voedingsmiddelen met een lage glycemische index kan bijdragen aan de preventie van overgewicht en diabetes mellitus type 2. Meer resultaten van lange termijnonderzoek zijn echter nodig voordat een aanbeveling kan worden gedaan.
 
Aan een discussiebijeenkomst van ILSI in 2003 (Role of diet in blood glucose response and related health outcomes) namen de belangrijkste voor- en tegenstanders van het glycemische index concept deel. Er bleek geen consensus te bestaan over de bruikbaarheid van de glycemische index. Duidelijk is dat de meeste onderzoeken naar het verband tussen de glycemische index van de voeding en het risico op overgewicht of hart- en vaatziekten slecht gecontroleerd zijn uitgevoerd en bovendien van korte duur zijn. De deskundigen stellen dan ook vast dat er een grote behoefte bestaat aan goed gecontroleerd lange termijnonderzoek bij gezonde individuen. Verder bestaat er bij deze deskundigen geen overeenstemming over de vraag wat gezondheidskundig belangrijker is: de oppervlakte van het (positieve) gebied onder de curve van de bloedglucoserespons of het veranderingspatroon van de bloedglucosespiegel na de opname van koolhydraten. Ook werd men het niet eens over de vraag of bij het bepalen van de glycemische index van een voeding het type koolhydraten of juist de hoeveelheid koolhydraten het belangrijkste is.

In de voedingsrichtlijnen voor de Scandinavische landen van de Nordic Council of Ministers wordt geen specifieke aanbeveling gegeven voor de glycemische index of de daarvan afgeleide indicatoren voor de glycemische en insulinemische respons.

Het Amerikaanse Dietary Guidelines Advisory Committee meent dat hoewel het gebruik van voedingsmiddelen met een lage glycemische index de postprandiale glucosespiegel in het bloed kan verlagen, er onvoldoende bewijs is voor een duurzame gezondheidswinst om het gebruik van voedingen met een lage glycemische index algemeen te kunnen aanbevelen. Hoewel de vrees bestaat dat een chronisch hoge postprandiale glucose- en insulinespiegel in het bloed kan resulteren in een afnemende insulinegevoeligheid en daarmee kan leiden tot diabetes mellitus type 2, is dit uit onderzoek nog onvoldoende gebleken, zo oordeelt deze commissie. Ook acht zij de resultaten van het onderzoek dat is uitgevoerd naar de effecten van de glycemische index of de glycemische belasting op de risico-indicatoren van aan voeding gerelateerde chronische ziekten niet zodanig, dat deze indicatoren in de Amerikaanse situatie een hulpmiddel kunnen zijn bij een verstandige voedselkeuze. De bruikbaarheid van de glycemische index bij de dieetvoorlichting is volgens deze deskundigen maar van een beperkte waarde. In de Dietary Guidelines for Americans 2005, die op de aanbevelingen van deze deskundigencommissie zijn gebaseerd, worden de glycemische index en de glycemische belasting van voedingsmiddelen dan ook niet genoemd als hulpmiddel bij het samenstellen van een verantwoorde voeding.

Uit dit overzicht van (inter-/nationale) standpunten blijkt eens te meer dat a) hoe ingewikkeld de materie van GI eigenlijk is, en b) hoe weinig er nog met zekerheid te zeggen is over het effect van de GI totdat er meer (lange termijn)onderzoek naar gedaan is.

Voor uitgebreide documentatie over de genoemde standpunten, kunt u het achtergronddocument van de Richtlijnen goede voeding 2006 raadplegen op
www.gr.nl/pdf.php?ID=1478&p=1.

Bronnen

Richtlijnen goede voeding 2006 – achtergronddocument; www.gr.nl; www.diabetesfonds.nl en www.voedingscentrum.nl.