

Persberichten
Interessant nieuws en wetenswaardigheden over suiker en suikergerelateerde onderwerpen vindt u in onze persberichten.
Onwenselijk om toestand kindergebitten te generaliseren | 06-12-2007
“Is er werkelijk een trend te bespeuren dat de toestand van kindergebitten verslechterd is?”Elke drie jaar onderzoekt prof.dr. G.J. Truin, hoogleraar preventieve en curatieve tandheelkunde aan de Universiteit van Nijmegen de prevalentie van tandcariës bij schoolkinderen in Den Haag. De resultaten worden onder meer gebruikt voor trendanalyses waarmee de onderzoekers al te grove generalisaties over ‘De Toestand’ van het kindergebit willen voorkomen.
Veronderstelling
Al sinds midden jaren negentig financiert Suikerstichting Nederland monitor-onderzoek naar de prevalentie van tandcariës. In 2005 hebben Truin c.s. in dit kader opnieuw een tandheelkundig klinisch onderzoek 1 gedaan naar de prevalentie van tandcariës bij 6- en 12-jarige schoolkinderen in Den Haag. Wat op de achtergrond meespeelde was de toenmalige media-aandacht voor de veronderstelling dat kindergebitten weer slechter zouden zijn geworden. Aanleiding voor al deze reacties vormde het verschijnen van het rapport “Signalement Mondzorg 2004” van het College voor Zorgverzekeringen. De auteurs van het rapport concludeerden dat in 2003 het DMFS-getal bij de 9- en 21-jarigen verder was afgenomen in vergelijking met 1996-1997 en bij de 15-jarigen gelijk was gebleven. De restauratieve verzorgingsvraag was echter verder afgenomen, waardoor het aantal onbehandelde caviteiten bij de 15- en 21-jarigen was toegenomen.
Attent
De onderzoekers van de Haagse situatie zien bij cariës een zekere stabilisering optreden. Reden daarvoor is dat er bij de midden en hogere niveaus in de samenleving nog maar weinig winst is te behalen. Die kinderen poetsen al regelmatig en bezoeken een tandarts. De rest van de kinderen (uit de lagere milieus) blijkt moeilijk te bereiken. Daar zou men nog wel winst kunnen behalen ten aanzien van cariës, bijvoorbeeld door gerichte poetsvoorlichting e.d. maar de inspanning blijkt niet op te wegen tegen de resultaten.
Wat tanderosie (het oplossen van tandglazuur door zuren niet afkomstig van mondbacteriën) betreft, daar zijn bij 20/25% van de kinderen – verspreid over alle milieus – symptomen te zien die duiden op het beginstadium van tanderosie. Het advies van de onderzoekers is om de betrokkenen (ouders, kinderen, verzorgers) attent te maken op de oorzaken van tanderosie. Overigens blijft tanderosie volgens Truin wel een lastig thema aangezien niet iedereen die veel en vaak zuur nuttigt, ook tanderosie blijkt te ontwikkelen.
Verzorgingsgraad
Ten aanzien van de restauratieve verzorgingsgraad van het kindergebit lijkt het erop dat de tandheelkundige beroepsgroep vaak een afwachtende houding aanneemt ten aanzien van de behandeling van tandcariës, zeker bij kleine kinderen met een melkgebit. Geen klachten, dan wachten, zo lijkt het credo. Onderzoekers bespeuren de trend dat er beduidend minder gerestaureerd wordt dan 5 tot 10 jaar geleden. Terwijl Truin c.s. juist propageren dat men door het melkgebit wel te restaureren meer zogeheten gebitsbewustzijn kan creëren, wat weer voordelig kan zijn voor de kwaliteit van het blijvende gebit.
Truin meent bovendien dat we de komende jaren geen aanwijzingen voor grote veranderingen bij de jeugd zullen zien. De midden en hogere niveaus zijn stabiel. Daar is ongeveer 80% van de melkgebitten cariësvrij. In de lagere niveaus is nog wel winst te boeken maar daarbij is het probleem hoe deze mensen te bereiken als het gaat om voorlichtingsmateriaal over een goede mondverzorging en goede voeding en het stimuleren van tandartsbezoek. Naar de werkelijke toestand van het kindergebit in de nabije toekomst kan nog slechts gegist worden. Er zijn negatieve geluiden die vertellen over de grote omvang van de tandheelkundige problematiek; dat er bij 50% van de kinderen veel aantastingen te zien zijn in het melk- en het blijvende gebit. Aan de andere kant zijn er ook positieve geluiden te beluisteren die roemen wat er allemaal bereikt is op het gebied van tandheelkundige zorg. Truin kiest hier voor de nuance, dat wil zeggen: aandacht voor wat verbeterd kan worden vanuit successen die reeds behaald zijn.
Voorlichting
In navolging van het onderzoek van 2005 roept Truin de beroepsgroep op zich te beperken tot specifieke voorlichting voor moeilijk te bereiken groepen. Dus niet investeren in collectieve preventie maar focussen op specifieke risicogroepen door onder meer een betere zelf-zorg te stimuleren (poetsen, fluoride, gezonde voeding, matige frequentie wat betreft tussendoortjes). Hiermee zouden veel problemen voorkomen kunnen worden. Truin benadrukt dat men zou moeten waken voor het verkondigen van de teneur dat het altijd maar slechter gaat met het kindergebit. Het gaat immers niet om de hoeveelheid problemen die zich voordoen, maar hoe de beroepsgroep daar mee omgaat.
Noot voor de redactie
Heeft u naar aanleiding van dit persbericht vragen of bent u geïnteresseerd in de volledige publicatie over dit onderzoek, neem dan contact op met Janine Messing-Verheesen van Suikerstichting Nederland,
035 - 54 33 455. Als u in het bezit bent van onze Informatiemap, dan krijgt u op korte termijn de overdruk van deze publicatie automatisch toegezonden.
Voetnoten:
1) Truin GJ, Frencken JE, Mulder J, Kootwijk AJ, De Jong E, Prevalentie van tandcariës, Ned Tijdschr Tandheelkd 114 (augustus 2007).

