

Zoetlexicon
Het Zoetlexicon: voor iedereen die meer wil weten over zoete producten, ingrediënten, hulpstoffen en gangbare termen die te maken hebben met de productie of de toepassing ervan.Overzicht van alle gevonden termen in de zoetlexicon:
| Raffinose Een oligosacharide die van nature voorkomt in o.a. bonen, vruchten en granen. Ra... |
|
| Rapadura Een andere naam voor oersuiker. |
|
| Rebaudioside Een glycoside met een zoetkracht van 150-300. Is vergelijkbaar met stevioside ma... |
|
| Reducerend vermogen Het vermogen van een sacharide om een kopersulfaatoplossing (Fehlingis proefvoch... |
|
| Reinheid De hoeveelheid suiker, aanwezig in een oplossing op droge stof. Reinheid is onaf... |
|
| Relatieve vochtigheid De verhouding van de waterdampspanning in de lucht en de maximumspanning van wat... |
|
| Relatieve zoetkracht Wordt bepaald bij 20° in waterige oplossingen van 10%, waarbij men de zoetkr... |
|
| Ribitol Komt voor in de giftige plant Voorjaarsadonis (Adonis vernalis) en is o... |
|
| Ribose Een pentose dat in de natuur wijd verbreid voorko... |
|
| Rietsuiker Suiker gewonnen uit suikerriet. De kleur is doorgaans donkerder dan die van biet... |
|
| Rietsuikerstroop Een suikerstroop, voor meer dan de helft bereid uit rietsuiker. |
|
| Rijstemoutstroop Wordt bereid uit rijst en gerst, zoals alle graanstropen (zie graanstroop) worde... |
|
| Rijstestroop Indien men rijst kookt en vermaalt, er water aan toevoegt en enzymen, ontstaat n... |
|
| Ruwsuiker Ruwe suiker, kan afkomstig zijn uit suikerbieten of uit suikerriet. De suiker h... |
|

