home
RSS feeds
Kennis door onderzoek | november 2007

“Genoeg te onderzoeken, maar dat zal de feiten over suiker niet weerleggen.”

Reeds in de jaren zeventig is prof. dr. ir. Gert Jan Schaafsma begonnen met zijn literatuuronderzoek naar de invloeden van suiker op ons gedrag. In de jaren negentig werd de toenmalige stand van de wetenschap opnieuw doorgelicht en onlangs is dat nogmaals gedaan. Hij stelt echter vast: “Je kan nog een heleboel onderzoeken naar koolhydraten gaan doen, maar je zal geen wetenschappelijk bewijs vinden voor een negatieve beïnvloeding van suiker op gedrag.”

De studie Sugar and behaviour1 vindt zijn oorsprong in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Toen al was de heersende mening dat suiker maar ook kleurstoffen – de zogeheten E-nummers – tot hyperactiviteit zouden kunnen leiden. Dat was voor G.J. Schaafsma de aanleiding om een onderzoek naar de kern van deze zaak te starten. Vanuit TNO – met Suikerstichting Nederland als opdrachtgever – is dit onderzoek in de jaren negentig voortgezet. En recentelijk is ook de actuele geschiedenis in dit onderzoek betrokken. Voor de derde keer op rij was de conclusie dat er geen wetenschappelijke reden is om suiker, binnen de groep van koolhydraten – als verdacht te bestempelen in relatie tot gedrag…

U concludeert dat er geen wetenschappelijk bewijs is voor een negatief effect van suiker op gedrag bij gezonde personen. Waar komt de negatieve pers dan toch vandaan als het gaat om suiker in relatie tot gedrag, zoals bijvoorbeeld bij ADHD?
”Ik vrees dat dat komt doordat er een hele generatie van voedingskundigen is, die is opgevoed met het idee dat suiker ‘kale’ of ‘lege’ calorieën bevat. Dat is eigenlijk nog steeds het allesbepalende beeld dat men van suiker heeft. Ook kleeft er het stigma aan suiker als de veroorzaker van cariës hoewel dat inmiddels is genuanceerd: bij regelmatig tanden poetsen met fluoride tandpasta en bij beperking van de frequentie van suikergebruik, is er eigenlijk geen probleem met suiker als het gaat om preventie van tandcariës. Een andere factor die suiker in een negatief daglicht stelt is dat suiker als een genotsmiddel wordt gezien. Genieten in ons Calvinistische landje is al gauw verdacht. Maar als je vervolgens objectief naar suiker kijkt, is er geen wetenschappelijke reden om suiker in een kwaad daglicht te stellen. Nu hoor ik mensen al zeggen …en suikers met een hoge Glycemische Index dan? Tja, maar bedenk dan wel dat de GI van suiker maar 65 is (gemiddeld). Ter vergelijking: zetmeel in witbrood heeft een veel hogere GI. Je kunt suiker dus niet blameren op grond van zijn GI. Belangrijk is wel om te noemen dat een hoog suikergehalte in theorie zou kunnen leiden tot relatief minder voedingsstoffendichtheid. Maar in de praktijk blijkt dat eigenlijk nauwelijks een probleem op te leveren. Ja, als de inname van suikers meer dan 25% van de totale energie inname zou bedragen, dan zou het tot een te lage inname van essentiële voedingsstoffen kunnen leiden, maar dat zijn hoeveelheden die in Nederland niet gangbaar zijn.”

Kunt u in het kort aangeven op welke manieren suikers het functioneren van de hersenen en het gedrag kan beïnvloeden? En is dit specifiek voor suiker (saccharose)?
“Er zijn 2 belangrijke aspecten die een rol spelen. Zoals bekend is glucose de brandstof van de hersenen. Op dat gebied beïnvloedt glucose en dus niet specifiek suikers of saccharose, het functioneren van de hersenen. Eet je veel koolhydraten met een hoge Glycemische Index, dan kun je reactieve hypoglykemie krijgen. In de volksmond heet dat een ‘post lunch dip’. Kenmerken zijn dat je mentale functioneren iets afneemt en dat je je down kunt voelen. Maar zoals ik al zei is dat niet specifiek voor suiker.

Daarnaast is er nog het aspect dat koolhydraten het serotonine-gehalte in de hersenen kunnen beïnvloeden. Serotonine staat voor een gevoel van welbevinden. Doordat de insuline na koolhydraatinname stijgt neemt ook het tryptophaan gehalte in de hersenen toe. Deze zorgen voor een stijging van de serotonine. Dat zou voor personen die hiervoor gevoelig zijn het prettige gevoel verklaren dat je overhoudt aan het eten van koolhydraten. Dit principe werd meen ik reeds in de jaren ’70 beschreven door het echtpaar Wurtman.”

U heeft ook gekeken naar het effect van suiker op cognitieve prestatie. Wat is uw reactie op het recente onderzoek van Rob Markus die het effect van suiker tijdens stress onderzocht heeft (zie elders in deze Nieuwsbrief)?
“In feite zijn Markus’ bevindingen een uitbreiding van de hypothese die door het echtpaar Wurtman en later ook door Fernstrom is geponeerd. Suiker heeft dus zeker een positief effect op je gevoel van welbevinden.”

Is er in alle onderzoeken die u heeft bestudeerd een bewijs te vinden voor het feit dat suiker wellicht verslavend zou kunnen zijn?
“Bij het zoeken naar aanknopingspunten voor een mogelijke verslavende werking van suiker, is het effect van koolhydraten op serotonine de eerste hoek waar je het logischer wijze zou moeten gaan zoeken. Fernstrom heeft ooit de hypothese gelanceerd dat je in de wintermaanden makkelijk een naargeestig gevoel kunt krijgen door de kortere daglichtperioden. Dat noemt men dan een winterdepressie. Door het herhaaldelijk innemen van koolhydraatrijk voedsel wordt insuline gestimuleerd, daardoor neemt de tryptophaan in de hersenen toe en zal het serotoninegehalte stijgen. Daarmee compenseert het lichaam als het ware een winterdepressie. Dit wordt het Seasonal Affected Disorder (SAD) genoemd. Het zou een verklaring kunnen zijn voor het feit dat veel mensen in de winter wat in gewicht toenemen. Het is zeer aannemelijk dat frequente stimulering van insuline secretie door herhaaldelijke inname van koolhydraten en de daarop volgende verhoogde serotonine aanmaak in de hersenen, verlichting kan bieden voor allerlei onprettige gevoelens in een mensenleven. Slaat men daarin door, dus gebruikt men over het algemeen veel meer energie dan men opmaakt om zo onprettige gevoelens te verdrijven, dan kan dat tot overgewicht of zelfs obesitas leiden. Ik zou in dit kader dan ook eerder over compensatie spreken dan van verslaving. Voor verslaving aan suiker hebben we geen enkel wetenschappelijk bewijs gevonden.”

Nog maar een stelling op tafel gegooid: suiker zou een vitaminerover zijn. Ofwel, door de aanwezigheid van suiker in een voedingsmiddel wordt het effect van de aanwezige vitaminen teniet gedaan…
“Tja, dat heeft weer met dat verwrongen beeld van suiker in de algemene opinie te maken. Suiker en vitaminen zouden niet samen kunnen gaan? Volgens mijn bevindingen is dit absoluut niet steekhoudend. Ik vind het dan ook een rare uitdrukking, een bakerpraatje bijna.”

Ten slotte: wat is volgens u de belangrijkste fabel ten aanzien van suiker die nodig ontkracht moet worden?
“Er zijn twee ontzettend hardnekkige misverstanden, namelijk a) dat je van suiker diabetes krijgt en b) dat je bij diabetes geen suiker mag gebruiken… Deskundigen zouden in het kader van de algemene opinie mijns inziens best wat krachtiger mogen uitdragen dat suiker best past in een evenwichtig samengestelde voeding. Een belangrijke boodschap om het negatieve imago dat aan suiker kleeft te nuanceren.

Wat me tevens stoort is het feit dat wanneer het gaat om afvallen en gewichtsbeheersing, dat men onmiddellijk met de banvloek over suiker maar ook over vetten op de proppen komt. Neem nou de voedingsprofielen van de EFSA Producten met suiker mogen niet meer in aanmerking komen voor een gezondheidsclaim. Dat vind ik erg dubbel. Daarmee wek je de indruk dat suiker een negatief onderdeel van voeding is, alle goede bedoelingen ten spijt. Voedingsprofielen zouden niet mogen leiden tot de versterking van het beeld dat suiker slecht is.” Zou u hier een nieuw onderzoek aan wijden? “Nee, ik kan al wel tot de conclusie komen dat suiker niet slecht is. Bovendien, de wetenschappelijke kennis van nu weerspiegelt bovendien prima hoe het werkelijk zit. Het is alleen zaak de bevindingen beter en duidelijker voor het voetlicht van het grote publiek te brengen. Je kunt goedbeschouwd nog een heleboel interessante onderzoeken over suiker doen, maar iets schokkends zul je niet vinden. Ofwel, nog meer onderzoek zal de wetenschappelijke mening over suiker niet drastisch veranderen. Wel verdiepen, begrijp me niet verkeerd. Evenwichtige voedingsvoorlichting, daar komt het op aan.”

Noten
1) Sugar and behavior, Schaafsma GJ (2007); literatuuronderzoek in opdracht van Suikerstichting Nederland.

lees de samenvatting van "Sugar and behavior" (pdf / 44 Kb)